The Cure: 35 jaar melancholie

09/05/14 om 16:38 - Bijgewerkt om 16:38

Bron: Knack Focus

In mei is het 35 jaar geleden dat The Cure hun debuutplaat 'Three Imaginary Boys' uitbracht. Een terugblik op de beste albums van Robert Smith en de zijnen. 35 jaar melancholie.

The Cure: 35 jaar melancholie

© Koen Keppens

Deze maand is het intussen 35 geleden dat The Cure van Robert Smith, peetvader van de goths, hun eerste langspeelplaat uitbracht. Op 8 mei maakten de muziekstores kennis met een schijfje postpunk onder de noemer 'Three Imaginary Boys', goed voor twaalf songs waaronder een cover van Jimi Hendrix's 'Foxy Lady' en titelloze hidden track aan het einde van de langspeler. 'Boy's don't cry' en 'Killing an arab', hun allereerste single met de controversiële titel, stonden destijds niet op de Britse versie van de release.

De iconische zanger met de grote voorliefde voor make-up - hij had een masker nodig om het ongemak met zijn rol als frontman te camoufleren - kende in zijn Cure-carrière een hoge personeelsverloop en albums die varieerden van donker tot pikdonker.

Na 'Three Imaginary Boys' klonk de band steeds somberder, maar de hitlijstnoteringen gingen crescendo, net als de ruzies tussen de opvliegende zanger en zijn bandleden. Met de regelmaat van een albumrelease verdween er altijd wel eentje. Dat belette The Cure niet om straf spul uit te brengen. Een overzicht:
Meesterwerken: Seventeen Seconds (1980) The Cure breit voort op de klank van hun eersteling Three Imaginary Boys, maar rafelt zijn liedjes verder uit. Het machtige A Forest is het typevoorbeeld. Smith verlaagt het tempo, waardoor melancholie en depressie levensvatbaar worden. Zal symptomatisch en chronisch blijken te zijn.



Pornography (1982) Pornography klinkt als ' Phil Spector in hell', schreef NME ooit. Volgroeide, overweldigende sound, gotischer dan The Cult of Sisters of Mercy, maar nooit zo potsierlijk. Pornography is een sleutelplaat van de new wave.



The Head On The Door (1985) Met een instant classic-opener als In Between Days kan The Head On The Door nog nauwelijks stuk. Solide rocksongs met hoge dansbaarheidsfactor. En toch heel doorvoeld. Ambitieus in zijn pretentieloosheid.



Disintegration (1989) Zweverige, epische composities krijgen in combinatie met de diepdroevige stem van Smith een hypnotiserend effect. Een chef d'oeuvre dat ook nog een commerciële hoogvlieger wordt. Verrassend in dit geval, want Disintegration is allesbehalve een hapklare popplaat.


Uitstekend platen: Three Imaginary Boys (1979) Boys don't cry (1980) Boys don't cry is eigenlijk een heruitgave van het debuut Three Imaginary Boys, aangevuld met de eerste drie singles. Nerveuze drieminutenwavepop, jong onstuimig in een fletse, kale productie. Slaat de brug tussen de punk van eind jaren zeventig en de new wave van begin jaren tachtig.



Concert (1984) Het essentiële livealbum van The Cure. Een donker, grimmig en krachtig snapshot van een groep in topvorm. Een van de weinige hits die erop staan, A Forest, krijgt met de atmosferische intro en een stomende gitaarsolo zijn definitieve versie.

Kiss Me, Kiss Me, Kiss Me (1987) Ook nog uit de tijd van het vinyl, en toen verschenen als dubbelelpee. Diverse complicaties, maar toch indrukwekkend in zijn variëteit, mede dankzij de aanvoer van oosterse klanktapijten, funky ritmes, en een collectie strijkers en blazers, die uitblinken in het dromerig poppy Catch en het vurig exuberante Why Can't I Be You?



Wild Mood Swings (1996) Op een ogenblik dat iedereen The Cure als passé beschouwt, en de groepsbezetting ingrijpend is aangepast, zet de band een plaat neer die qua sound vintage Cure is, en met opgeheven hoofd overleeft in de jaren negentig.

The Cure (2004)The Cure staat, vier jaar nadat het een uitgebuste indruk gaf op Rock Werchter, weer op scherp. Met dank aan metalproducer Ross Robinson die bij de muzikanten het onderste uit de kan haalt. Met nummers als Before Three, (I Don't Know What's Going) On, Taking Off en The End Of The New World vindt de band de ideale synthese tussen de bedrieglijke lichtheid van hun beste hits en de beklemming van hun donkerste albums.






Goede platen: Faith (1981) Robert Smith nijgt steeds meer naar kommer en kwel en doem, en klinkt als het nog halflevende broertje van Ian Curtis. Misantroop lonkt naar de strop, maar stelt het uit. Op Faith luiden de begrafenisklokken nochtans al voluit.



Wish (1992) Niet blindstaren op de happy toon van Friday I'm In Love. Want ook al lijkt Wish lichter en zwieriger dan Disintegration, wie dwars door de eyeliner heen kijkt, ziet en hoort weer een heel zwaarmoedige Robert Smith.



Show (1993) Na het beperkt verkrijgbare Entreat is Show een regulier, copieus dubbel livealbum van een groep met megastatus, opgenomen in de Verenigde Staten. The Cure trekt het grote blik met de meeste hitsingles erin open, maar valt nooit in de valkuil van de stadionrock.

Bloodflowers (2000) Deel drie van de trilogie die het moet vormen met Pornography en Disintegration, maar dat is te veel eer voor Bloodflowers. Bezaaid met alle traditionele Cure-ingrediënten, te zelden verrassend naar de keel grijpend.



Voor de diehards:

The Top (1984) Spiderman has gone insane: Robert Smith wentelt zich in een wufte walm. Het speels krolse The Caterpillar staat haaks op deprimerende psychic wave als Dressing Up. The Top is een van de meest hermetische albums van The Cure, en slechts geschikt voor gemoedsgenoten.



Entreat (1991) Livealbum opgenomen in de Wembley Arena, 1989. De nummers verschenen eerder als extra track op singles en maxis. Entreat zelf was een promotiealbum, en voer voor de verzamelaar, met Pictures of you en Fascination Street als karakterkoppen.



Paris (1993) Nog een livealbum, verschijnt enkele weken na Show, als een bezemwagen waarin enkele vergeten parels zetelen. Opgenomen in Le Zénith in Parijs, een presentje aan de trouwe schare Franse fans. Aardige versies van Play For Today, Catch en Lovesong.

4:13 Dream (2008)Zelfs anno 2008 klinkt The Cure zuiver tekstueel nog altijd donker-donker, met lyrics over over dood, verderf en zelfmoord. Een hoogvlieger kan deze dertiende studioplaat niet genoemd worden; Nummers die eruit springen zijn de drie The-songs: The Only One, The Reason Why en The Perfect Boy. (EH/DB)

Onze partners