Vier productionele disco-parels

01/03/12 om 08:19 - Bijgewerkt om 08:19

Bron: Knack Focus

Back in the late seventies blies de disco-rage met een kracht van 9 op de schaal van Richter alle heilige muzikale huisjes omver. We richten de spots op vier productionele disco-parels.

Vier productionele disco-parels

Back in the late seventies blies de disco-rage met een kracht van 9 op de schaal van Richter alle heilige muzikale huisjes omver. Er was geen ontsnappen aan - alles werd op een disco-dreun gezet en ondergedompeld in miljoenen stroperige violen. En hoewel de onvolprezen goede smaak van het muziekjournaille op de proef gesteld werd toen ook nog James Last zich aan een disco-Ardennen Offensief waagde, hebben de meeste disco-producties de tand des tijds wonderwel doorstaan. Deze week richten we de spots op vier productionele disco-parels. Get down !

Meco - Star Wars And Other Galactic Funk (1977)

Meco aka Domenico Monardo leert op jonge leeftijd trombone spelen en verdient tot mid jaren zeventig de kost als studio-muzikant. Monardo richt samen met Tony Bongiovi (neef van John Bon Jovi en de latere producer van ondermeer Aerosmith, Talking Heads en de Ramones) de productie-firma Disco Corporation Of America op. Een jaar later scoren ze een eerste hit met Never Can Say Goodbye dat door Gloria Gaynor wordt ingezongen.

Meco, een science fiction fan van het eerste uur, is bij de filmrelease van Star Wars niet uit zijn cinema-stoel weg te slaan en stelt aan Bongiovi voor om de filmscore van John Williams "op disco te zetten". Een voltreffer. Het debuutalbum wordt op drie weken ingeblikt en Meco's versie van het Star Wars thema wordt in 1977 een nummer één hit in de Amerikaanse charts.

Salsoul Orchestra - Nice 'N' Naasty (1976)

Dirigent Vincent Montana Jr richt in 1974 het Salsoul orkest op, dat als begeleidingsgroep voor alle produkties op het Salsoul label fungeert. Het orkest levert in het totaal vijf albums af, waaronder Nice 'N' Naasty waarop het orkest full force gaat op Also Sprach Zarathustra van Richard Strauss. In 1982 houdt het vijftigkoppige orkest het voor bekeken. Montana Jr mag even later van een welverdiend pensioen genieten want 50 Cent (Candyshop), Erik B & Rakim (Paid In Full) en Madonna (Vogue) samplen gretig uit de Salsoul Orchestra-klassieker Love Break.

The Manhattan Transfer - Extensions (1979)

The Manhattan Transfer ziet het daglicht in 1969 en tekent twee jaar later een platencontract bij Capitol Records. In 1973 wijzigt de line-up grondig en enkel founding member Tim Hauser houdt de groepsnaam in ere. De vernieuwde Manhattan Transfer verhuist naar Atlantic Records en scoort een eerste Europese hit met Chanson d'Amour. In 1979 wagen de Transfers zich op het glibberige discopad met Twilight Zone/Twilight Tone, een disco-ode aan de gelijknamige Amerikaanse cultserie uit de jaren zestig. De single wordt een top dertig hit in de Engelse singlescharts.

Crown Heights Affair - Dance, Lady Dance (1979)

Basgitarist Donnie Linton richt begin jaren zeventig het funkensemble Ben Iverson And The New Dey Express op, maar verandert al gauw de naam Crown Heights Affair, een verwijzing naar een district in de Bronx. Het gelijknamige debuutalbum wordt in 1974 op RCA Records uitgebracht maar breekt geen potten. Dat verandert wanneer Linton resoluut de disco-richting inslaat, de line-up drastisch wijzigt en een nieuw contract bij De-Lite Records tekent. Singles Dreamin A Dream en Every Beat Of My Heart worden Amerikaanse clubhits en met Galaxy Of Love en You Gave Me Love behalen ze hun grootste commerciële hits.

Francis Weyns

Onze partners