In memoriam: Stooges-saxofonist Steve Mackay, tussen jazzartiest en rockster

13/10/15 om 15:25 - Bijgewerkt om 16:03

De nalatenschap van tenorsaxofonist Steve Mackay, die afgelopen weekend op 66-jarige leeftijd stierf aan de gevolgen van een bacteriële infectie, rust vooral op zijn bijdragen aan één rockalbum: 'Fun House', het tweede album van The Stooges uit 1970.

In memoriam: Stooges-saxofonist Steve Mackay, tussen jazzartiest en rockster

Steve Mackay © Facebook

We schrijven 1970. In de stad Detroit raakt een jonge Iggy Pop geïntrigeerd door het werk van Steve Mackay, een tenorsaxofonist die op dat moment bij de experimentele rockgroep Carnal Kitchen speelt, een los project van Mackay en zijn jeugdvriend Marc Lampert. Ze experimenteren naar eigen zeggen - in dronken toestand - met drums en saxofoon, repeteren in de kelder van een studentenhuis en geven ongeregelde straatconcerten.

Het klikt tussen Iggy Pop en Steve Mackay. "Op een dag in de lente van 1970 vroeg Iggy me om recht tegenover de platenwinkel waar ik destijds werkte een kop koffie met hem te gaan drinken", aldus Mackay in een oud interview met Punk Globe. "Hij nodigde mij uit op een jamsessie met zijn band. Eenmaal ik daar aankwam, bleek hij al een plan voor ogen te hebben: samen een album opnemen."

Fusion

Iggy Pop wil voor dat album terug naar de speelse onbevangenheid van de eerste optredens met The Stooges, toen nog een wildebrasband die rauw en ongecoördineerd het podium inpalmt en à l'improviste op lege vaten timmert. Hij ziet in Mackay de geknipte man voor de job. "Steve Mackay was een aanwinst voor onze band en voor zijn generatie", schrijft Iggy Pop op zijn Facebookpagina. "Wanneer hij die saxofoon aan zijn lippen zette en begon te spelen, lichtte de hele wereld op."

Dat Iggy Pop de jazzcat Mackay erbij haalt, is niet vreemd. In de jaren '70 was de verbroedering van jazzartiesten en rocksterren immers geen uitzondering. It was all about that fusion - denk maar aan de jazztinten in 'Electric Lady' van Jimi Hendrix.

L.A. Blues

Mackay en Iggy Pop werken tijdens die allereerste brainstormsessie al twee nummers af die later op het album zouden verschijnen: '1970' en 'Fun House', de titeltrack van de plaat die op 7 juli 1970 in de rekken verschijnt.

'Fun House', en dan voornamelijk de tweede helft van de plaat, bevat perfecte samenklank van sax en gitaar enerzijds en chaotische uithalen van Mackay anderzijds. In 'L.A. Blues', het epische en destructieve slotnummer van het album, is de invloed van Mackay allesoverheersend. "Als een constante zigzaglijn tussen een post-Coltrane en primitieve rock", zo omschrijft rockcriticus Lester Bangs de stijl van Mackay.

Ingenieur

Hoewel de saxofonist na 'Fun House' een paar maanden mee op tournee trekt met The Stooges, verlaat hij nog in 1970 de band.

Wat later, in 1986, is Mackay te horen op 'The Blind Leading The Naked', een album van postpunkband Violent Femmes. En ook andere bekende en minder bekende groepen kloppen aan bij de saxofonist, die dankzij 'Fun House' een instituut was geworden. Mackay heeft een hand in verschillende projecten, maar is niet continu aanwezig in de muziekwereld - hij neemt ook een allegaartje minder tot de verbeelding sprekende jobs aan; vooral door bij te klussen als ingenieur verdient hij de kost. Door die radiostilte melden verschillende media zelfs foutief het overlijden van Mackay in de jaren '70.

Reünie

Hij verschijnt weer op de voorgrond wanneer Iggy Pop in 2003 The Stooges reanimeert. Zonder vooraf te repeteren - niet nodig volgens de frontman - gaat de saxofonist mee het podium op. Het reünieoptreden van The Stooges op Coachella in 2003 is een zeer succesvolle passage en leidt tot een uitgebreide tournee.

Mackay werkt nadien nog mee aan twee Stoogesplaten: 'Ready To Die' (2007) en 'The Weirdness' (2013). Het niveau van cultklassieker 'Fun House' wordt echter niet meer gehaald. Van de originele bezetting die dat legendarische album mee maakte, leeft nu - sinds de dood van Steve Mackay afgelopen weekend - enkel Iggy Pop nog.

(AW)

Onze partners