Ex-medewerkers reageren op faillissement RifRaf: 'Vroeger móést je dat magazine wel in huis halen'

31/05/16 om 17:19 - Bijgewerkt op 01/06/16 om 14:43

Het gratis muziekmagazine RifRaf zag zich, na 27 jaar, genoodzaakt er een punt achter te zetten. Het blad bood niet alleen alternatieve muzikanten een platform, maar ook jonge journalisten. Artistiek AB-directeur Kurt Overbergh, fotograaf Guy Kokken en journalist-schrijver Marnix Peeters zijn nu klinkende namen, maar ze begonnen hun carrière bij RifRaf. 'Het is zonde dat het verdwijnt, maar het is toch mooi hoe het blad 27 jaar koppig zichzelf is gebleven.'

Ex-medewerkers reageren op faillissement RifRaf: 'Vroeger móést je dat magazine wel in huis halen'

Marnix Peeters: 'RifRaf was een onschuldige speeltuin voor aspirant-journalisten.' © Michiel Leen

In september 1989 werd de eerste editie van het alternatieve muziekmagazine RifRaf gratis verspreid. Het was een springplank voor vele jonge journalisten. 'RifRaf was een belangrijk deel van mijn jeugd,' bekent Marnix Peeters. 'Het was een onschuldige speeltuin voor aspirant-journalisten, ik kon er mij dus helemaal in uitleven. Ik leerde er beter schrijven, en met de stress van het interview en de publicatie omgaan. Ik werd door mijn recensies in RifRaf opgemerkt, waardoor ik de kans kreeg om voor Humo en Studio Brussel te werken.'

Ook Kurt Overbergh leerde er de klappen van de zweep. Hij bleef zelfs tot vandaag aan het magazine verbonden. 'Ik stelde deze maand voor het laatst Kükl's Onrustige 10 op: tien aanraders voor de avontuurlijke luisteraar. Ik schreef die rubriek steevast 's nachts, na lange avonden in de AB. Ik vloekte er vaak op, maar het verplichtte me om de vinger aan de pols te houden en te graven naar artiesten die anders weinig gehoor krijgen. Dat was dan ook de kracht van RifRaf: het was een belangrijke gatekeeper in een tijd van overvloed.'

Kurt Overbergh

Kurt Overbergh © Belga

Guy Kokken begon met zijn carrière als popfotograaf bij RifRaf. 'Ik ben op de kaart gezet door RifRaf. Ik was naar het magazine gestapt met een portfolio van foto's die ik genomen had van vrienden, met de vraag of ik artiesten mocht fotograferen. Dat was oké, maar ik moest de meeste bands ook wel interviewen vooraleer ik die foto's mocht nemen.' (lacht.)

Hun eerste keer

De drie ex-medewerkers herinneren zich nog hun eerste grote artikels voor RifRaf. Voor Peeters was dat Exploding White Mice. 'Dat was een Australische cultband. Ik heb van die mannen een t-shirt gekregen met een ontploffende muis op. We hebben die dan gescand om op de cover van het magazine te zetten. Die eerste edities waren eigenlijk vreselijk slecht, maar het was toen nog zo onschuldig. Nadien heb ik voor het blad onder meer Nirvana en Pearl Jam geïnterviewd.'

Ook Kokken herinnert zich zijn eerste artikels nog levendig: 'Mijn eerste fotosessie was met Jan Goossens van The Candy Men en later Coil, de Engelse experimentele groep die toen net Love's Secret Domain had uitgebracht. In die tijd bestonden er weinig andere media die aandacht gaven aan deze boeiende alternatieve bands. Je móést toen wel de RifRaf in huis halen.'

Overbergh zegt hetzelfde. 'Ik interviewde onder meer Nick Cave en The Beastie Boys voor het magazine. RifRaf was werkelijk de thuishaven voor alternatieve muziek, en dat was toen uniek. Studio Brussel was nog niet de zender die het vandaag is, en alternatieve muziekmedia zoals Gonzo Circus of Subbacultcha bestonden nog niet. Het is zonde dat RifRaf verdwijnt, maar het is toch mooi hoe het blad 27 jaar koppig zichzelf is gebleven.'

Joshua Migneau

Onze partners