Interview: Sonny Rollins

07/07/11 om 10:29 - Bijgewerkt om 10:29

Bron: Knack Focus

Vandaag gaat in Gent het jaarlijkse jazzfestival van start met als grote klepper Sonny Rollins. Knack Focus interviewde de Saxophone Colossus. Herlees enkele markante passages.

Interview: Sonny Rollins

Een van uw helden was saxofonist Louis Jordan. Toen de swingrage voorbij was, vereenvoudigde hij de beste elementen tot rhythm-and-blues. Dat ging er slecht in bij het jazzpubliek. Maar voor u was het een guilty pleasure?


Guilty? Ik was dol op hem! Ik leerde zijn muziek kennen toen ik een jaar of zeven was. Mijn lagere school lag pal naast een club waar hij vaak speelde. Na vieren stopte ik elke dag aan die club om naar zijn foto te kijken. Zonder helden kom je nergens.


Die jazzgoden woonden, zoals het goden betaamt, boven op de berg in Harlem, New York. Waren ze bereikbaar voor jonge muzikanten als u?


(Lacht) Die heren waren veel ouder dan wij, als broekje ga je niet aan de mouw van zulke oude knarren trekken. Toen we zelf naam begonnen te maken, veranderde dat. Naarmate mijn vrienden en ik ouder werden, kregen ze respect voor ons. Zij waren altijd op zoek naar jong talent, en naarmate je technisch beter werd, verkleinde de leeftijdskloof. Het was een oprechte meritocratie.


België heeft bloeiende jazzopleidingen. Dat is goed nieuws en een teken van erkenning. Maar wat moet je met al die jonge jazzmuzikanten?


Een mentor moeten ze hebben, het is bijna essentieel. Ga in de leer. Absorbeer zoveel je maar kunt. Veel liever dat dan in je eentje middelmatig te zijn. Alleen is de scene ontzettend veranderd. Toen ik begon, speelden we in kleine clubs - die grote festivals had je nog niet zo. Tegenwoordig studeren er zó veel jonge muzikanten af - fine by me - maar er zijn geen plekken om te spelen. Je moet ergens heen met die kids.


Maar alles welbeschouwd: goed dat die hogere opleidingen bestaan. Wij klaagden vroeger dat jazzmuzikanten geen respect en erkenning kregen. Dat is nu anders. Nu nog een paar mentoren, en ze zijn vertrokken. Daar is een rol weggelegd voor oudere muzikanten.


U bent al zestig jaar aan het werk. Hoe houdt u het interessant voor uzelf?


Wat de muziek betreft: ik oefen nog elke dag. Ik heb het gevoel dat ik nog altijd niet heb bereikt wat ik potentieel kan bereiken. Elke dag pak ik mijn horn vast en voel ik me dat jongetje van zeven dat zijn eerste sax krijgt. Ik zoek nog altijd die flard uniciteit waardoor ik een beetje trots op mezelf zou kunnen zijn.


Weet u, een van de belangrijkste lessen voor een muzikant is dat je een leven naast het podium moet hebben. Je moet een méns zijn, je moet met het leven en met mensen omkunnen, met haat en jaloezie. Wat telt, is dat je met jezelf kunt leven. Dat je met jezelf, met je wreedheden en met je schaamte kunt leven. You can't fool the guy in the mirror. Dán heb je misschien iets te vertellen als muzikant.


Bart Cornand


Lees meer over:

Onze partners