Theater: Het naar wafels geurende modderbad van Wouter Deprez

01/12/14 om 00:50 - Bijgewerkt op 02/12/14 om 07:53

Bron: Knack Focus

Intiem. Ontroerend. Met ingehouden woede. En toch ook erg grappig. Zo eert Wouter Deprez in 'Slijk' alle (groot)ouders die een (wereld)oorlog overleefden en met de littekens trachten te (over)leven.

The Play = Slijk

Gezelschap = Wouter Deprez

In een zin = Slijk sleurt je door het slijk der geschiedenis. Het is een modderbad dat schuurt en zalft, dat naar buskruit stinkt en naar verse wafels ruikt.

Hoogtepunt = Deprez steekt zijn rechterhand de hoogte in en trappelt ter plekke terwijl hij vertelt hoe hij aan de reusachtige, harde hand van zijn opa naar de plek wandelt waar de ziel en het leven van zijn grootvader aan flarden werden geschoten tijdens de Eerste Wereldoorlog.

Score = * * * *

Quote = 'Door de Eerste Wereldoorlog hadden de mensen kleine voetjes'

'Kloekkloekkloek...' Wouter Deprez moet diep buigen om het glas op de vloer - naast de muziekstandaard waarop zijn 'spreekbeurtschriftje' ligt - vol water te kunnen schenken. Dankzij zijn zendmicrofoontje hoor je het water zachtjes klotsend in het glas vloeien. Met het inschenken van het water, schenkt hij ook Slijk - een opdracht van GoneWest - vol intimiteit.

Nochtans kent Slijk een stuiterende start waarin Deprez met handen en voeten de meest exuberante oorlogsscènes beschrijft. Tot hij stilvalt, over de kale scène naar de fles water wandelt, zichzelf wat water inschenkt, drinkt en herbegint. 'Laat ik maar gewoon vertellen hoe ik voor het eerst over de Eerste Wereldoorlog hoorde.' Hij kijkt glimlachend het publiek in en transformeert de bomvolle zaal tot een living vol vrienden en familie die herinneringen aan vroeger ophalen. Dat is exact wat Deprez anderhalf uur doet. Als zijn negenendertigjarige zelf én als zijn zevenjarige zelf die grootvader een bezoekje brengt omdat hij een spreekbeurt over de Eerste Wereldoorlog moet maken. Al vertellend over het boerderijtje van zijn grootouders, de kookkunsten (en omvang) van zijn grootmoeder, de wandelingen met zijn grootvader door Geluwe en de bunker waarin die man enkele maanden leefde, schetst Deprez de oorlogsgruwel die een krater in het dagelijkse leven en in de ziel van de mensen sloeg. Hij wordt hierbij geholpen door contrabassist Kristof Roseeuw die een teder web van zinderende, melancholische melodieën én grappige geluiden rond de vertelling weeft.

De humor zit gelukkig niet enkel in de muziek. Het sterke aan deze vertelling is dat Deprez vooral via de naïviteit van de zevenjarige Wouter de humor naar binnen moffelt. Grappige beschrijvingen van de hopen 'eten op grootmoeders wijze', bijvoorbeeld, dienen als buffers tussen de ontroerende scènes waarin hij zijn grootouders schetst als twee getekende, elkaar innig liefhebbende mensen die aten om de honger te stillen die ze tijdens de oorlog geleden hadden. De warmte waarmee Deprez over zijn grootouders praat, maakt Slijk ook tot een eerbetoon aan de ouderen die we te snel in rusthuizen verstoppen en aan wie we veel te weinig zeggen hoe graag we hen wel zien. Tussendoor gromt hij (weliswaar al dansend, huppelend en grappend) ook over de hedendaagse onverschilligheid tegenover alle wereldproblemen. Je voelt de scherpe, ingehouden woede van een geëngageerd hart dat snakt naar solidariteit.

In dit rakende en van alle mogelijke tierlantijnen gespeende Slijk combineert Deprez de intimiteit van zijn prilste werk, de spitsvondigheid en grappigheid van zijn eerste succesvoorstellingen, het 'dansante' van zijn muziektheatervoorstellingen en het persoonlijke engagement van zijn recenter werk. Het resultaat is ijzersterk, sober en meesterlijk verteld cabaret dat huilt om de gruwel van vroeger en om de onverschilligheid van vandaag én dat zacht lacht met de onbeholpenheid van de mens. Slijk sleurt je door het slijk der geschiedenis. Het is een modderbad dat schuurt en zalft, naar buskruit stinkt en naar verse wafels ruikt én heerlijk klotst.

Els Van Steenberghe

Meer info: www.wouterdeprez.be

Lees meer over:

Onze partners