De vraag is niet 'of?', niet 'wanneer?' maar 'waarom?'

11/10/16 om 08:45 - Bijgewerkt om 09:16

Bron: Knack Focus

Nico Boon gijzelt zijn acteurs in 'De vraag is niet: of, maar wanneer?', een stuk dat gestript is van zinvolheid en volgestouwd is met zinloosheid. Waarom toch?

De vraag is niet 'of?', niet 'wanneer?' maar 'waarom?'

© Nico Boon / Monty

The Play = De vraag is niet: of, maar wanneer?

Gezelschap = Nico Boon

In een zin = Dit is een spijtig overbodige voorstelling. Gelukkig wordt er wél met virtuositeit geacteerd.

Hoogtepunt = Tom Van Bauwel komt als broer terug van het oorlogsfront en zet met veel bravoure een wansmakelijk personage. Heerlijk om die topacteur zich zo volop te zien uitleven in zulk een goor personage.

Meer info: www.vincentcompany.be

'Ja! Ik zie al een verhaallijn. Meneer Janssens zal tevreden zijn!' De vier jongemannen die op de stoeltjes voor me zitten hebben er zin in. Ze zitten er duidelijk op verzoek en met instructies van hun leerkracht Nederlands. De scène - volgestouwd met metalen bureaumeubilair dat in de jaren zeventig en tachtig zo hip was - werkt alvast op de lachspieren. En Tania Van der Sanden - met pruik en in huidkleurige body - doet evengoed grijnzen. Jammer genoeg vergaat het lachen hen gauw. En dat ligt allerminst aan 'de jeugd van vandaag'.

Het opzet van de voorstelling is even helder als spannend: Nico Boon herschreef de Oresteia van Aeschylos - waarin Orestes tragisch levensloop verteld wordt - tot een familiedrama dat zich in de habitat van de televisiereeks De collega's afspeelt. Klinkt cool, jazeker! Maar Boon, die het stuk ook regisseerde, schrapte zo goed als alle verwijzingen naar Aeschylos en behield van De collega's enkel de uitgebluste ambtelijke sfeer, het typische decor maar niet de baldadige monterheid waarmee de ambtenaren het hoofd bieden aan hun vervelende job. Boon kiest resoluut de kaart van de afstomping. Tania Van der Sanden speelt de moe gemoederde moederkloek binnen het familiebedrijfje, Marc Verstraete is haar prettig gestoorde broer (evengoed bepruikt en soms in tutu), Wietse Tanghe speelt haar contactgestoorde zoon die het liefst communiceert via een computerstem en, last but not least, Tom Van Bauwel is de flamboyante zoon (met lange platinablonde haren) die terugkeert van het front en met opmerkelijk plezier zijn bureaujob tussen de stapels dossiers hervat.

Zo. Dat was het. De acteurs spelen hun rollen ridderlijk. Zo vinnig en frivool mogelijk trippelen, struikelen en stampen ze over de scène. En uiteraard amuseren ze ons. Het zijn en blijven acteertalentbommetjes-op-beentjes. Maar al hun pruiken, blote buiken en bipsen, komkommerschijfjes en hilarische hoestlachjes kunnen de holheid van het verhaal maar moeilijk verbergen. Boon wil de holheid van een ambtenaarsbestaan en het gevaar daarvan blootleggen, dat snappen we. Maar dé uitdaging is om die vervaarlijke leegheid van het ambtenarensysteem (en bij uitbreiding de corrupte leegte van het politieke bestel) op zo een manier bloot te leggen dat het spits en spannend theater oplevert.

Tania Van der Sanden mag op het einde de boel redden met een pakkende moedermonoloog maar een echt goed idee is het niet om de motor van een voorstelling op het einde te monteren.

Gevolg: na anderhalf uur heb ik een iets beter zicht op de scène. De vier zeventienjarigen zakten ietwat onderuit in hun stoeltjes. Ze bleven dapper kijken, de smartphones bleven keurig in de broekzakken zitten maar ze gluurden ook steeds meer naar elkaar. Fronsend. 'WTF, is dit?' De eerder opgemerkte verhaallijn zijn ze uiteindelijk kwijtgespeeld. Het etaleren van ouderdom, lelijkheid, frustratie en uitgeblustheid konden ze maar matig appreciëren. Niet zozeer omdat ze geen 'depri stuff' wilden zien maar omdat er niets meer mee gedaan wordt dan dát: ouderdom, lelijkheid, frustratie en uitgeblustheid etaleren. De vraag is: waarom toch?

Smaakmaker:

Els Van Steenberghe

Onze partners