De Munts 'To be sung' klinkt klaterend maar oogt krakend

11/01/16 om 08:30 - Bijgewerkt op 12/01/16 om 09:10

Bron: Knack Focus

Componist Pascal Dusapin en regisseur Sjaron Minailo wagen zich aan het onmogelijke: een enscenering van Gertrude Steins lyrische kameropera To be sung.

De Munts 'To be sung' klinkt klaterend maar oogt krakend

Genevieve King, Allison Cook & La Monnaie Symphonic Orchestra © Hofmann & De Munt

The Play = To be Sung

Gezelschap = De Munt / Flagey

In een zin = Ondanks de geweldige muziek, de prettig gestoorde, haast sensuele tekst en fascinerende scenografie overtuigt To be sung niet. Omdat de regie zich haast machteloos toont tegenover alle zonet genoemde bouwstenen. De sopranen en de danseres dwalen doelloos door het decor, voeren te abstracte, eenduidige handelingen uit en slagen er niet in te boeien. De muziek en de scènebeelden redden deze opera.

Hoogtepunt = De scène waarin een van de sopranen de borst ontbloot en als een liefdesgodin aanbeden of bewonderd wordt. Waarna die 'oorstrelende' hoge liefdeszang weer ingezet wordt.

Score = * *

Quote = 'Mrs. Misses Kisses Mrs. Kisses Most Mrs. Misses Kisses Misses Kisses Most.'

Meer info: www.website.be

De liefde is niet te benoemen maar er is geen kunstenaar die het niet wil proberen. Dus ook Gertrude Stein waagde zich eraan. Ze haalde haar typische taalspelletjes (denk aan : A rose is a rose is a rose is a rose) uit de kast voor een lyrische opera over twee geliefden die in een ruimte om een tafel zitten.

En de fantasie doet de rest. Stein laat alle ruimte aan de uitvoerder om met die verbeelding aan de slag te gaan. Componist Pascal Dusapin maakt van die vrijheid gebruikt om een uiterst fragiele compositie te creëren die het beste (of hoogste) uit de drie sopranen haalt en hen laat klateren als liefdesbeekjes. De manier waarop hij het liefdesspel interpreteert doet denken aan Goethes wereldberoemde gedicht Gezang van de geesten over het water waarin hij de ziel van een mens met water en lucht vergelijkt. ( Ziel van de mens, Wat lijk je op het water! Lot van de mens, Wat lijk je op de wind!). De zang stroomt als water en gaat even hoog als de fluitende stormwind.

Zo indrukwekkend de zang is - in narratieve banen geleid door de vertelstem van Dale Duesing - zo absurd zijn de kostuums. Christophe Coppens ontwierp kostuums die de danseres (Marie-Louise Wilderijkx) en de drie sopranen - Marisol Montalvo, Allison Cook en Geneviève King (plus Judith Gaultier) - een zekere bovenaardse uitstraling meegeven. Alsof het godinnen zijn. Of verpersoonlijkingen van de liefde. Ze dragen uitvergrote jurken met knipogen naar de Renaissance, met tule ,met kokette glitterhoedjes die als een mutsje op het hoofd liggen en zelfs met verwijzingen naar Bauhaus. Ondanks de absurditeit van Coppens' kostuums vormen ze een prikkelend geheel waarnaar het fijn kijken is, zeker in combinatie met het statige decor - enkele betonnen zuilen die net een mausoleum lijken - van Renato Nicolodi dat prachtig verlicht wordt door Maarten Warmerdam. Alsof Rothko aan het werk is op de scène.

Toch overtuigt deze voorstelling niet omdat de regie van Sjaron Minailo zich haast machteloos toont tegenover de andere bouwstenen van de voorstelling. De sopranen en de danseres dwalen door het decor, voeren te abstracte, eenduidige handelingen uit en slagen er niet in te boeien. 'Je hoeft het niet te begrijpen, gewoon genieten is voldoende', hoorden we een van de toeschouwers vooraf fluisteren tegen haar partner. Exact. Maar om te genieten moeten de beelden wél prikkelen en fascineren. Muziek, tekst, decor en kostuums doen dat absoluut. Maar de regie weet dit alles niet te bundelen tot een fascinerend geheel. Muzikanten, zangeressen en danseres zoeken elkaar al schrijdend over de scène maar vinden elkaar slechts als het licht hen haast letterlijk omhult. Pas dan betovert de voorstelling in haar geheel.

Smaakmaker:

Els Van Steenberghe

Smaakmaker:

Els Van Steenberghe

Onze partners