Els Van Steenberghe
Els Van Steenberghe
Els Van Steenberghe is theaterrecensent.
Opinie

20/03/14 om 13:07 - Bijgewerkt om 13:07

Theater: Een hapje Whiskas, iemand?

Te midden de lege kattenvoerblikken, de plakkerige tissues, de vertrapte drinkkartonnen, de opengescheurde crackerdozen én een dubbel dozijn zwerfkatten trachten moeder Gene Bervoets en dochter Chiel Van Berkel zich staande te houden in het bonte 'Grey Gardens' van Abattoir Fermé.

Theater: Een hapje Whiskas, iemand?

© Stef Lernous

The Play = Grey Gardens

Gezelschap = Abattoir Fermé

In een zin = Dit stuk is een rommeltje en daardoor een pareltje.

Hoogtepunt = Etenstijd breekt aan waardoor de voorstelling niet alleen een feest voor het oog en marteling voor het oor wordt maar daarbovenop ook een ware kattenvoerkwelling voor de neus. En dat maakt het - raar genoeg - tot een nog geslaagdere voorstelling over de overlevingskracht van twee wanhopige en tot elkaar veroordeelde wezens.

Score = * * * *

Quote = 'Ik moet hier weg'

Vochtige papieren zakdoekjes, lege blikken honden- en kattenvoer, lege crackerdozen, vertrapte drinkkartonnen en prachtige katten-uit-papier-maché. Dat zijn zowat de hindernissen waar je je voorzichtig doorheen moet ploegen om een (vuil) zitje te bemachtigen in Grey Gardens van Abattoir Fermé. Intussen wordt je aangestaard door twee paar groezelige dames in een nog groezeliger bordkartonnen bed.

Na het zien van de documentaire Grey Gardens (1975) van de gebroeders Albert en David Maysles voelde regisseur Stef Lernous het kriebelen. De documentaire toont het schrijnende bestaan van Edith Beale en haar dochter Edith (jawel) Beale. De dames (achternichten van Jackie Kennedy) waren ooit welgesteld. Anno 1975 leefden ze nog steeds in een kast van een huis dat evenwel verkrot was en getransformeerd tot een vuil, stinkend bakstenen gevaarte waar katten rondzwierven en wasberen zich te goed deden aan de door vocht verterende muren.

Hun hoofd is even rommelig als hun huis. Ze hebben de moed niet meer om alle pijn en frustratie op te ruimen. Te veel gekwetst in hun leven met een chronische lusteloosheid tot gevolg. Lernous toont zich alweer een meester in het componeren van visueel verrukkelijke scènebeelden. Maar het zijn meer dan zomaar wat mooie 'rommelplaatjes'. Hij sommeerde niemand minder dan Gene Bervoets en Chiel Van Berkel als moeder en dochter. Door twee vrolijk geschminkte mannen in bommajurken op te voeren, ontstaat een spel dat je aanvankelijk ontzettend grappig vindt maar gaandeweg ook erg tragisch blijkt.

Deze vrouwen hebben zichzelf zo laten gaan dat ze elk sprankeltje eigenheid en vrouwelijkheid verloren hebben en verschrompeld zijn tot een schrijnende, geslachtsloze, tierende wezens die rondscharrelen in hun eigen vuil en niet (meer) luisteren naar elkaar. Enkel het publiek luistert nog en daar maken ze gretig gebruik van. Het publiek is hun enige toevlucht (in de film was dat de cameraman). Aan hen kunnen ze hun échte bekommernissen kwijt.

Gaandeweg komen er barsten in hun smoezelige, tierende masker. Uit die barsten gulpt weltschmerz. Dan wordt er gezongen of gedanst en gedronken. Al starend naar of zelfs babbelend met het publiek. De twee acteurs laten zich al eens meeslepen in die dialoog met het publiek. Dat maakt het spel soms wat rommelig. Al is dat niet zó erg in een stuk waarin de rommel het gemis aan genegenheid verbeeldt. Dit stuk is op elk vlak een rommeltje en daardoor een pareltje.

Smaakmaker:

Els Van Steenberghe

Meer info: www.abattoirferme.be

Onze partners