Theater: Te afstandelijke Medea

04/03/15 om 06:00 - Bijgewerkt op 29/01/15 om 00:52

Bron: Knack Focus

Ze valt net iets te gretig flauw en volgt vervolgens geniepig met open ogen hoe haar minnaar haar weer overeind tracht te krijgen terwijl ze zelf zo slap mogelijk tegen hem (én tegen haar echtgenoot) hangt. Het geslepen roofdier dat sluimert in elke vrouw staat centraal in Fernwehs Medea-bewerking Foklat, alles in orde.

Theater: Te afstandelijke Medea

© Jurgen Delnaet

The Play = Foklat alles in orde

Gezelschap = Fernweh

In een zin = Foklat alles in orde is een boeiend experiment maar niet voldragen voorstelling die weliswaar wonderschoon eindigt, met een slot dat de eenzaamheid ensceneert als een gevoel dat de tranen uit je ogen perst en je handen tot vuisten balt terwijl er niemand is om de tranen te deppen en die vuisten vast te pakken.

Hoogtepunt = De mannen stappen van de scène, de lichten doven, Purcells O let me weep kringelt door de lucht en Maya Sannen tracht de eenzaamheid van zich af te slaan.

Quote = 'Bewaar jij de suiker in de koelkast?' / 'Ik bewaar alles in de koelkast'

Met de tred van een koningin, de blik van een tijgerin en de stem van een deerne schrijdt Maya Sannen over de kale scène. 'Haar' mannen (Jurgen Delnaet en Simon Van Buyten) volgen elke beweging en reageren daarop. Intussen wordt een stil filmportret van Sannen op de achtermuur geprojecteerd. Meer dan naar de toeschouwers lonken met haar tijgerblik doet ze niet.

Sannen vertolkt Medea in Foklat alles in ordeen bepaalt de dans. De ene keer laat zich (ver)leiden door Delnaet, terwijl Van Buyten er wat beteuterd naar staat te kijken. Dan laat ze zich met graagte strelen en koesteren door Van Buyten terwijl Delnaet er achterdochtig naar staat te kijken. Ze geniet en betrekt de toeschouwers met haar blik sluw in haar verleidingsspel. Sannen vertolkt Medea als een ijdele vrouw die nooit genoeg krijgt van de liefde (en van zichzelf) en daardoor als een rusteloos dier over de scène ijsbeert, mét lonkende blik richting publiek. Ze lijkt een beest dat van de ene omhelzing in de andere wip belandt en het antwoord op de vraag 'Waar zijn de kinderen?' inslikt. Ze voelt slechts eenzaamheid, wanhoop, zinloosheid en zelfmedelijden. Dat blijkt uit de schaarse woorden die ze spreekt. Tegen de camera en dus tegen het publiek. Tussen haar en de mannen is er nauwelijks verbale communicatie.

Zo strippen de drie spelers het Medea-verhaal tot de essentie: drie mensen zwelgen in eenzaamheid doordat ze niet aan elkaars emotionele verwachtingen kunnen voldoen. Zelfs als twee van de drie met elkaar vrijen, is élk van hen alleen. Intussen wordt er gestoeid en gestommeld met microfoons, tl-lichten en geluidsfragmenten. Niet om een verhaal maar een gevoel van ontbering over te brengen. Dat lukt slechts gedeeltelijk en levert bevreemdend, afstandelijk theater op. De drie acteurs zijn meesterlijke tekstacteurs en wagen zich daarom - bij wijze van experiment - aan deze zo goed als woordloze voorstelling. Het is zichtbaar wennen om de stilte en de traagheid waarin de sluwheid zich ontpopt niet te vullen met woorden maar met blikken en bewegingen. Hierdoor ontstaat er een afstand, een kilte haast. De acteurs slagen er amper in hun verhaal te delen met hun publiek.

Dit maakt Foklat alles in orde tot een niet voldragen voorstelling die wél wonderschoon eindigt, met een slot waarin Sannen met de rug naar het publiek danst (of beter: heftig om zich heen slaat) en Henry Purcells O let me weep (een aria uit ItaliqueThe Fairy Queen/Italique) weerklinkt. Het is een zeldzaam treffend portret van de eenzaamheid als een gevoel dat de tranen uit je ogen perst en je handen tot vuisten balt terwijl er niemand is om de tranen te deppen en de vuisten vast te pakken.

Els Van Steenberghe

Meer info: www.fernwehspeelt.be

Smaakmaker:

Onze partners