Theater: De mayonaise plekt maar p(l)akt niet

24/11/14 om 08:00 - Bijgewerkt om 12:15

Bron: Knack Focus

Vijf kornuiten van het KIP en Theater Antigone kijken in 'De slimme de domme de gladde en de dode' over hun volwassen geworden schouder naar hun jonge jaren en doen dat rouwend, kokhalzend, zuipend, vretend, huilend én gierend. Met te onstuimig rock-'n-roll-theater als resultaat.

The Play = De slimme de domme de gladde en de dode

Gezelschap = Het KIP en Theater Antigone

In een zin = Amusant, vol straffe beelden maar te oppervlakkig.

Hoogtepunt = Terwijl Arend Pinoy omgekeerd in een wc-pot hangt, ligt Pieter-Jan De Wyngaert dood te gaan in de badkuip. Intussen zuipt Yahya terryn zichzelf stomdronken al leunend tegen die badkuip en bekomt Boris Vanseveren tegen het fornuis van een cocaïnetrip... 'Moeder, wij rouwen', zou het onderschrift bij dat beeld kunnen zijn.

Score = * *

Quote = 'Wij zijn allemaal schapen zegt hij / En om te overleven zegt hij / Moet ge niet proberen rapper te lopen dan de wolf.'

'Heeft een kip een kut?', op die vraag volgt een resem vage antwoorden én een exuberante scène waarin Boris Vanseveren - als de gladde, succesrijke Tony - het achterwerk van een pas gegaard kippetje uitgebreid monstert en betast. Lezers die zelfs dit al te veel van het 'goede' vinden, geven we de wijze raad weg te blijven van De slimme de domme de gladde en de dode, onbeschaamd vunzig theater met een week hart van Theater Antigone en Het KIP.

Vier heren - Tony, Marc, Charlie en Adam - zien elkaar na jaren terug. Kinderen, huwelijken, drankverslavingen, vadercomplexen,... zorgden ervoor dat de vier in die jaren van jongens tot mannen uitgroeiden met grijze haren, een buikje en vooral veel ballast op de schouders en het hart. Dat een van hen de ratrace ontspringt door uit het leven te stappen, dwingt de anderen tot stilstand. Ze zoeken elkaar terug op in het morsige studiootje van rampkok-in-opleiding Charlie.

Tom Dupont regisseert vier acteurs die van geen kleintje vervaard zijn. Met de snik in de stem frommelt Arend Pinoy (als Charlie) zich met plezier (en gemak) in de lege wc-pot in het appartement (omgeven door plastic schroot), terwijl Boris Vanseveren (Tony) zonder moeite op een dun ijzeren randje balanceert. Yahya terryn is de wat bedachtzamere Marc die pas na de nodige pintjes zijn gore zelf herontdekt. Pieter-Jan De Wyngaert heeft de weinig dankbare rol de dode Adam te spelen. Hij verschijnt op alle (on)mogelijke plekken in en rond het decor als een schim, een soort vleesgeworden herinnering.

Daar gaat regisseur en auteur Tom Dupont uit de bocht. Hij laat De Wyngaert van bij aanvang met de rug naar het publiek plaatsnemen waardoor De Wyngaert als Adam werkelijk nooit kan communiceren met het publiek. Dat degradeert hem tot een stuk decor waar je amper aandacht aan besteedt. Heel jammer. Die oppervlakkigheid zit ook in de uitwerking van de verschillende karakters: waarom stapte Adam uit het leven? Waarom worstelt Marc met een drankverslaving? Waarom is Charlie een clown met een triest hart? Wat wil de op geld jagende Tony bereiken? Geen van die vragen wordt - zelfs maar suggestief - beantwoord. Dupont laat de vier zowel in taal als in spel enkel crashen op/in hun huidige (teleurstellende?) leven en daarover losjes filosoferen. Doordat je als toeschouwer amper kan inschatten wie die mannen zijn, krijgen hun exuberante daden niet meer meerwaarde dan die van pure acrobatiek.

O neen, we hebben ons geen minuut verveeld. Daarvoor spelen de vier acteurs met te veel spelplezier en storten ze zich met te veel overgave van de ene gewaagde scène in het andere mayonaisegevecht. Heerlijk om te zien! Maar dat de drie (of de vier, als je er de dode Adam bij telt) aan het rouwen zijn is enkel zichtbaar en pas op het einde écht voelbaar. In het pakkende slot zit zo veel meer betekenis, kracht, gelaagdheid en gevoeligheid. Waardoor je na het lachen om de fratsen, toch vooral met een hol, onbevredigd gevoel achterblijft. Vooral omdat je dan ontdekt en gehoord hebt, welke prachtige frasen Dupont uit zijn pen weet te wringen. Zinnen die in De slimme de domme de gladde en de dode te zeer bedolven worden onder en gedomineerd worden door ogenschijnlijk zinloze excessen. Zinloos omdat de woorden ontbreken die de zinvolheid van al het geklooi met kippetjes, sausen, bloem en urine enigszins zouden kunnen verwoorden...

Els Van Steenberghe

Meer info: www.hetkip.be, www.antigone.be

Lees meer over:

Onze partners