Swans @ AB: De schoonheid van het lelijke

26/09/14 om 12:43 - Bijgewerkt om 14:15

Ruim dertig jaar na hun debuut klinken de New Yorkse Swans nog altijd even intimiderend. Hun optredens zijn meestal uitputtende feesten van angst en pijn. Toch duurde het dit keer even voor het doelbewuste primitivisme van de groep, tijdens haar passage in de AB, echt hout sneed.

Swans @ AB: De schoonheid van het lelijke

© Piet Goethals

DA GIG: Swans in AB, Brussel op 25/9.

IN EEN ZIN: Na een langdradige eerste helft, waarmee ze aangaven dat hun avant-garde van weleer intussen après-garde is geworden, herpakten Swans zich op magistrale wijze en bereikten ze toch nog de hypnotische kracht waar hun reputatie op berust.

HOOGTEPUNTEN: 'Don't Go', 'Just A Little Boy', 'Bring the Sun', 'Black Hole Man'.

DIEPTEPUNTEN: de rest.

BESTE QUOTE van Michael Gira: "Oh universe, you stink of love!" (uit 'A Little God In My Hands').

Swans zijn duidelijk niet op de wereld om te behagen. De groep provoceert, schudt je onzacht door elkaar, zet al je zekerheden op losse schroeven en creëert een wereld waarin de morbide schilderijen van Hiëronymus Bosch tot leven worden gebracht. Concerten van Swans zijn intense rituelen: wie eraan deelneemt, doet dat op eigen risico én bij voorkeur voorzien van oordopjes, want de heren bouwen een geluidsmuur van gewapend beton waar de meeste trommelvliezen niet tegen bestand zijn.

Michael Gira en zijn gezellen spelen een vorm van anti-rock die alle conventionele songstructuren euh.. vrolijk negeert: monotoon, repetitief, monumentaal en log als een dinosaurus. Op die manier willen de New Yorkers niet alleen de schoonheid in het lelijke blootleggen, maar ook commentaar leveren op de condition humaine. Net als in het 'theater van de wreedheid' van Antonin Artaud is een optreden van Swans gericht op een katharisis, die je als toeschouwer enkel kunt bereiken door je volledig over te geven aan hun noise-extremisme. In die zin is iedere doortocht van het sextet een test voor je uithoudings- en incasseringsvermogen.

Het allereerste Belgische concert van Swans duurde destijds slechts twintig minuten en was zo hard dat het meer dan één aanwezige aan het braken kreeg. Maar de gave van de beknoptheid is het gezelschap intussen al lang kwijtgeraakt: in Brussel deed het twee uur en een kwartier over zeven nummers en die waren, helaas, niet allemaal even spannend. Vooral de eerste helft van de set was, wat ons betreft, zowat de saaiste performace die we van Swans ooit hadden meegemaakt.

Geseling

Het nieuwe 'Frankie M' werd ingezet door drummer Phil Puleo en percussionist Thor Harris die, gewapend met allerlei gongetjes en cymbalen, ruim vijftien minuten een geluid voortbrachten dat nog het meest aan het geruis op een autosnelweg deed denken en geleidelijk overging in een langgerekte drone. Pas toen gitarist Kevin Westberg, bassist Chris Pravdica en frontman Michael Gira hun collega's op het podium kwamen vervoegen ontstond er een woordenloze, monolitische mantra, steunend op slechts één akkoord, waar maar geen einde aan leek te komen. Net zoals Obélix met menhirs jongleert alsof het ganzenveertjes zijn, verpletterden Swans het publiek onder granieten geluidsblokken die het meer moesten hebben van chaos en decibels dan van echte muzikale ideeën. Zeker, wie naar Swans gaat kijken moet tegen een geseling kunnen. Maar naarmate het concert vorderde vroegen we ons toch steeds nadrukkelijker af hoezeer we hier nog met conceptuele kunst te maken hadden. Misschien had de keizer wel gewoon geen kleren aan?

Uit de dit jaar verschenen dubbelaar 'To Be Kind' hadden slechts drie epische stukken de setlist gehaald. Het eerste daarvan was het brutale en dreigende, maar ook een beetje saaie 'A Little God In My Hands'. Hoe luid de groep ook speelde, vaak wisten we een geeuw niet te onderdrukken. 'The Apostate' (uit 'The Seer') klonk ongeveer even opwindend als een politiesirene, wat maar weer eens aangaf dat wat tijdens de eighties nog vernieuwend en prikkelend was, vandaag een beetje belegen aandoet. Of hoe avant-garde door de gewenning uiteindelijk après-garde wordt. Swans deed afwisselend denken aan Black Sabbath en The Stooges, zij het dan zonder de memorabele riffs waar beide bands een patent op hebben.

Sjamaan

Opvallend was ook dat de inmiddels zestigjarige Michael Gira zijn teksten in Brussel aflas van een microfoonstandaard, een teken dat 's mans geheugen blijkbaar niet meer is wat het ooit was. De visionaire hogepriester van Swans gromde en steunde, en wanneer hij niet op zijn gitaar beukte, danste hij armenzwaaiend over het podium als een sjamaan of dirigeerde hij de andere bandleden, zodat er een twijfel kon bestaan over wie nu eigenlijk de baas was.

De veelzijdigste muzikant op het podium was duidelijk Thor Harris, die niet alleen op stalen buizen hamerde, maar ook een trombone, viool en Turkse klarinet bespeelde. Alleen jammer dat zijn bijdragen in de geluidsbrij niet altijd even duidelijk te onderscheiden vielen. Net toen we voor een verloren avond begonnen te vrezen, bleek de set, ongeveer halverwege, alsnog in de goede richting te kantelen. In het kolkende 'Don't Go', met zijn dertien minuten een relatief korte song, werd het tempo zo gevoelig opgedreven dat Swans zowaar bijna begonnen te swingen. 'Just A Little Boy (For Chester Burnett)' daarentegen was traag en bezwerend, maar gelukkig niet verstoken van dynamiek, en 'Bring the Sun' herinnerde door zijn hypnotische kracht en spanningsopbouw aan het beste van The Doors. Afsluiter 'Black Hole Man', aangedreven door bij NEU! betrokken motorik beats, was dan weer pure krautrock: naar Swans-normen eigenlijk ontstellend conventioneel, maar hoe dan ook een verademing voor wie de hele -best wel hobbelige- rit had uitgezeten.

Al bij al zou je kunnen concluderen dat Swans in Brussel twee concerten gaven: eentje waarin ze simpel te vaak verwarden met simplistisch, en eentje waarmee ze hun compromisloze reputatie alle eer aandeden. Mochten ze het eerste deel gewoon geschrapt hebben, dan was het wellicht verpletterend geweest.

Dirk Steenhaut

DE SETLIST: Frankie M / A Little God In My Hands / The Apostate / Don't Go /Just A Little Boy (For Chester Burnett) / Bring the Sun / Black Hole Man.

Onze partners