Low (en Junip) @ Les Nuits Botanique: Een sluimerende vulkaan

© Facebook

Les Nuits Botanique draaien inmiddels op kruissnelheid en brachten twee boeiende bands naar Brussel, elk met een nieuwe plaat onder de arm. Junip presenteerde zijn titelloze tweede, maar het was vooral Low dat met ‘The Invisible Way’ voor kippenvel zorgde.

DA GIG: Low en Junip in Koninklijk Circus, Brussel op 8/5.

IN EEN ZIN: Junip klonk ons iets te eenvormig in de oren, maar de op de grens tussen intimisme en noise balancerende songs van Low stonden garant voor koude rillingen.

HOOGTEPUNTEN: ‘Line of Fire’ (Junip), ‘Especially Me’, ‘Pissing’, ‘Monkey’, On My Own’… (Low).

DIEPTEPUNTEN: hebben we niet gehoord.

BESTE QUOTE van Alan Sparhawk, als reactie op het geschreeuw van enkele toeschouwers: “I like the sound of you cowboys.”

Junip is één van de projecten van de Argentijnse Zweed José González: officieel een trio, maar op het podium een sextet dat een vorm van progfolk speelt waarin de groove minstens even belangrijk is als de melodie. Naar zijn eigen zeggen streeft González naar een sound die het midden houdt tussen die van een Duitse jazzband en een Afrikaanse popband, en dat kon je duidelijk horen.

Zelf moesten we in het Koninklijk Circus dan weer denken aan Manassas, het gezelschap waarmee Stephen Stills tussen 1971 en ’73 de podia onveilig maakte. Alleen waren de country-invloeden bij Junip vervangen door krautrockecho’s -op een bepaald moment hoorden we zelfs een ‘motoriek beat’ van het type waar NEU! vroeger een patent op had- en de pedalsteelgitaren door synthesizers.

Dat leidde tot muziek die niet onaangenaam aandeed, maar vaak te eenvormig en te reliëfloos klonk om de songs individueel te laten schitteren. José González’ anders zo subtiele verrichtingen op de Spaanse gitaar werden volledig weggedrukt door de dominante bongo’s, orgeltjes en andere keyboards, en ’s mans dunne stem bleek in de groepscontext veel minder goed te werken dan op zijn intimistische soloplaten. Niettemin slaagden we er uiteindelijk in toch enkele uitschieters te noteren: het op herkenningsapplaus onthaalde ‘Without You’ (uit de drie jaar oude cd ‘Fields’), het luchtige ‘Your Life, Your Call’, het geleidelijk richting climax gestuwde ‘After All is Said and Done’, dat gracieus eindigde met een meerstemmige toetsenpartij, en de catchy afsluiter ‘Line of Fire’, niet toevallig de recente single. Junip speelde een set waar weinig op aan te merken viel, maar die ons al bij al vrij onberoerd liet.

Abstract expressionisme

Low daarentegen deed onze nekhaartjes meer dan eens overeind komen. Het trio uit Duluth, Minnesota viert dezer dagen zijn twintigste verjaardag en bracht onlangs met het door Jeff Tweedy van Wilco geproducete ‘The Invisible Way’ zijn tiende langspeler uit, die tijdens Les Nuits uiteraard uitgebreid aan bod kwam. Low, met als spil het mormoonse echtpaar Alan Sparhawk en Mimi Marker, werd vroeger, samen met Codeine, Red House Painters, American Music Club, Idaho en Spain, tot de voortrekkers van het slowcoregenre gerekend. Die term is echter niet langer toereikend om de essentie van de groep te vatten: veel van haar nummers beantwoorden immers al lang niet meer aan de omschrijving ’traag en ‘verstild’.

De set van Low begon ingetogen met ‘Plastic Cup’, waarin Alan Sparhawk zich van zijn meest cynische kant liet horen. De man speelt, net als Neil Young, gitaar als een abstract expressionist en deinst er niet voor terug scherp en noisy uit te halen, zoals in ‘On My Own’, ‘Witches’ of het even grimmige als schurende ‘Monkey’. De minimalistische drumstijl van Mimi Parker is dan weer schatplichtig aan die van Maureen Tucker van The Velvet Underground. Het derde bandlid, Steve Garrington, ruilde in de meeste nieuwe songs zijn bas voor een piano, waardoor in de karakteristieke sound van het gezelschap toch weer lichte verschuivingen optraden.

Spanning

Wat Low vooral uniek maakt, zijn de in elkaar verstrengelde stemmen van Sparhawk en Parker, die elk afwisselend op het voorplan mochten. De warme, troostende voordracht van Mimi Parker in ‘Holy Ghost’, ‘So Blue’ en ‘In Metal’ boorde zich recht naar je hart, en je moest al van graniet zijn om tijdens het bloedstollend intense ‘Especially Me’ je ogen droog te houden. Alan Sparhawk kwam in ‘Clarence White’ of het bedachtzame ‘Waiting’ onderkoelder uit de hoek, maar gaf op andere momenten aan dat hij iets heeft van een sluimerende vulkaan die ieder moment tot uitbarsting kan komen. De manier waarop hij met zijn expressieve snarenwerk in ‘Pissing’ een haast onhoudbare spanning opbouwde, resulteerde in een ondoordringbare wall of sound, terwijl ‘Canada’, dank zij zijn gespierde riffs, pure rock-‘n-roll-allures kreeg.

Doordat Low op een festival optrad, was zijn set ruim zeven nummers korter dan bij een normaal concert. Hoewel de groep in Brussel occasioneel teruggreep op oudere platen als ‘C’Mon’, ‘Drums and Guns’, ‘The Great Destroyer’, ‘Trust’ en ‘Things We Lost in the Fire’, was het dus onvermijdelijk dat enkele publieksfavorieten ontbraken. Toch wist ze ook enkele keren te verrassen, onder meer met ‘Words’, het openingsnumer van haar debuutplaat ‘I Could Live in Hope’ (uit 1994), en de enige bis, ‘I Hear… Goodnight’, uit haar ‘In the Fishtank’-sessie met The Dirty Three.

Was dit de beste show die we van Low al gezien hadden? Wellicht niet. Maar Sparhawk en Parker lieten ons in ieder geval weer een stukje van de hemel zien. Ondergetekende is dan ook op een wolk de zaal uitgdreven.

Dirk Steenhaut

LOW SETLIST: Plastic Cup / On My Own / Holy Ghost / Clarence White / Monkey / So Blue / Waiting / Witches / Especially Me / Pissing / Words /In Metal / Canada // I Hear… Goodbye.

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content