Guido Lauwaert
Guido Lauwaert
Opiniemaker
Opinie

30/12/10 om 21:32 - Bijgewerkt om 21:32

Theater: Een monnik in München - brief 2

Simons geslaagde 'Hotel Savoy' bij Münchner Kammerspiele zal wéér niet in Vlaanderen te zien zijn. Dank u, minister Schauvliege!

Theater: Een monnik in München - brief 2

© LSD / Lenore Blievernicht

Een roman vertellen. Met meerdere mensen. Daar komt het op neer. Een vertoneling. Je kan er geen bezwaar tegen hebben als het goed gedaan is. Het zo is gedaan dat je er geen roman meer in ziet, maar een heus toneelstuk. Koen Tachelet is daar zeer bedreven in geworden. Dat bleek weer eens gisterenavond bij de laatste voorstelling in de Münchner Kammerspiele van Hotel Savoy, naar de roman van Joseph Roth.

Pluche in de gang

Regisseur was/is Johan Simons, de 'Intendanz' van dit gerenommeerde gezelschap. Hij liet de schouwburg links liggen en zette de productie op in de tweede zaal, een pracht van een zo goed als splinternieuw gebouw waar het pluche in de gangen is gebleven. De zaal zelf, de Spielhalle, is het kleine broertje van de turbinehal van Tate Modern. Je kan er je fantasie de vrije loop laten. En dat moet ook, wil je de omzetting een realistisch elan bezorgen. Iets gelijkaardigs aan wat wordt ervaren door de lezer als hij zo opgaat in het lezen van een roman dat hij zijn eigen tijd en ruimte vergeet.

Simons, zo bleek maar weer eens, is een locatieregisseur par excellence. Hij kan regisseren in een schouwburg maar is op zijn best als hij van een lege ruimte of kale vlakte kan vertrekken. Eentje die niet ruikt naar en smaakt als een theaterzaal. Je ziet wel dat het een speelruimte is, door de vele spots en kabels aan de muren en het plafond, maar daar houdt het ook mee op. Ik kan mij best inbeelden dat Simons met een boek of een gegeven in het achterhoofd, de voorstelling al ziet, nog voor er een aanzet van het repetitieproces is geweest. Omdat hij niets ziet dan een voor hem natuurlijke omgeving. Een klassieke theaterzaal geen stoornis veroorzaakt op de achtergrond van zijn hoofdelijk projectiescherm.

Roth & Simons

Joseph Roth was een Duits [Oostenrijks] romanschrijver en essayist. Geboren in 1894 stierf hij in 1939 in Parijs. In WO I was hij soldaat, daarna journalist. Hij leidde een onrustig reizend leven. Emigreerde in 1939, de dag van de Anschluss, naar Parijs, verbleef vaak in Amsterdam en stierf in een armenziekenhuis. Maar meer dan journalist was hij romancier. Toch hebben zijn romans een journalistiek tintje, namelijk de kunst van de afstandelijkheid en toch een zekere betrokkenheid. Zelfs als ze in een verslag of een interview niet aan bod [mogen] komen.

Hotel Savoy, geschreven in 1924, behoort tot zijn vroege romans. Hij behandelt thema's die ook gelden voor de tijd na WO II, na Vietnam, na Irak, na elke oorlog van formaat: thuiskomst, schuldgevoel of heldenstatus, teleurstelling, een gevoel van verdere overbodigheid nu de klus in staatsdienst erop zit, zeker bij invaliditeit. En een invalide ben je gauw, als je weken, maanden, jaren onder een kogelregen hebt geleefd. Bijkomende zaak: na de miserie van het front kom je in een maatschappij terecht waar er op los geleefd wordt. Na WO I ontaardde dit onder meer in een superinflatie. Het geld van gisteren was de dag daarop niets meer waard. Op een gegeven moment kostte een brood 1 miljoen mark. Geld werd waardeloos.

In 1977 was er in het raam van Europalia Duitsland een tentoonstelling over Duits Inflatiegeld in de beginperiode van het interbellum. De kleine bijhorende catalogus toonde zeer goed aan dat papiergeld in wezen waardeloos is en bij de instorting van de financiële markten de ruilhandel de maatschappij overeind houdt en redt.

Kwaliteitsvol zootje ongeregeld

De enscenering speelt letterlijk en figuurlijk met de maatschappijkritische elementen van de roman. Onder invloed van Simons wordt de spelersgroep werkelijk een zootje van ontregelde mensen, op zoek naar hun plaats in de nieuwe tijd. Vanuit het hotel dromen ze van Amerika, want hier in Europa is er geen plaats meer voor hen. De Nieuwe Wereld wordt hun zelf verzonnen beloofde land, dat aan bereikbaarheid wint naarmate ze er meer en meer over praten. De kwaliteit van de spelersgroep mag in de enscenering ook niet onderschat worden. De Duitse acteurs zijn een klasse apart. Er spelen ook een paar Nederlandse acteurs mee, Pierre Bokma en Katja Herbers. Zij zijn de gestoomde melk in de cappuccino. Het decor is tot een minimum herleid. Een tegelvloer in verval. Een gat in de vloer, lengte, breedte en diepte van een graf. Een trap neerwaarts. Een lift met een salon als in een bordeel, wat voor de kleine man een paleis is. Psychologisch goed bekeken.

De keuze van de naam van het hotel door Joseph Roth is sardonisch. Het huis van Savoye heerste over Italië, tot het Italiaanse volk na WO II voor de republiek koos. Op grote voet leven was des dagelijkse kost voor dit koninklijk zootje. De troep die het vervallen hotel bewoont, is goed en wel bekeken ook een adellijke familie. En zo gedragen ze zich ook in hun miserie. Tot de kapitalist opdaagt en hun vernedert. Daarenboven, het luxehotel Savoy bestaat nog steeds en werd gesticht door een joodse familie. Het enige wat mij stoorde was de uitspraak van de naam van het hotel. Savoy wordt Savooi. De dubbele laag, arm is rijk en rijk is arm, gaat er door verloren.

Maar goed. Het is Simons gelukt het gebeuren uit de roman van een kleine honderd jaar geleden naar het heden te katapulteren. Het Duitse bourgeoispubliek, gewend aan een seizoensopener in de statige schouwburgzaal, stond aanvankelijk sceptisch, door de keuze van de Spielhalle. Maar het reageerde enthousiast en de recensies waren niet mis. Staande ovaties op papier. Johan Simons heeft bewezen dat hij een conservatief milieu, en Beieren is daar toch het grote voorbeeld van, aan kan. Hij blijft zichzelf. Een knotwilg. Zelfs in een paradepark en tussen maatpakken.

De voorstelling is in januari 2011 nog te zien in Amsterdam en Den Haag. Opnieuw een blamage voor Vlaanderen. Waar niet enkel de theaterdirecties verantwoordelijk voor zijn, maar ook de minister van Cultuur. In crisistijd moet men bezuinigen, dat is juist. Maar niet in de kunstsector. Dan moet men juist investeren. Deze theatermonnik heeft het haar begin dit jaar al gezegd in Poznan, Polen. Maar ze heeft de gemakkelijkste weg gekozen, onder invloed van incompetente medewerkers. Jammer, jammer, jammer.

Guido Lauwaert

Onze partners