Melancholische Meisjes

07/06/11 om 11:48 - Bijgewerkt om 11:48

Bron: Knack Focus

Vinylvreter Francis Weyns, vaste klant bij het Eenzame Harten Buro, legt in vier lessen uit waarom zelfs een onverbeterlijke macho als hij van melancholische meisje houdt. Les 1: Rickie Lee Jones. Les 2: Carole King. Les 3: Linda Ronstadt. Les 4: Carly Simon.

We hebben het niet zo begrepen op De Zingende Vleermuis Amy Winehouse. En eigenlijk ook al niet op het non-talent All-We-Hear-Is-Lady Gaga. Ons eenvoudige werkmanshart gaat eerder uit naar de breekbare, melancholische vrouwelijke singer-songwriters die vooral in de jaren zeventig furore maakten.

Carole King, Carly Simon, Rickie Lee Jones en Linda Ronstadt schreven klassiekers en coverden op een stijlvolle manier standards, lang voor er van het in de microgolfoven opgewarmde gewauwel van Lady Linn sprake was.

Deze week richten we de spots op vier meisjes die menig jongenshart braken. Hou de doos Kleenex bij de hand !

Rickie Lee Jones : "The Magazine" (1984)

Na jaren aan de zijlijn te hebben geploeterd, gaat het in 1977 plots hard voor Jones. Platenmaatschappij Warner Bros wint de strijd van twee andere geïnteresseerde labels en Rickie Lee Jones neemt twee jaar later haar eerste album op. Dankzij de single "Chuck E.'s in love" wordt haar debuutplaat een hit en wordt ze niet minder dan vijf keer genomineerd voor de Grammy Awards. Time Magazine roept Jones meteen uit tot The Duchess of Coolsville.

Haar toenmalig liefje, Tom Waits, houdt het echter snel voor bekeken en gaat er vandoor met de secretaresse van Zoetrope, de productiefirma van Francis Coppola. Jones schrijft de frustratie van zich af op haar tweede album "Pirates".

Gaandeweg begint de ster van de, ondertussen aan drugs verslaafde, Rickie Lee Jones te tanen. In 1984 neemt ze "The Magazine" op die, ondanks de welwillende kritieken, de eerste plaat vormt in een lange rij van nauwelijks verkopende albums.

Carole King : "Her Greatest Hits" (1978)

King is de meest succesvolle vrouwelijke songwriter ooit en schrijft in de periode tussen 1955 en 1999 niet minder dan 118 hitsingles. Faut le faire.

Na twee geflopte solo-albums neemt King in 1971 "Tapestry" op. De plaat staat vijftien weken onafgebroken op de eerste plaats in de Amerikaanse albumcharts en verdwijnt pas zes jaar later uit de hitparade. Carole King blijft, tot Michael Jackson in 1982 "Thriller" uitbrengt, de best verkopende solo-artiest aller tijden.

Carly Simon : "Boys in the trees" (1978)

In 1973 brengt Simon de instant klassieker "You're so vain" uit. Een nummer waarbij, veertig jaar na de release, nog steeds wordt gespeculeerd wie nu eigenlijk de inspiratiebron vormt (Alex Callier wordt telkens op een schandalige manier over het hoofd gezien).

Vier jaar later heeft Simon een verrassende hit met "Nobody does it better", de titelsong uit het James Bond-vehikel "The Spy who loved me". Een jaar later scoort ze een top tien hit met "You belong to me" uit het album "Boys in the trees".

Carly Simon, ooit omschreven als "the answer to any sane man's prayers", verdwijnt nadien - ondanks een rits goeie albums - uit de belangstelling.

Linda Ronstadt : "Simple Dreams" (1977)

Ronstadt trekt midden jaren zeventig volle stadions en zingt ze de ene hit na de andere. Eind 1977 stoot ze "Rumours" van Fleetwood Mac van de eerste plaats met haar album "Simple Dreams" en haalt ze de cover van Time Magazine.

Anno 2011 heeft Ronstadt meer dan zestig miljoen albums op haar bankrekening staan, heeft ze op meer dan honderdtwintig albums gezongen (van Philip Glass tot Dolly Parton en van Neil Young tot Rosemary Clooney) en werd ze zeventwintig genomineerd voor een Grammy Award waarvan ze er elf won.

Francis Weyns

Onze partners