De grote goesting van Michael Kiwanuka (en onze drie andere albums van de week)

15/07/16 om 09:50 - Bijgewerkt om 10:39

Van een jonge generatie mag men niet verwachten dat ze een nieuw soort soul uitvindt. Zolang ze, zoals Londenaar Michael Kiwanuka, de levensader ervan maar kan aftappen.

De grote goesting van Michael Kiwanuka (en onze drie andere albums van de week)

© /

MICHAEL KIWANUKA - Love & Hate

De grote goesting van Michael Kiwanuka (en onze drie andere albums van de week)

Kiwanuka verscheen vier jaar geleden op het internationale toneel met Home Again, een op akoestische folksoul gestoeld debuut dat hem vooral op - terechte - vergelijkingen met Bill Withers en Richie Havens kwam te staan. Adele raakte er genoeg aan verknocht om de zwarte zanger-gitarist als haar voorprogramma te engageren, en ook Kanye West outte zich als fan.

Toch bleef Kiwanuka aan zichzelf twijfelen: was wat hij deed wel valabel genoeg? Kortstondige samenwerkingen met Dan Auerbach en Jack White vulden zijn tank met meer zelfvertrouwen, maar toch dwong de jonge Brit zichzelf om dieper te graven voor zijn tweede plaat.

Drie producers verleenden steun: hiphopbakker Inflo, Paul Butler (die ook Home Again onder zijn vleugels had genomen) en de alomtegenwoordige Brian 'Danger Mouse' Burton. Enig voorbehoud voor die laatste mag, want niet alles wat hij aanraakt, verandert in edelmetaal - denk maar aan de jongste van Red Hot Chili Peppers.

Hier werkt Burtons geluidsdesign perfect. Love & Hate is in een vintage gevoel gewikkeld, zonder dat dat flagrant retro aandoet. Weelderige symfonische strijkers, dameskoren en conga's verstrengelen zich met elkaar, maar toch zit die opsmuk Kiwanuka's boodschap nooit in de weg. Integendeel: je krijgt de indruk dat Kiwanuka niet zozeer iets van zijn tong maar bovenal iets uit zijn knoken moest krijgen. Zeurderige rusteloosheid, spirituele twijfel.

Cold Little Heart duwt Kiwanuka's tweede boot majestueus van de kade af: een tien minuten durende ouverture is het, waarin hij zoveel ijdele ambities opbiecht dat de zin 'I can't stand myself' wel móést vallen. Toch hangt hij de zielenpoot niet uit. Het uitdagend getitelde Black Man in a White World doet kond van zijn zoektocht naar identiteit, Falling knielt onbeschroomd voor het luxueuze soulschrijn van Isaac Hayes, en Rule the World - over de moed die nodig is om de controle uit handen te geven - is een oprechte cri du coeur.

Soms valt Kiwanuka in herhaling, maar dan nog is Love & Hate een sterke, voldragen plaat. Ook al omdat hij als gitarist uit zijn schulp kruipt: veel van zijn zoemende, elektrische verfraaiingen groeien door naar fuzzy solo's. Zijn goesting was groot. De uwe kan het worden. (KB)

VAN MORRISON - ...It's Too Late to Stop Now... Volumes II, III, IV & DVD

De grote goesting van Michael Kiwanuka (en onze drie andere albums van de week)

In 1973, achtentwintig was hij, bereikte Van Morrison al de kern van zijn kunnen. Het tastbare bewijs volgde een jaar later met It's Too Late To Stop Now, een fabuleuze dubbele live-lp. De Ierse zanger verzekerde zich van de ruggensteun van het Caledonia Soul Orchestra, tien man sterk, voorzien van strijkers én blazers. Dat schiep mogelijkheden ongezien maar niet ongehoord, zoals de baas als een doorgewinterde illusionist de grenzen tussen jazz, soul, rhythm- and-blues, rock, folk en country liet verdwijnen.

Deze vierdubbele aanvulling offreert nog meer uit de concerten in Los Angeles, Santa Monica en Londen waaruit indertijd werd geplukt. Vrees voor overtolligheid is ongegrond: ziehier een uitgave die, als een autoverzekering, verplicht zou moeten zijn. (KB)

SARATHY KORWAR - Day to Day

De grote goesting van Michael Kiwanuka (en onze drie andere albums van de week)

Behalve een excellente dj, radiolegende en muzikale smaakmaker is Gilles Peterson ook gewoon een toffe peer. Nadat jazzdrummer Steve Reid in 2010 - en in penibele omstandigheden - bezweek aan kanker richtte de Brit een stichting op in zijn naam, bedoeld om worstelende artiesten een broodnodig duwtje te geven. Percussionist Sarathy Korwar, geboren in de VS maar sinds zijn tiende muzikaal gekneed in India en Engeland, ontving van de Steve Reid Foundation een beurs én coaching van Four Tet en Floating Points om zijn debuut Day to Day in te blikken.

Zodus: dank u, meneer Peterson, om deze muzikant een welgemeend trapje onder zijn kont te geven, anders was deze hemelse melange van (fusion)jazz, Indiase folk en electronica ons misschien nooit ofte nimmer ter ore gekomen. Ontdekking van de week. (JB)

BADBADNOTGOOD - IV

De grote goesting van Michael Kiwanuka (en onze drie andere albums van de week)

Volgens verscheidene waarnemers liet BadBadNotGood, een kwartet bevlogen, in de jazz gepokte maar in hiphop gemazelde jongelingen uit Toronto, een flauwe indruk na met zijn passage op de voorbije editie van Rock Werchter. Niet slecht-slecht, maar ook niet beregoed, was de teneur. Misschien trekt BBNG zijn criticasters over de streep met deze vierde, zich ergens tussen spacey jazz, met funk besproeide fusion en geroerbakte soul afspelende langspeler.

Van de instrumentale tracks blijven Speaking Gently, Confessions Pt. II (met glansbijdrage van saxbeest Colin Stetson!), en Structure N° 3 het langst nazinderen. Sam Herring van Future Islands en rapper par excellence Mick Jenkins vechten om de beste gastrol, respectievelijk in de broeierige ballad Time Moves Slow en het retestrakke Hyssop of Love. (JB)

Onze partners