Onze tip voor Gent Jazz: Charles Lloyd, de tedere krijger

10/07/15 om 08:54 - Bijgewerkt om 08:54

Vandaag gaat Gent Jazz van start. Dé uitschieter van het eerste deel, met 'klassieke' jazz, is veteraan Charles Lloyd (zaterdag 11/07). Knack Focus sprak met de legendarische saxofonist.

Onze tip voor Gent Jazz: Charles Lloyd, de tedere krijger

Charles Lloyd © Reuters

Vertelt u het eens, meneer Lloyd. Wie waren voor u de allergrootsten van de jazz?

Charles Lloyd: Oh, al die platen van Billie Holiday met saxofonist Lester Young. Charlie Parker op platen als 'Relaxin' at Camarillo'. Duke Ellington, natuurlijk. Hij bleef bij ons thuis slapen als hij in de buurt van Memphis was. Count Basie, Lionel Hampton - ik groeide op tussen al die genieën. Ik had ook een fantastische band met Clifford Brown, en Phineas Newborn was mijn mentor.

Maar Lester Young en Billie Holiday stalen echt mijn hart. Ik had het gevoel dat Billie voor mij alleen zong, en Lester was zo teder. Bird, die had dan weer die uitbundigheid. Voor mij was hij een godheid die door de hemel boven New York vloog en die iedereen zegende. (dromerig) Ik ben nog altijd een jongen van negen jaar oud.

U speelde bij The Doors, The Byrds en The Beach Boys. Was u een hippie?

Lloyd: Nou, toen ik jong was, had ik nog grote dromen over de wereld en de samenleving. Maar de Grote Verandering die ons werd voorgespiegeld, die kwam er niet. Dus besloot ik om mezelf te veranderen. Daar werk ik al mijn hele leven aan. Ik voel me nog altijd een 'tender warrior', een tedere krijger.

Acht, de hippiebeweging... Er stond zo veel tegenover. Het was allemaal opgezet spel, zie je? Daar kun je niet tegenop. Ik groeide op in het Zuiden van de VS, en ik ervoer aan den lijve hoe ze je voortdurend bedonderen. Dat was niet gemakkelijk. (op dreef) Ik was naïef, ik dacht dat ik met muziek de wereld kon veranderen. Ik zag al die negativiteit rond me toen ik klein was. Maar de muziek heeft veel weggespoeld. Ik ging met mijn grootmoeder naar de kerk en zag iedereen in extase gaan op de tonen van de gospel.

Tegelijk luisterde u ook naar zondige blues. U speelde zelfs met Howlin' Wolf!

Lloyd: Krachtig dat die was! The Force! Heel inspirerend. Wolf speelde in kleine krotjes, ze daverden bijna uit elkaar door de pure kracht waarmee hij zijn muziek bracht. Hij was een grote man - de vrouwen wilden zijn broek van zijn lijf scheuren! En ik, nog geen schop groot, dacht: wow, wat is me dat? Dat wil ik ook! (lacht)

Vandaag is uw muziek een stuk contemplatiever, ook al speelt u met heel jonge muzikanten.

Lloyd: Klopt. Ik speel graag met mensen die diep graven en diep nadenken. Ik lijk zulke types aan te trekken. Ze kennen geen angst, net als ik. Dat gevoel wil ik nooit opgeven.

Ken je trompettist Booker Little? Ik heb veel van hem geleerd. Toen ik in New York in 1961 aankwam, verbleef ik in het Alvin Hotel, tegenover Birdland. Ik belde hem op en hij vroeg me: 'Waar slaap je nu?' Ik zei: 'In het Alvin.' Zijn antwoord was: 'Niets van, jij komt bij mij logeren.' Ik trok bij hem in. Ik zat in het Mekka van de jazz, en ik wilde in de scene duiken. Seks, drugs en rock-'n-roll! Maar Booker toonde me dat het om karakter ging, niet om al die wereldse ambities. Zes maanden later was hij dood, op zijn 22ste.

Ondanks zijn goeie raad dook ik in 'the fast lane'. Ik drogeerde me, en dat pakte al snel verkeerd uit. Ik was nog erg jong en ik was al beroemd, snap je? Ik had een fantastische band met Keith Jarrett, Jack DeJohnette (vandaag op Gent Jazz!), Cecil McBee, en dan: knal tegen de muur.

Toen wist ik: dit trek ik niet lang. Het was afgelopen met mijn plannen om de wereld te veranderen. Ik begon mezelf te veranderen, en dat doe ik nog altijd door met jonge mensen samen te spelen. 'What I like best, is what I am going to do next.'

Frederik Goossens

Onze partners