Guido Lauwaert
Guido Lauwaert
Opiniemaker
Opinie

20/11/10 om 16:23 - Bijgewerkt om 16:23

Theater: Berlin ist Berlin - Brief 1

Guido Lauwaert - in Berlijn - mijmert over de tijd toen Knack ook een ballon was. En hij blikt vooruit naar de Berliner Festspiele.

Theater: Berlin ist Berlin - Brief 1

Isabelle Huppert op het podium! Wie ooit Bertrand Taverniers film Coup de Torchon zag wil ooit Philippe Noiret en Isabelle in het echt zien. Voor Noiret is het helaas te laat. Voor Huppert een zeldzame kans. In het kader van S pielzeit'europa. © Pascal Victor

Halverwege de jaren zeventig tot eind van de vorige eeuw vloog mijn oudere broer Michel met warmeluchtballons. Het was nog de tijd dat een luchtballon een zeldzaamheid was. Na een opleiding bij een Waalse piloot kocht hij in Engeland een tweedehands en wist de directie van de Vlaamse Automobilistenbond [VAB] te strikken om in koeien van letters de naam van hun hulpdienst voor chauffeurs in nood op de ballon te laten zetten. Menig chauffeur belandde op de pechstrook na het aanschouwen op lage hoogte van EUROPECH.

Na een paar jaar was de ballon zo poreus geworden dat hij moest blijven stoken om het gevaarte de lucht in te krijgen, en vooral te houden. Tijd voor een nieuwe ballon. Maar wie zo enthousiast gekregen dat hij de aanschaf financierde? Ik knoopte de veters van mijn schoenen wat vaster en hup, naar de Meiboomlaan in Roeselare. Kort daarna konden wij in Bristol bij mister Cameron van Cameron Balloons een ballon ophalen, waarop een pracht van een logo blonk: Knack.

Berlin ist Berlin

Geruime tijd later verhuisde mijn broer naar Spanje en verhuurde zichzelf en zijn derde ballon aan toeristen die wel eens hun vakantieverblijf vanuit de lucht wilden zien. De drukste passagiers waren Duitsers. Toen we eens een Duits koppel uit Berlijn in de mand hadden, feliciteerde ik ze met hun respect voor de vlucht en de natuur. Grote tegenstelling met landgenoten uit andere delen van het rijk. Waarop de vrouw antwoordde - de linkerhand licht geheven, duim en wijsvinger tegen elkaar: Berlin ist Berlin.

Vandaar de titel waarmee ik jullie de komende dagen verslag uitbreng van een verblijf in de Duitse hoofdstad. De aanleiding is de Berliner Festspiele, het meest prestigieuze theaterfestival van Duistland. Op het programma staat onder meer Raven Ruëlls Mission, van David Van Reybrouck, en Sidi Larbi Charkaoui / Damen Jalet met Babel [words]. Tegen de tijd van hun aantreden ben ik al lang terug in ons geliefde vaderland, want die voorstellingen heb ik gezien. Waar mij vooral aantrok, is Un tramway, naar A Streetcar named Desire van Tennessee Williams. De voorstelling is een productie van het Parijse Théâtre de l'Odéon. Regisseur is de Pool Krysztof Warlikowski. Benieuwd wat de Pool er van bakte, maar mijn knabbelende nieuwsgierigheid geldt vooral voor de hoofdrol, Isabelle Huppert.

Berlin ist Isabelle Huppert

Grote fan van James Joyce was ik present op de Belgische première van The Dead, naar een verhaal uit Dubliners van James Joyce, de laatste film van John Huston. De voorstelling was georganiseerd door De Standaard en ging door in de Brusselse zaal Le Passage. Al even snel was en ben ik erbij als een film van Huppert het Belgische scherm haalt. Haar spel lijkt uit de mouw geschud. Dat is schijn. Haar naturel van de set verschilt niet van die van de keuken. De uitstraling zit hem in details. Ze maken het personage. Nooit aangezet, altijd subtiel, zoals een schets van Picasso. Je ziet een zelfzekere hand, terwijl het zwarte potlood nauwelijks het witte blad beroerde. Een paar jaar geleden was Madame Huppert te gast in De Singel, maar gezondheidsproblemen verhinderden aanwezigheid.

Berlin ist Kultur

Achter de aanleiding schuilt echter nog een tweede reden van mijn tocht naar Berlijn. De erbarmelijke oorlog [The Pity of War] van Niall Ferguson is een boek dat eenieder die de details wil kennen over de aanloop naar de Eerste Wereldoorlog gelezen moet hebben. In hoofdstuk 6 noteert hij dat het doel van baron Ludwig von Falkenhausen was om 'de grote, gesloten economische systemen van de Verenigde Staten, het Engelse en het Russische rijk te evenaren met een even solide economische blok dat alle Europese staten vertegenwoordigde [...] onder Duitse leiding, ...'.

Met andere woorden, Duitsland heeft van de dagen van augustus 1914 tot 11 november 1918 getracht een Europese Gemeenschap te stichten. De Oostenrijkse dienstontduiker die zich wat later bedacht en zich in Beieren voor de dienst aanmeldde, Adolf Hitler, probeerde het nogmaals, van halverwege de jaren dertig tot midden de jaren veertig. Berlijn mag dan in de Parijse EG-pap roeren, het is Brussel en Londen die voor de paplepel zorgen.

Militair en politiek is het Duitsland dus niet gelukt de hoofdstad van de Verenigde Staten van Europa te worden. De Duitsers geven een droom echter nooit op. Lukt het niet langs die en die weg, welke blijft er dan over? En zo zien we dat Berlijn sinds de val van de Muur uitgegroeid is, en zijn positie nog dagelijks aan het versterken is, tot de ware culturele hoofdstad van Europa. Want zoals ein Berliner tijdens mijn eerste verblijf zei: Die Kunst ist die Macht. Het maffe is dat voor dat streven alles en iedereen bruikbaar en inzetbaar is. Zelfs de jeugd uit de marge. Mijn generatie, die van de late jaren 40, heeft zeer goed begrepen dat de jeugd de kunst maakt. Dus krijgen de jongeren, individueel als in groepsverband, niet alleen geld maar vooral materiële ondersteuning. Leegstaande fabrieken, toonzalen worden met de stille steun van de overheid bezet door jongeren. Die er naar hartenlust mogen freewheelen.

Enkele maanden geleden heb ik al eens een week de Berlijnse kunstsfeer geproefd. De Berliner Festspiele is het theatersalon van de bourgeoisie. Het zal mij echter niet beletten om elk vrij moment naar de Spree te trekken, waar de kades het exclusieve terrein zijn van zoektochten naar nieuwe kunsttrends. Dada, gaga, kaka, whatever... nach Berlin!

Guido Lauwaert

Info: http://www.berlinerfestspiele.de/

Onze partners