Dans: Kabinet K toont in 'Bab(b)el' een wild gezin in verstilde 'dansfoto's'

18/03/15 om 08:00 - Bijgewerkt om 11:58

Bron: Knack Focus

Joke Laureyns en Kwint Manshoven puren hun choreografische taal verder uit in 'Bab(b)el'. Met dierenhuiden, een danseres, een meisje en een acteur rijgen ze prachtige beelden en wat verdwaalde woorden tot een intrigerend geheel.

Dans: Kabinet K toont in 'Bab(b)el' een wild gezin in verstilde 'dansfoto's'

© Kurt Van der Elst

The Play = Bab(b)el

Gezelschap = Kopergietery en Kabinet K

In een zin = Bab(b)el is een treffend portret van hoe mensen elkaar besnuffelen en hoe een ontmoeting uitgroeit tot een hechte relatie waarin beide partners elkaar vleugels geven en niet meer zonder elkaars steun kunnen. De woorden in de voorstelling onderstrepen paradoxaal genoeg de kracht van de stilte binnen zo een relatie.

Hoogtepunt = Plots veren de drie performers tegelijkertijd recht en buigen achterover, alsof ze door een felle wind net niet omverwaaien. Het meisje draagt intussen een dode kraai op de borst. Een prachtig, surreëel tafereel dat toont hoe mensen elkaar overeind kunnen houden tijdens de heftigste stormen.

Score = * * *

Meer info: www.kopergietery.be en www.kabinetk.be

Ze gooit haar hoofd achterwaarts, sluit de ogen, strekt haar dunne armpjes uit en verstrengelt haar handen net niet. Het lijkt op bidden. Op reiken. Op verlangen om opgetild en gedragen te worden. Door een mens, een beest of een god. Die beweging van het meisje in Bab(b)el is de basisbeweging van de voorstelling waaromheen alle andere bewegingen worden opgebouwd.

Bab(b)el gaat over het verlangen twee al dan niet letterlijk sterke armen te vinden die je door het leven helpen of dragen. Al moet je daarvoor wel dezelfde taal spreken of elkaar toch kunnen begrijpen met gebaren of met woorden. In Bab(b)elvallen die woorden aanvankelijk als regendruppels op een zonnige zomerdag. Ze aarden niet. Wanneer Simon de Winne zijn bescheiden huisraadje uitstalt - inclusief een opgezet vosje en porseleinen kannetje - en die dingen bij hun naam noemt, vervliegt de verstilde en poëtische (haast betoverende) sfeer die over het scènebeeld (een vloer van dierhuiden en achteraan een met een stevig touw gebundelde gordijn van dierenhuiden) hangt waarin Bérengère Bodin en de kleine Lahja Demoustier als ongetemde, elegante wezens lopen, staan en kronkelen. En zo gaat het een tijdje door. Telkens de Winne een woord zegt, haalt hij de realiteit binnen die de dansante poëzie platwalst. Pas wanneer choreograaf Joke Laureyns hem iets meer ruimte geeft om zinnen te bouwen en zichzelf als personage (koesterende vaderfiguur, een man die de rauwheid van het bestaan met humor aanschouwt) te presenteren, versmelt de gesproken taal met de dans.

Wat wordt er gedanst? De ontmoeting tussen drie personen die als moeder, dochter en vader door het leven zouden kunnen gaan maar nog niet weten of ze dat echt willen. Ze tasten elkaar af, beklimmen elkaar, laten zich vallen in elkaars armen. Ze testen elkaars letterlijke en figuurlijke veerkracht en betrouwbaarheid uit. Het maakt Bab(b)el tot een treffend portret van hoe mensen elkaar besnuffelen en hoe een ontmoeting intensifieert tot een hechte relatie waarin beide niet meer zonder elkaars steun kunnen, elkaar vleugels geven.

In Bab(b)el zet Joke Laureyns (samen met Kwint Manshoven vormt zij Kabinet K) de zoektocht naar pure, sobere dans die vertrekt uit de rankheid, kwetsbaarheid én veerkracht van een kinderlichaam gestaag verder. Gestaag én moedig door nu ook woorden in de dans te integreren. Of beter: te proberen integreren. Want de woorden blijken toch niet dé taal van Laureyns. Haar taal is die van de verstilde dans in schemerlicht, aangezet met muziek die de bewegingslijnen melodieus volgt. De taal van het gesproken woord is een net iets te concrete taal die botst met de tere beelden. Die botsing laat ze ook echt ontstaan in Bab(b)el maar dat creëert amper meerwaarde. De woorden vallen te vaak als storende keitjes op de grond tussen de machtige, fragiele dansbeelden die Laureyns creëert. Want de huisraad die de Winne in het begin van de voorstelling benoemt, gedijt veel beter als figurant in Laureyns' dansbeelden. Het opgezette vosje, bijvoorbeeld, speelt een glansrol in de armen van het meisje. En de op de borst van het meisje vastgegespte dode vogel is een toonvoorbeeld van de stap die Laureyns in Bab(b)el zet: ze maakt choreografische sculpturen - met de zwier van dans en de visuele gevatheid van beeldende kunst - die in hun stilte en abstractie zinderen van emotie en elke toeschouwer laten reiken naar betekenis.

Els Van Steenberghe

Smaakmaker:

INFOTRAILER: Bab(b)el from Kopergietery Gent on Vimeo.

Onze partners