Guitar Heroes

25/05/11 om 10:59 - Bijgewerkt om 10:59

Bron: Knack Focus

Professioneel sjacheraar Francis Weyns graait vier meesterwerken van evenveel gitaarhelden uit de platenbakken: Rory Gallagher, Joe Perry, Johnny Rivers en David Lindley.

Guitar Heroes

In den beginne was er de blues. En diezelfde blues zorgde in de jaren zestig en zeventig voor een shitload aan jonge gitaristen die hele albums volfriemelden met eeuwigdurende solo's. Maar liever dat dan naar een heel Hooverphonic-album te moeten luisteren natuurlijk. Het lounge-ensemble overschreed in 1996 al ruimschoots de houdbaarheidsdatum en het wordt tijd dat iemand Alex Callier schriftelijk op de hoogte brengt.

U kent ongetwijfeld six-stringslingers als Hendrix, Page, Clapton, Blackmore en May. Deze week richten we de spots op vier albums van evenzeer onderschatte gitaarhelden. Twàààng !


Rory Gallagher : Live ! In Europe (1972)
Wie zich afvraagt of Ierland werkelijk muzikaal talent heeft voortgebracht, vergeet het liefst het Disney-gewauwel van Bono en The Edge of het gekrijs van dat hysterische wijf Dolores O'Riordan. En neen, we hebben het hier niet over de comeback-kid Johnny Logan.

Rory Gallagher richtte mid jaren zestig het R&B power-trio Taste op, maar ging begin jaren zeventig solo. Met succes. Gallagher tourde onophoudelijk door Europa, en nam tussen 1971 en 1990 elf studio- en twee live-albums op waarvan hij in totaal dertig miljoen stuks van verkocht.

Gallagher stierf in 1995, na een mislukte levertransplantatie.




Joe Perry : Let the music do the talking (1980) In de jaren zeventig snoven ze samen het hele Zuid-Amerikaanse BNP bij elkaar en ondanks het feit dat ze de Boliviaanse economie overeind hielden, besloten de Toxic Twins van Aerosmith in 1979 toch maar uit elkaar te gaan. Gitarist Perry nam een aantal onafgewerkte songs die normaal op het Aerosmith-album "Night in the ruts" hadden moeten belanden mee de studio in, terwijl zanger Steven Tyler zijn band met moeite overeind hield.

Perry, een obsessieve Jimi Hendrix, Jeff Beck en Peter Green fan, nam tussen 1980 en 1983 drie solo-albums op. Toen het laatste album op 25 000 verkochte exemplaren afklokte en de bankrekening duchtig slonk, werd het tijd voor een groepsreünie.

Tyler en Perry namen met Run DMC in 1986 de Aerosmith-klassieker "Walk this way" opnieuw op. De hitsingle zorgde voor een nooit geziene comeback van de groep.




Johnny Rivers : Live at the Whisky a Gogo (1964) John Ramistella aka Johnny Rivers tourde eind jaren vijftig rond in de Amerikaanse staat Louisiana. In 1961 verhuisde hij naar Los Angeles, en dat bleek een verstandige keuze te zijn.

Rivers nam twee jaar later voor een Britse televisie-serie zijn eerste single "Danger Man (Secret Agent)" op en scoorde gelijk een top drie in de Amerikaanse charts.

Een jaar later speelde Johnny Rivers op de openingsavond van een nieuwe nachtclub op Sunset Strip, de Whisky a Go Go. Het live-album haalde een nummer twaalf-notering in de Amerikaanse albumcharts. De single "Memphis" (een Chuck Berry-cover) verkocht meer dan een miljoen exemplaren. Elvis was not amused toen bleek dat het arrangement van zijn onuitgebrachte "Memphis"-opname klakkeloos overgenomen was, en verklaarde Rivers persona non grata.




David Lindley : El Rayo-X (1981)

Lindley speelde samen met ondermeer Leonard Cohen, Jackson Browne, Linda Rondstadt, Ry Cooder, Ben Harper en Warren Zevon, maar nam begin jaren tachtig toch even tijd om zijn eigen band, El Rayo-X, op te richten waarmee hij tussen 1981 en 1983 drie schitterende albums opnam.

David Lindley tourt nog steeds onverdroten verder en was vorig jaar te horen op "Love is Strange" van Jackson Browne en "The Promise" van Bruce Springsteen.

Francis Weyns

Onze partners