Odegand by night

29/09/15 om 05:30 - Bijgewerkt op 28/09/15 om 23:37

Bron: Knack

Stilaan de klassieke afsluiter geworden: een [halve] nacht als slotfeest van Gent Festival van Vlaanderen. Helaas was de vermoeidheid bij de organistoren te voelen. Als het ook zichtbaar wordt, bederft dat de feeststemming bij de gasten.

Odegand by night

© Steven Hendrix

Odegand by Night zou een orgelpunt moeten zijn. Een laatste akkoord waarin de hele indianenstam van het festival een paringsdans ten bate van de liefde voor muziek geeft. Het bleek eerder een treurmars te zijn. Uitgeput deden alle indianen hun taak of hielden zich aan hun verantwoordelijkheid, zoals naast een beeld staan zodat niemand het schendt. Op de sokkel gaat zitten met een glas in de hand en zijn ellenboog op een marmeren knie legt, om een plastisch voorbeeld te geven.

De nightshow ging namelijk door in het Gentse Museum voor Schone Kunsten [MSK], een gebouw waarin sinds het overlijden van de legendarische directeur Robert Houzee geen leven meer zit, maar de dood van de muren zeikt. Eigenlijk verdient het museum een nieuwe naam: Kerkhof van Schone Lijken.

Onder die stemming en in dat familiegraf begon om halfnegen van den 26ste september het Octopus Kamerkoor o.l.v. Bert Van Reijn aan een aantal liederen, waarvan er maar een paar zuiver klonken. De koraalriffen van Bach hadden geen diepzee, enkel zwaar vervuild oppervlaktewater. Dieptepunt was Ich bin der Welt abhanden gekommen, één van de vijf Rückert-Lieder van Gustav Mahler. De dichter is in dat gedicht de weg verloren, maar daarom moet het koor dat niet doen.

Toegegeven: de locatie was niet ideaal. De [halve] rotonde van het Museum, waar Jan Hoet tot hij zijn eigen stek had, zijn plek begon, en aansluitend de achterliggende zalen. Ik heb er de zeppelin van Panamarenko weten hangen. Al was het een zaal, het luchtschip leek klaar om op te stijgen, het was wachten op het openschuiven van het dak, zoals dat bij een sterrenwacht gebeurt. Een magische belevenis. Maar voor theater en concerten is de ruimte ongeschikt. Door een erbarmelijke akoestiek.

Na de valse start was het de beurt aan Jef Neve. Samen met Dj Grazzhoppa ramde hij de toetsen van de vleugel, dat prachtig instrument waar de firma Steinway & Sons de beste exemplaren voor festivals in alle soorten en gewichten voor maakt. Het weerstaat weer en wind, wildeman en afgestofte pianist. Een geliefde en gewaardeerde componist, improvisator, helaas tapt Neve al te vaak uit hetzelfde vaatje. Brengt hij niet minder maar ook niet meer dan variaties op een thema. Waardoor na een halfuur de verveling toeslaat. De toeschouwers verliezen hun aandacht en verleggen die naar het aanspreken van bekenden en zelfs onbekenden. Gesprekken ontstaan waarin clichés de boventoon voeren. Over hoe schoon de veertiendaagse was. En eenmaal dat register geplunderd is, worden de details van het programma en het eigen leven en werk uitgerekt.

Rond 11 uur speelde Arne Sierens voor DJ. Of hij de toeschouwers aan het dansen kreeg weet ik niet, want uw vogel was al gevlogen. Hij kon niet langer de zwaarmoedigheid aan en werd moe van het zien van het verlangen van alle indianen naar hun eigen wigwam en totempaal. Het aardigste aan de hele avond was de passage langs de bookshop. Achter de balie zat een treurende dame. Ze fleurde op toen ze eindelijk een koppel een voet over de drempel zag zetten. In het midden van de shop is een stand met koopjes. Schitterende catalogi voor één tot acht euro. Vrienden en minnaars van de beeldende kunst op bezoek zondag bekeken ze en vroegen of ik er ook een voor hen kon gaan halen. Wat in de loop van de week zal gebeuren, als de lezer van dit verslag me niet voor is en de directie ze niet [tijdelijk?] verstopt heeft uit colère met mijn kritiek. Maar het is bovendien een bewijs dat ze liever naar Parijs gaan en Londen gaan, ja, zelfs naar Madrid, dan naar de musea in hun eigen stad.

De staf van de musea valt weinig te verwijten. Hooguit een gebrek aan moed en durf, om bij de burgemeester hard op tafel te slaan, 'en als dat niet helpt op zijn gezicht', zoals het slot van een zin uit Pensioen van Willem Elsschot luidt.

In tegenstelling tot het MSK van Antwerpen, hangt dat van Gent niet af van de Vlaamse Gemeenschap, maar van de stad. Zoals alle andere musea van Gent stadsinstellingen zijn. En om hun financiële pot te vullen is er te weinig geld. De stad heeft andere prioriteiten. Musea zijn in tegenstelling tot theaters geen bestsellers. Daar heb je geen politiek geen spat voordeel bij.

Het museumbeleid van Gent is dringend aan herziening toe. In geen enkel museum van Gent heerst een opgewekte sfeer, is er een hoog aantal bezoekers. Tenzij het Designmuseum. Er passeert behoorlijk wat volk, omdat het in de stroming van de toeristen ligt.

Schepen van Cultuur Annelies Storms meent het goed. Is dat voldoende? Ze zit te veel op facebook en te weinig bij de Vlaamse ministers op schoot. Niet dat ze hen moet opvrijen, maar een beetje flirten kan geen kwaad. Het doet de rits spannen en laat de beurs rinkelen. Lukt haar dat moet ze vervolgens de stafleden van de musea op het matje roepen en hen eens flink toespreken. Dat ze de wanhoop van zich af schudden en verdomd hun fantasie uit zijn winterslaap schoppen. Succes is een kwestie van willen en kunnen van twee kanten: de zakelijke en de artistieke côté.

Lukt dat, kan het bestuur van Gent Festival denken aan een terugkeer naar het MSK. Lukt dat niet, moet het daar ver weg van blijven. Want als men vermoeid is, wordt men nog vermoeider in een ziekenhuis. Want dat is wat de Gentse musea, en het MSK op kop, zijn: Kunstziekenhuizen. In Stegenstelling tot medische ziekenhuizen komt men er zieker buiten dan men er binnengegaan is. Al na de eerste consultatie. Het programma van O by N is daar het bewijs van.

Guido Lauwaert

OdeGand by night - Gent Festival - www.festivalgent.be

Smaakmaker:

Lees meer over:

Onze partners