Theater: Burlesk maar braaf

28/01/15 om 06:00 - Bijgewerkt om 00:28

Bron: Knack Focus

De Bende van de Prins serveert in 'Tocht' een luchtige versie van de Theseusmythe. Dat levert een leuke voorstelling op die geen moment verveelt maar wél kansen laat liggen om meer dan leuk te zijn.

Theater: Burlesk maar braaf

© Els Deventer

The Play = Tocht

Gezelschap = De Bende van de Prins

In een zin = Een wat voorspelbare, maar heerlijk dynamisch gespeelde Tocht die vooral beklijft als de acteurs uit de band springen, zingen, stoeien met het decor, zand uit hun schoenen schudden en een loopje nemen met het verhaal.

Hoogtepunt = Wanneer Wouter Bruneel als Theseus onder water verdwijnt, begint hij een blubtaaltje te spreken. Een grappig én prachtig beeld omdat er eindelijk wat (blauwige) schwung komt in het scènebeeld.

Quote = 'Ik moest hem wakker kussen, zoals in de sprookjes. En weet ge wat? Het werkt.'

Meer info: www.debendevandeprins.com

Zalig spel, mooi decor en toch wringt er iets aan deze uiterst bevattelijke Tocht voor iedereen vanaf tien jaar. De Bende van de Prins levert een vermakelijke, helder geschreven en straf gespeelde voorstelling af die oké is. Weinig meer dan oké wegens een weinig ambitieuze regie.

De Bende van de Prins is het geesteskind en gezelschap van Pepijn Lievens, acteur en auteur. Voor Tocht dook hij de Griekse mythologie in en diepte er de mythe over Theseus en Ariadne uit op. Als geen ander weet Lievens klassiekers naar de leefwereld van hedendaagse kinderen en jongeren te verplaatsen. In dit geval door van Theseus en Ariadne stiefbroer en stiefzus te maken die in hun schooluniformpje thuis arriveren en daar zien dat hun ouders vermoord zijn. Wat volgt, is een hilarische tocht naar de moordenaar én een tocht door de Griekse mythologie. Verdraaid goed gevonden en het levert een verrassend avontuur op voor de kinderen én voor de volwassenen. Lievens combineert de structuur van een speelse 'dropping' met de rijkdom van de Griekse mythologie en brouwt een verrassend helder en grappig geschreven stuk over het verwerken van verlies.

Wouter Bruneel en Sofie Palmers zijn Theseus en Ariadne. Bruneel bespeelt als vanouds met een aanstekelijke flair de dunne grens tussen slapstick en ernst. Palmers hanteert een wat meer ingetogen acteerstijl. De twee houden elkaar in evenwicht, al heeft Palmers iets meer moeite om proleemloos te switchen tussen de grappige scènes en de droevige momenten.

In een piste van zand, afgeboord door kratten en lege bidons, ondernemen ze hun tocht. Walter Janssens lijkt daarbij een regie te voeren die zo ongevaarlijk mogelijk is. Hij dient de tekst van Lievens maar voegt geen extra laag of eigen portie zotheid toe in de regie noch de scenografie. Daardoor blijft het spel steken in leuk maar vrij oppervlakkig acteren en met guitig opgetrokken wenkbrauwen op (rouw)avontuur trekken.

Het resultaat is een wat voorspelbare, heerlijk dynamisch gespeelde Tocht die voor het jonge volkje ongetwijfeld een verrassende, prikkelende kennismaking met de Griekse mythologie is en vooral beklijft als de acteurs het verhaalverloop eindelijk eens ontspringen door te zingen, het zand uit hun schoenen te schudden of te stoeien met het decor. Janssens laat de beide spelers de tekst luchtig en olijk opvoeren maar inspireert hen niet tot méér. Dat wringt en is eigenlijk niet oké.

Els Van Steenberghe

Lees meer over:

Onze partners