Gent Jazz Dag 2: Ornette Coleman

09/07/10 om 14:08 - Bijgewerkt om 14:08

Bron: Knack Focus

Hitte en zachtjes pruttelende muziek domineerden de tweede dag op Gent Jazz. Freejazzicoon Ornette Coleman bezorgde ons kippenvel - maar dan zoals je dat krijgt als er een krijtje breekt op een schoolbord.

Gent Jazz Dag 2: Ornette Coleman

Kent u de hoes van Chet Baker & Crew, hét uithangbord van de West Coast cooljazz? Vijf verhitte mannen op een boot, en Chet hangt verkoeling zoekend aan het grote zeil, zijn trompet pront in de bries. Wel, dát vat het concert van het Greg Houben Trio (Houben, trompet en zang; Quentin Liégeois, gitaar; Sam Gerstmans, bas) helemaal samen. Een perfecte opener op een smoorhete middag. De drie spelen al samen sinds hun studententijd, en leggen zich toe op bijzonder smaakvolle cool. Gezien hun line-up, zónder drums, ligt de vergelijking met het beroemde trio van Chet Baker, Philip Catherine en Jean-Louis Rassinfosse voor de hand, dat begin jaren tachtig een klassiek geworden plaat uitbracht. 'Een mijlpaal,' zegt ook Liégeois, 'maar daar willen we ons niet aan meten.' In elk geval: het trio speelde een intiem concert, al leek het een beetje gepakt door de warmte: wat kekke uptemponummers tussen al die ballads waren welkom geweest.

Cue naar vocalist Kurt Elling, meester van de vocalse - de zangstijl waarvoor teksten werden geschreven boven klassieke instrumentals. Elling is een geval apart: you love him or you hate him, een middenweg is er niet. Tegenstanders verwijten hem pompeusheid en stoppen hem in de hoek van cafécrooners als Michael Bublé, voorstanders appreciëren zijn techniek en brede culturele smaak. Reken ons maar bij de tweede categorie: met Joe Jacksons Feels Like Starting Over, Sinatra's Say It, een ode aan de samenwerking tussen John Coltrane en Johnny Hartman, stukken Richard Galliano en Johannes Brahms kreeg Gent Jazz een dwarsdoorsnede van zijn oeuvre. Ellings stem heeft met de jaren een raspig kantje gekregen - denk aan Tom Waits in zijn beginjaren - waarmee hij weg navigeert van de klassieke romigheid. Dat dreigde al eens tegen te staan, maar alles welbeschouwd was dit een behoorlijk, erg professioneel concert met een goeie spanningsboog.

Next up: het tweede echte hoogtepunt van deze editie, na Koen De Cauter op woensdag, Pierre Vaiana. De Italiaans-Waalse Vaiana is benoorden de taalgrens te weinig bekend - daarvoor opteert hij te zeer voor een politiek van rustige vastheid - al komt daar onder meer dankzij de inspanningen van De Werf in Brugge en Jazzlab Series verandering in. De man is gespecialiseerd in internationale samenwerkingen, die hem onder meer naar Burkina Faso leidden. Voor het project Itinerari Siciliani plooit hij dezer dagen terug op zijn Siciliaanse roots, met zijn al even warmbloedige medereizigers Salvatore Bonafede (piano) en Manolo Cabras (bas). Een fijnzinnige set vol eigen materiaal, van Il cuoco del conservatoria tot het bloedmooie Lamentu di Lazzaro, en de enige cover, Mi votu e mi Rivotu van de tragische Siciliaanse chansonnière Rosa Balistreri. In februari 2011 volgt een Jazzlab-tournee over heel Vlaanderen, net als een cd. Mis ze niet.

Na zijn gesmaakte passage op Jazz Middelheim was het vanzelfsprekend uitkijken naar het concert van Ornette Coleman. U voelt ons al komen: viel dit even tegen. De eerste twee dagen was de klank in de tent op de Bijloke behoorlijk pover, maar daar was het niet aan gelegen: wat dit kwartet door de boxen joeg, was bij momenten gênant. Goeie momenten - dat mag ook wel in een set van 20 nummers, met Following the Sound en Song World voorop ­- dat wel. Dat altist Coleman er weinig van bakt op trompet en viool is bekend, maar de befaamde Knack Focus Shit Sandwich Award gaat dit jaar - dat zijn we nu al zeker - naar contrabassist Tony Falanga. Zolang hij mocht plukken functioneerde hij als het cement van de band, maar met de strijkstrok werd het dramatisch - unisonopartijen met de elektrische bassist All McDowell (van nature toonvast, dat instrument) waren een aanfluiting. Aan de manier waarop de prelude van Bachs cellosuite nummer 1 werd aangerand, heeft Peter Adriaenssens nog een flinke kluif. Ritme en harmonie zijn relatieve begrippen in de free, maar als ook de merites van pitch ter discussie worden gesteld, zijn wij de piste in. Call me old-fashioned.

Bart Cornand

Lees meer over:

Onze partners