Joe Cocker (1944-2014): Nederige schreeuwer met een zwarte ziel

23/12/14 om 10:28 - Bijgewerkt om 10:28

De rockwereld rouwt om Joe Cocker. De Britse blues- en soulzanger overleed maandag op zijn zeventigste in Colorado, aan de gevolgen van longkanker. De man met de schuurpapieren stem was vooral bekend als vertolker en brak in 1968 door met 'With A Lttle Help From My Friends'.

Joe Cocker (1944-2014): Nederige schreeuwer met een zwarte ziel

Joe Cocker © Reuters

Joe Cocker stond bekend als een gepassioneerde performer, maar volgens Edgar Berger, de man die hem naar Sony wist te lokken, bleef hij een van de meest bescheiden mensen die hij ooit had ontmoet.

Cocker was afkomstig uit de Engelse industriestad Sheffield en vóór hem enig succes te beurt viel, verdiende hij de kost als gasfitter. Zijn eerste muzikale stappen zette hij op zijn twaalfde, in de skiffleband van zijn broer. Later werd hij drummer en harmonicaspeler bij The Cavaliers, maar zijn voornaamste instrument was zijn raspende stem, rauw en grofkorrelig, waarmee hij woest kon uithalen, maar die ook tot tederheid in staat was.

Cockers carrière schoot pas echt uit de startblokken toen hij in 1968, met de hulp van Jimmy Page en Steve Winwood, het van The Fab Four bekende 'With A Litte Help From My Friends' opnam: het typevoorbeeld van een cover die het origineel moeiteloos overklaste. Paul McCartney toonde zich zeer onder de indruk: "Ik blijf Joe Cocker eeuwig dankbaar omdat hij ons lichtvoetige deuntje uit 'Sgt Pepper's' in een doorvoelde soulklassieker heeft getransformeerd", dixit de ex-Beatle. Met diens verlof herkneedde Cocker later ook nog 'She Came In Through The Bathroom Window', 'Something' en 'Come Together'.

In '69 trad de zanger met The Grease band aan tijdens het befaamde Woodstockfestival, waar hij niet alleen opviel door zijn gegroefde, zwart klinkende stem, maar ook door zijn spastische lichaamstaal. Samen met Leon Russell en ruim dertig andere muzikanten stortte hij zich vervolgens op de 'Mad Dogs & Englishmen'-tournee, die 48 Amerikaanse steden aandeed en resulteerde in een succesrijke concertfilm en live-lp. Maar het leven 'on the road' viel Joe Cocker behoorlijk zwaar. Hij ging zijn depressies te lijf met alcohol en heroïne en zo raakte zijn lichamelijke en geestelijke gezondheid steeds verder ondermijnd. Dat belette hem niet in de vroege seventies de ene hit na de andere te scoren, met eigenzinnige bewerkingen van 'Delta Lady', 'Cry me A River', 'Feeling Alright', 'The Letter', 'Watching the River Flow', 'High Time We Went', 'Put Out the Light' en de van Billy Preston geleende ballad 'You Are So Beautiful'.

In 1972 was Cocker dermate populair dat zijn concert in de New Yorkse Madison Square Garden 20.000 toeschouwers op de been bracht. Drie jaar later was hij, na Paul Simon, een van de eerste blanke artiesten die naar Jamaïca trok om er met reggaemuzikanten te werken, wat resulteerde in de lp 'Stingray'. Maar toen zijn platenverkoop taande, gleed Cockersteeds verder weg in een poel van drank en drugs.

"Tijdens de seventies heb ik hemeltergend slechte concerten gegeven, omdat ik er een losbandige levensstijl op nahield en mezelf niet onder controle had", vertelde Joe Cocker ons ooit tijdens een interview. "Zo dreigde ik, samen met mijn talent, ook het respect van mijn fans te verliezen. Gelukkig heb ik inmiddels geleerd me iets verantwoordelijker te gedragen. Ik drink nu alleen nog Bacardi met diet coke."

In 1983 maakte hij een spectaculaire come-back met 'Up Where We Belong', een duet met Jennifer Warnes uit de film 'An Officer and a Gentleman'. Zijn versie van Randy Newmans 'You Can leave Your hat On' haalde de soundtrack van '9 1/2 Weeks' en in 1987 kwam ook 'Unchain My Heart' in de toptien terecht.

Joe Cocker werkte samen met Bo Diddley, The Crusaders, Carlos Satana en zijn grote held Ray Charles, vertolkte regelmatig werk van Bob Dylan, John Hiatt en Jackson Browne, maar naarmate de tijd vorderde ging zijn muziek gepolijster en afgelikter klinken. Hij zocht almaar vaker de 'middle of the road' op, trad op tijdens The Night of the Proms en hoewel zijn raspende oerschreeuw intact bleef, raakte de kwaliteit van zijn werk aangetast door foute producers en bedenkelijke songkeuzes. De zanger bleef wél populair en werd in 2007 zelfs geridderd door de Britse Queen.

Ondanks die knieval voor de mainstream hield Joe Cocker vol dat hij nooit van het rhythm & bluespad was afgedwaald. "Ik heb nooit trendy willen zijn en heb er altijd zorg voor gedragen dat ik mijn artistieke integriteit niet verloor", zei hij. "Sommige van mijn vertolkingen hebben de tand des tijds beter doorstaan dan andere, maar ik ben steeds bereid een song vanuit een nieuw gezichtspunt te bekijken. Ik wil de routine uit mijn werk houden". Pas aan het einde van zijn leven begon Cocker zelf nummers te schrijven. Zijn voorlaatste cd, 'Hard Knocks' uit 2010, bevatte haast uitsluitend eigen werk.

Als we de compilaties en live-documenten niet meerekenen, laat Joe Cocker 22 langspelers na. Veel echte voltreffers waren daar de jongste decennia niet meer bij, maar 'Sheffield Steel' (1982) en het sobere, live in de studio ingeblikte 'Organic' ('96) behoren zeker tot zijn artistieke hoogtepunten.

Sinds zijn huwelijk met Pam Baker in 1987 woonde de zanger op een ranch in Crawford, Colorado, waar hij zich bezig hield met tuinieren, vissen, snookeren, paardrijden en bergwandelingen maken. "Maar als ik zes maanden niet meer heb gezongen, begint de rusteloosheid te knagen en vraag ik me steevast af of ik het nog wel kan", vertelde hij ons ooit.

Vorig jaar stond hij nog nummer één in Duitsland en maakte hij een uitgebreide Europese tournee die hem in ons land naar de Lotto Arena en Suikerrock bracht en werd gedocumenteerd op zijn laatste release, de dubbelaar 'Fire It Up: Live'. Na het nieuws van zijn overlijden, regende het meteen tweets van collega-artiesten, onder wie Ringo Starr en Bryan Adams. "Joe Cocker was een aardige man die de wereld heel veel moois heeft geschonken", meldde Paul McCartney. Ons hoort u dat alvast niet tegenspreken.

Lees meer over:

Onze partners