Theater aan Zee: Is Rebekka de Wits 'Presentatie van een ongecensureerd moppenboek' te oprecht?

08/08/15 om 22:00 - Bijgewerkt op 09/08/15 om 00:04

Bron: Knack Focus

Rebekka de Wit deelt de scène met souffleur Willem de Wolf en met inspirator en 'vijand' Johan Van Assche (op scherm). Samen gaan ze de strijd aan tegen het cynisme. Ze verliezen. En dat ligt niet zozeer aan de voorstelling...

The Play = Presentatie van een ongecensureerd moppenboek

Gezelschap = Rebekka de Wit vertelt hoe eerlijk en vriendelijk haar vader was geweest tegen de verzekeringsambtenaar over de diefstal van hun wagen tijdens hun vakantie in Zuid-Amerika. Op het scherm grijnt Johan Van Assche. Het brengt de Wit - die naar het scherm kijkt - even van slag. En dat is exact wat haar ook regelmatig in het leven naast de scène overkomt en waarover ze nu vertelt.

In een zin = Rebekka de Wit deelt de scène met theatermaker (en voor de gelegenheid souffleur) Willem de Wolf en met inspirator en 'vijand' Johan Van Assche (op scherm). Samen gaan ze de strijd aan tegen het cynisme. Ze verliezen. En dat ligt niet zozeer aan de voorstelling...

Hoogtepunt = Rebekka de Wit

Quote = 'Ik wilde de vijand redden Maar hij laat zich niet redden'

Meer info: www.uitinvlaanderen.be

'Pff, hier hebben we geen zin in', dat is zowat de uitdrukking op de gloeiende, bedrukte gezichten van het publiek na Rebekka de Wits Presentatie van een ongecensureerd moppenboek. Wellicht ligt het aan de hitte in de zaal, de luim van een verzadigd festivalpubliek en misschien ook aan het soms te gelijkmatige vertelritme van Rebekka de Wit. Maar bovenal ligt het aan de ongemakkelijk directe manier waarmee de Wit ons met ons van cynisme doordrongen denken en doen confronteert.

Binnenkort ligt haar romandebuut (waarover ze in Knack van 06 augustus 2015 vertelt) in de winkel. Die literaire pen laat zich ook gelden in de zorgvuldig gecomponeerde taal van deze monoloog. De ene gebeeldhouwde zin volgt de andere op. Filosofie, levenswijsheid en levenstwijfels knoopt de Wit tot stevige zinnen die je graag nog eens zou willen nalezen nadat ze uitgesproken zijn. Af en toe vergeet ze een regel. 'Tekst?', vraagt ze. En dan souffleert Willem de Wolf - die op een houten kubus achter haar zit - de volgende zin. Door af en toe om 'tekst' te vragen, toont ze zich als performer op haar kwetsbaarst en zo oprecht mogelijk. En dat is exact hoe ze in deze creatie op de scène wil staan, het hoofd biedend aan een vijand waar ze vooralsnog geen verweer tegen heeft: het cynisme. De belichaming van die vijand is voor de gelegenheid een van de toneeldocenten die haar het meest dierbaar is: acteur Johan Van Assche. De speech die ze op het toneel afsteekt, is de speech die ze tegen hem uitsprak en opnam. Terwijl de luisterende Van Assche op een groot scherm geprojecteerd wordt, staat de Wit - op een paars tapijt waarvan de kleur doet denken aan de religieuze gewaden van christelijke priesters - op de scène en steekt er dezelfde speech af.

Ze begint en eindigt die speech met een gebed. Omdat de voorstelling ook een gebed is. Want de Wit bidt de samenleving zich niet vast te klampen aan (of te verstoppen achter) te holle ideeën als 'zo werkt de wereld nu eenmaal' of 'de mens is en blijft een egoïstisch wezen' of 'je moet het spelletje maar meespelen'. Van Assche luistert met interesse, ontroering en liefde. Hij lacht als de Wit vertelt over de ontnuchterende confrontatie met de verzekeringsbeambte tegen wie ze té eerlijk waren geweest. Hij volgt geïntrigeerd haar suggestie om de wereld(geschiedenis) op een andere manier te benaderen. En hij is zichtbaar aangedaan door de Wits poging om hem (tevergeefs) van zijn cynisme af te helpen. Die hoopvolle reactie blijft uit in de zaal tijdens Theater Aan Zee.

Na de Wits ontwapenende monoloog zijn de gezichten er eerder verveeld en opgelucht dan gelouterd. 'Wat wilde ze nu eigenlijk zeggen?', de vraag hangt suf in de warme lucht en lijkt een jammerlijke illustratie van hoe we als samenleving amper nog beseffen hoe zurig we in het leven staan. Zijn we dan zo vertrouwd geraakt met die harde, wat verbitterde visie op de werkelijkheid dat we iemand die zich kwetsbaar tegen die houding durft op te stellen niet appreciëren maar eerder fronsend aanstaren? Of lag het toch aan de hitte en de soms te rappe dictie van de Wit? Hopelijk blijft de Wit er in ieder geval wél zin in en de moed voor hebben om tegen deze 'pff-houding' op te tornen.

Els Van Steenberghe

Onze partners