De beste belpop volgens Adriaan Van den Hoof: 'Pump Up The Jam, dat is een trein die vertrekt'

30/01/18 om 09:32 - Bijgewerkt om 09:31

Samen met Julie Van den Steen en Eva De Roo presenteert Adriaan Van den Hoof dit jaar de MIA's. Reden genoeg om hem naar zijn favoriete Belgische platen te vragen: 'André Brasseur, wat voor een genie is dat?'

De beste belpop volgens Adriaan Van den Hoof: 'Pump Up The Jam, dat is een trein die vertrekt'

© Debby Termonia

Onwaarschijnlijk. Straf. Wonderlijk. Het zijn woorden die meer dan eens vallen wanneer we Adriaan Van den Hoof vragen naar zijn favoriete Belgische artiesten en nummers. 'Hier worden zoveel verschillende soorten muziek gemaakt op zo'n kleine oppervlakte', verklaart hij zijn appreciatie voor de belpop. 'En we kennen onze talen. Een Spanjaard die in het Engels zingt, is een Spanjaard die in het Engels zingt. Wanneer Jan Leyers en Polle Pap in het Engels zingen, klinken ze als een band uit Amerika.'

Het is duidelijk, op het podium van de MIA's zal Van den Hoof zich als een vis in het water voelen. Al is de eerste favoriet op zijn lijstje, Louis Neefs, er eentje van lang voor de Vlaamse muzieksector prijzen uitreikte aan zichzelf. 'Ik leerde zijn muziek appreciëren door Lucas Van den Eynde, van wie ik les kreeg op Studio Herman Teirlinck. Nummers als Welkom thuis en Aan het strand van Oostende, dat is echt straffe kost.'

'Sinds kort luister ik er weer meer naar en eigenlijk komt dat door mijn lief. Zij zingt bij Scala, waar ze op zoek waren naar nummers met vrouwennamen. Waarop ik meteen dacht: Annelies uit Sas van Gent, wat een schoon nummer is dat? Net als Arme Joe van Will Tura. We draaien dat elke keer en de hele zaal gaat steeds weer voor de bijl.'


We, dat is Discobar Galaxie, het goed foute deejaycollectief waarin Van den Hoof al 25 jaar meedraait. Het is dankzij zijn collega daar, Jimmy 'Bobby Ewing' Dewit, dat hij organist André Brasseur leerde kennen. Die maakte in de jaren 60 en 70 furore met zijn groovy deuntjes, verdween dan naar de achtergrond en werd twee jaar geleden in ere hersteld door Dewit en zijn Belpop Bonanza-kompaan Jan Delvaux.

'Wat voor een genie is dát? Het is ook zo'n geweldig verhaal, over een gast uit Luik die gewoon op zijn orgel speelt, zich niet bewust is van zijn eigen succes, maar wel Pukkelpop kan laten dansen op zijn zevenenzeventigste. En nog steeds swingt dat als een tiet, zoals de Nederlanders dat zeggen. Doe het hem maar eens na.'


Wie volgens Van den Hoof ook wat extra waardering verdient, 'als muzikant en kunstenaar', is Marcel Vanthilt. 'Arbeid Adelt! is geen muziek die je opzet om het gezellig te maken in de living, maar als uiting van de punkattitude is dat concept en de klank die die gasten bedachten fenomenaal', looft hij.

'Het past voor mij een beetje in dezelfde stroming als Telex met hun Moskow Diskow, waarvan ik pas een paar jaar geleden ontdekte dat het Belgisch is. En Marcel blijft in mijn hoofd de eeuwige punker, in alles wat hij doet. Kijk naar wat hij, samen met Bart Peeters en Hugo Matthysen, bij De Hermannen deed. Dat soort rebellie mis ik tegenwoordig wel een beetje.'


'Onlangs hoorde ik Roméo Elvis nog eens op de radio en dacht ik: misschien zijn hij en de scene rond hem wel de mannen die opnieuw tegen schenen gaan schoppen, die wat amok gaan maken. Maar dan positief hè, niet zoals debielen genre Boef. Iemand als Roméo Elvis laat gewoon het achterste van zijn tong zien met wat hij doet. Het gaat erom dat je even fuck zegt tegen alles: "Ik doe dit gewoon, gene zever."'

Nu we het toch over hiphop hebben - voor het eerst is er een urban-categorie op de MIA's - prijst Van den Hoof graag ook Coely aan. 'Dat dat van hier komt, versta je gewoon niet. Dat je als onschuldig, bijna naïef meisje uit Sint-Niklaas dat soort muziek kunt maken... Ik ken haar en haar entourage intussen een beetje en kan je zeggen: dat zijn geen lomperiken. Ze hebben even goed naar Stevie Wonder als naar Dr. Dre geluisterd en dat hoor je eraan.'

'Live is Coely dan ook nog eens héél goed, wat voor hiphop uitzonderlijk is. Ik heb duizenden hiphopconcerten gezien, tachtig procent was bagger. Maar Coely op een podium, dat is ongelooflijk. Ook .blackwave uit Antwerpen verdient een pluim. Hun laatste single staat op dezelfde hoogte als Black Sheep, A Tribe Called Quest en andere grote hiphopbands.

Zoals een echte deejay dat doet, eindigt Van den Hoof met een onvervalste floorfiller van eigen kweek. 'Pump Up The Jam van Technotronic marcheert nog altijd op de dansvloer. Mensen gaan zonder schroom uit hun dak, of ze nu achttien of veertig zijn. Het tempo is perfect, de zanglijn door iedereen mee te zingen en de intro herkenbaar vanaf de eerste seconde. Pump Up The Jam, dat is een trein die vertrekt, de gouden formule van de dansmuziek. Gevonden door een Belg dan nog.'

De MIA's worden op 30 januari uitgezonden op Eén vanaf 20.40 uur.

Onze partners