Ze haalden Cannes net niet

17/05/11 om 17:56 - Bijgewerkt om 17:56

Bron: Knack Focus

Omdat onrecht ons vreemd is halen we deze week vier cultklassiekers en dito vergeten soundtracks uit de sloot.

Sinds vorige week overspoelt uw favoriete magazine Focus Knack ons met de kanshebbers voor een Gouden Palm op het Filmfestival van Cannes. Veel kans dat u binnenkort weer naar een tranerige Bulgaarse film mag gaan kijken (u kent het verhaal : kroostrijke familie vlucht voor het oorlogsgeweld, vader wordt gedood door een sluipschutter, moeder wordt verkracht door een horde schapenhoeders, zoontje huilt omdat hun enige geitje sterft door een ongelukkige val in de bergen en grote zus start een nieuw leven als luxe-escorte in een Berlijnse nachtclub).

Omdat onrecht ons vreemd is halen we deze week vier cultklassiekers en dito vergeten soundtracks uit de sloot waar zelfs onze recensent "Roland Lommé meets Kuifje" Ben Van Alboom niet ongevoelig voor kan zijn !

Thank God it's Friday (1978) In 1978 was disco "hot" en het wereldwijde succes van Saturday Night Fever startte een lawine aan disco-films. Thank God... beet de spits af en speelt zich af in de mega-discotheek "The Zoo". Uitbater Tony Di Marco en resident-dj Bobby Speed zwaaien de plak waarbij Donna Summer als beginnend disco-zangeresje Bobby tracht te overhalen om haar nummer "Last Dance" te draaien. Frannie en Jeannie willen er alles aan doen om de plaatselijke danswedstrijd te winnen (en zo concerttickets voor Kiss bemachtigen) en ene Malcolm Floyd heeft alle moeite van de wereld om de instrumenten van The Commodores, die daar om middernacht zullen spelen, heelhuids in The Zoo af te leveren. Tot zover het flinterdunne verhaal.

De film werd, had u het anders verwacht, een flop. De driedubbele soundtrack (een dubbel-lp aangevuld met een EP waarop Donna Summer zich vijftien minuten lang doorheen "Je t'aime moi non plus" hijgt) werd wel een commercieel succes. "Last Dance" won in 1979 een Academy Award én een Golden Globe voor Best Original Song. Filmcritici waren minder happig. Movie Guide merkte op dat "Thank God...[is] perhaps the worst film ever to have won some kind of Academy Award". Kom terug, Harry Kümel !

Xanadu (1980)

Xanadu is een volstrekt onbegrijpelijke film waarin ondermeer Olivia Newton-John (ieders favoriete buurmeisje), The Tubes en Gene Kelly een overbodige rol spelen. De film kwam nauwelijks uit de kosten, maar regisseur Robert Greenwald won wel de allereerste Golden Raspberry "Razzie" Award voor Worst Director. De film kreeg dat jaar ook nog zes Raspberry nominaties achter zijn naam voor ondermeer Worst Picture, Worst Screenplay, Worst Actor en Worst Actress.

De soundtrack behaalde, dankzij de muzikale hulp van Electric Light Orchestra, dubbel platina waarbij niet minder dan vijf singles het tot in de top twintig schopten.

Sgt. Pepper's Lonely Hearts Club Band (1978) Op papier leek het een goed idee : een muzikale film met nieuw gezongen versies uit de Beatles-catalogus, losjes geïnspireerd op de gelijknamige musical die vier jaar voordien door platen-mogul Robert Stigwoord werd geproduceerd.

Stigwood haalde producer George Martin in huis en verzamelde een indrukwekkende cast rond zich. The Bee Gees, Peter Frampton, Steven Martin, Alice Cooper, Jeff Beck, Billy Preston, Earth, Wind&Fire en Aerosmith dienden van Sgt Pepper's... de nieuwe "Gone With The Wind of this generation" te maken. Dat Steven Tyler en Peter Frampton elkaar haatten en een vechtscéne in de film wel heel erg letterlijk namen en dat de scriptwriter nog nooit een script had geschreven waren details.

Ondanks het initiële succes van de dubbele soundtrack (de versie van Got to get you into my life" door Earth, Wind & Fire werd een wereldhit) bleef de film ver onder de verwachtingen. Toen de film in roulatie kwam verdween de soundtrack zelfs pijlsnel uit de albumcharts.

Newsweek noemde de Sgt. Pepper's verfilming "a film with a dangerous resemblance to wallpaper". Muziekmagazine Rolling Stone omschreef regisseur Michael Schultz als "would seem to need direction merely to find the set, let alone the camera".

Emmanuelle 2 - L'antivierge (1975)

Lang voor You Porn, Red Tube en Marleen Temmerman onze erotische fantasieën danig in de war stuurden, heerste Sylvia Kristel aka Emmanuelle over onze dagdromen. Gebaseerd op de gelijknamige roman "The Joys of a Woman" van Emmanuelle Arsan zwalpte Kristel door berg en dal op zoek naar wat horny geschal. Dat hield ze tot 1980 vol waarna Laura Gemser het estafette-stokje overnam.

Voor Emmanuelle 2 schreef Francis Lai de muziek én het openingsnummer "L'amour d'aimer" waarop Sylvia Kristel zich in kermend fonetisch Frans blindelings een weg baant.

Francis Weyns

Onze partners