Van Wolf tot Waters: 6 blueskrakers die The Rolling Stones hebben gevormd

02/12/16 om 11:13 - Bijgewerkt om 12:54

Met het nieuwe Blue and Lonesome keren The Rolling Stones terug naar hun roots: de blues. Dat hun liefde voor het genre groot is, blijkt uit deze zes essentiële tracks.

Van Wolf tot Waters: 6 blueskrakers die The Rolling Stones hebben gevormd

© Reuters

Rollin' Stone (Muddy Waters)

Er zijn nogal wat concepten in de rock-'n-roll die graag de keien laten rollen. Voor alle duidelijkheid: het blad Rolling Stone is genoemd naar Like a Rolling Stone van Dylan en de band The Rolling Stones leende zijn naam bij Muddy Waters. In 2012 stond de bluesreus met Mick Jagger en co. op het podium van The Checkerboard Lounge, een bluesclub in Chicago, een stad waar de drieakkoordenschema's als putlucht uit de riolen kwamen.

In 1966, toen Waters in Engeland was, vroeg een journalist de bluesreus wat hij nu over die vier Britse fanboys dacht. 'Jagger pakte mijn muziek,' zei hij volgens, nu ja, Rolling Stone, 'maar hij gaf mij een naam.'

Backdoor Man (Howlin' Wolf)

Dan was Howlin' Wolf - nog een bluesreus, ook letterlijk - minder enthousiast over de Stones toen hij in 1970 met de ritmesectie van de band, bassist Bill Wyman en de immer stoïcijnse jazzcat Charlie Watts, en Eric Clapton in de studio dook. 'It doesn't go like anything you think it goes like', klonk het toen.

En Jagger en co. wisten dat, dat hun blues niet was als die van hun voorbeelden. Toen ze in 1965 in een Amerikaanse tv-show zouden optreden, móést hun grote held Howlin' Wolf aantreden. Anders geen satisfaction, noch het gevoel, noch het nummer.

The Little Red Rooster (Willie Dixon)

De blues minder bluesy maken, levert ook voordelen op. Zo kwamen The Rolling Stones wel weg met dit nummer, dat in de versie van Willie Dixon verbannen werd van Amerikaanse radiostations. Een rood haantje dat dringend naar zijn eigenaar moet worden teruggebracht omdat het de hele boerderij het hoofd op hol brengt? Nu ja, u maakt er zelf wel wat van.

Sister Morphine (Ry Cooder/The Rolling Stones)

'Het beste wat hen op bluesvlak overkwam, was de ontmoeting met bluesmeester Ry Cooder', schrijft onze man deze week in Knack Focus. Cooder werkte eind jaren zestig met de band samen en speelde onder andere de slidegitaar op Sister Morphine, maar vertrok net omdat de Stones constant van hem stalen.

Prodigal Son (Robert Red Wilkins)

Na het psychedelische Their Satanic Majesties Request keren The Rolling Stones in 1968 terug naar de roots met Beggars Banquet. Naast Sympathy for the Devil vinden we er ook één bluescover op terug: Prodigal Son van Robert Red Wilkins. Kwestie van terug te keren als de verloren zonen van de blues.

Blue and Lonesome (Little Walter)

Als je bang bent in het donker moet je fluiten, weten Samson en Gert. Het Stonesequivalent luidt: als je bang bent in de studio, speel dan een ouwe blues. En zo geschiedde. Toen Keith Richard vaststelde dat 'de studio zich niet overgaf', zetten de Stones deze stamper in. Niet veel later was het de titeltrack van hun nieuwe plaat.

Onze partners