Guido Lauwaert
Guido Lauwaert
Opiniemaker
Opinie

28/08/10 om 13:42 - Bijgewerkt om 13:42

Theater: Grüssen aus Berlin - Teil 3

Gepruts heeft ook zijn charme, zo blijkt tijdens de Vlaamse dichtersnacht op Flachlandfest 2010. Met de nadruk op nacht...

Theater: Grüssen aus Berlin - Teil 3

© Berlin

Rond de klok van vijf op vrijdag 27 augustus verzamelen artiesten en medewerkers zich in de voormalige toonzaal van een autosalon voor de opening van Flachlandfest 2010. Afwezigen zijn technici die in de werkplaatsen de voorlaatste hand leggen aan het ontwarren van kilometers kabels en het vinden van de juiste vrouwtjes bij de mannelijke pluggen. In de verte rijst af en toe een scherpe fluittoon op en een stem die test test test op verschillende stemhoogtes via microfoons door klankkasten jaagt. Een experimenteel gedicht? De traditie komt even om de hoek gluren in de vorm van een dame, glas cava in de hand, Meine damen und herren... welkom op de tweede editie van... blablabla en chachacha. Prosit. Applaus. Waarop alle aanwezigen zich omdraaien en de schotels met drankjes en hapjes eraan moeten geloven. Doek op!

Nachtdieren

De locatie grenst aan de Spree, de rivier die de stad in twee verdeelt. Deze kant is West-Berlijn, de andere Oost-Berlijn. Om van het hotel naar de locatie te gaan, of omgekeerd, moet telkens de rivier worden genomen. Al is het nu één stad, er is nog altijd een cultuurschok. Maar kein Berliner die het gezegd wil hebben. Zeker niet op het festivalterrein, waar er overigens meer Nederlanders en Vlamingen rondlopen dan Duitsers. Flachland is niet Theater aan Zee maar Theater am dem Spree. Kleinschaliger en het grote publiek moet nog gevonden worden. Ik denk dat de nacht beter zou zijn voor dit festival dan de dag en de vooravond. Berlijnse jongeren zijn nachtdieren. Dan komen ze met tienduizenden uit hun holen. Ik kuier door verlaten werkplaatsen en over terreinen die langzaam maar zeker weer door de natuur overgenomen worden. Onkruid tiert welig. Het stoort niet. Het schenkt een gratie aan het gebeuren dat door de kinderen en kleinkinderen van de flowerpowergeneratie is opgezet. Een voorbeeld: een jongeman spreekt me aan. Ik denk dat u mijn vader kent. Ik ben de zoon van Franz Marijnen. Joachim. - Aangenaam. Zo, jij volgt blijkbaar het spoor van je vader. - Ik ben met mijn vader meegegaan naar Rotterdam, toen hij daar intendant werd van het Ro-theater. - We toasten. Hij haalt herinneringen op aan zijn kindertijd en ik aan de belevenissen met zijn vader en zo komen oude voorstellingen, zoals die van Jules Verne en Jan Cremer, weer tot leven.

Gerard Reve

Onze aandacht wordt gestolen door een jonge vrouw die een zanger voorstelt. Solo, pseudoniem van Michiel Flamman. Een Nederlander die Engelse liedjes zingt maar telkens begint met een op muziek gezet gedicht. Morgen, zaterdag, is Harry Mulisch aan de beurt en zondag Rutger Kopland. Vandaag zingt hij - in het Duits - een gedicht van Gerard Reve. Alleen [Allein]. Hij schreef het ontzettend sfeervol gedicht - Ludwig II van Beieren verschijnt in beeld - op 16-jarige leeftijd, in 1939.

Weit auf das dunkle Meer hinaus

fuhr ich einmal im kleinen Boot;

der Wind blies nicht und ohne Stoβ

der Wogen trieb ich wortlos fort

und schaute um mich rum:

ein Fisch, der sich durchs Wasser schob

ein Vogel, der die Luft durchstob

ich dachte dort in meinen Boot:

ein Fisch, der durch das Wasser schiebt

ein Vogel, der die Luft durchstiebt

und ich in meinem Boot.

Het typisch Reviaanse in zijn puberale vorm. Op de gitaar. Vreemd, maar toch verklaarbaar. Generaties lopen elkaar net als mensen voortdurend tegen het lijf en kunst en letteren getuigen van hun tijd maar zijn tijdloos.

De charme van het gepruts

De avond valt. In afwachting van de Vlaamse dichtersseance verken ik het terrein. Op de Spree heeft iemand een drijvend zwembad gebouwd. Een rechthoek appelblauwzeegroen in bruin stromend water. Twee douches. De bezoekers worden uitgenodigd een duik te nemen. Een bordje: Verboden het ponton te betreden met schoenen en kleren. In de uitgeleefde werkplaatsen worden video's vertoond, iemand heeft een toren van de meeste diverse kasten gemaakt. Opvallend is dat alleen vrouwen de laden open en dicht schuiven en kijken of er wat in de kastjes zit. Allemaal leuk en goed en wel. Het enige jammer is dat de namen van de artiesten noch de titels van hun werken op bordjes aangegeven is. Akkoord, het is geen museum, maar enige duiding en verklaring zijn de kruiden van het gerecht. Je voelt aan dat de jonge performers zeer goed weten wat ze willen, maar ook dat ze nog op zoek zijn naar de beste manier ter presentatie van hun kunnen. En meer en meer gaan kunstdisciplines in elkaar op. Soms op een stuntelige wijze, maar waarlijk welgemeend. Gepruts heeft ook zijn charme.

Vlaamse reuzen

Acht uur. Daar gaat de gong voor Die weissen fickenden Kaninchen, het Vlaamse gedeelte van de dichtersavond en genoemd naar een versregel van Els Moors. Zij is het ook die de spits mag afbijten. Rustig maar statig leest zij haar gedichten voor in het Duits. Eentje in het Nederlands 'dat niemand begrijpt'. Tiens. Zo duidelijk als een maagdelijk bergmeer. Elke vrouw moet de moeder van haar geliefde doden, alvorens de liefdesdaad een spel van opperst genot voor de man kan worden.

kom ik leg je moeder om

kom ik leg je moeder neer

met een pik of een houweel

op een vloer en zij moet vallen

sta ik soms niet wijdbeens klaar

met een komkommer tussen je benen

dit is geen kurkentrekker

nu je oud genoeg bent en je weet waar de champoofles staat

ik leun voorover tot je vanachter in me komt

en het is niet eens nacht

kom ik leg je moeder om

kom ik leg je moeder neer

met een pik of een houweel

en in het mulle zand glijden we naar beneden

later krijgen we toch water

later houden we op

Na Els Moors is het de beurt aan Jess De Gruyter. Hij treedt niet lijfelijk op. Zijn deelname beperkt zich tot collages van foto's van filmsterren en -posters. Tussen elke dichter is er een montage. De eerste wordt ondersteund door muziek van Enio Moricone, die hij maakte voor Le clan des Siciliens. Reinhout Verbeke betreedt het podium. Zijn gedichten zowel als zijn voordracht doen me denken aan Herman De Coninck. Maar de gedichten van Verbeke missen de meisjeskamerlucht die die van De Coninck zo sterk hadden. Collage. De beurt aan Eva Cox. Haar stem en lichaamstaal is die van een waarzegster in een kermistent behangen met Oosterse tapijten uit het Kortrijkse, gebogen over een witte, lichtgevende bol en zwaar weer voorspelt. Collage. En daar is hij dan. Pletwals Andy Fierens. Moeiteloos verovert hij de gunst van het publiek. Ja, ook van de Duitsers. Al is zijn Duits vers omgeploegde poldergrond. Maar hij straalt de charme uit van een marskramer die er werkelijk van overtuigd is dat zijn potloden ook kokosnoten kunnen scheren.

Designpoëzie

Na een korte pauze is het de beurt aan De Hollanders. Wintertuin, een literair activiteitenbureau uit Rotterdam is hier aanwezig met een sterke delegatie. De eerste avond is Maartje Wortel present, bijgestaan door Matthias Reuter aan de synthesizer. Maartje zingt op zeemzoete toon haar poëtische teksten, een mix van Duits, Frans en Engels. Tijdens haar één uur durende performance schuift ze met papieren vormpjes en cellofaan aan een tafel gezeten. De figuren verschijnen via een overheadprojector op een scherm. Designpoëzie. Metamorfoses. Theo van Doesburg en Piet Mondriaan zijn niet ver weg. En Nederlanders raken hun calvinistische trekjes niet, nooit kwijt. Er zit altijd iets belerend in hun werk. Op de rand van het pedante. Freek de Jonge is net zo. Altijd figuurlijk met het vingertje zwaaien. Toen hij uitgepuberd was, moest hij kiezen, dominee of cabaretier. Fons Jansen van de Lachende Kerk heeft in de jaren zestig met zijn katholieke humor Freek en vele nakomelingen de juiste weg gewezen. De leden van Wintertuin zijn daar het zoveelste bewijs van.

Als ik rond middernacht hotelwaarts keer kom ik in een zee van jongeren terecht. De jeugd maakt een derde uit van de Duitse hoofdstad en 40% heeft geen werk. Maar hun wapen is de macht over de nacht. De Spree overstekend schiet mij een dichtregel van Pablo Neruda door het hoofd: De nacht is aan scherven gevallen en ver weg huiveren de sterren blauw.

Guido Lauwaert

Onze partners