Les Nuits Botanique @ Brussel: Blaudzun op stormkracht

23/05/14 om 12:11 - Bijgewerkt om 12:11

Bron: Knack Focus

Tijdens de 21ste editie van Les Nuits zijn zowel nieuwe namen als gevestigde waarden te zien. Het Schotse The Amazing Snakeheads behoort tot de eerste, het Nederlandse Blaudzun tot de tweede categorie. Maar ondanks hun verschillen tekenden ze allebei voor een verschroeiende liveprestatie.

Les Nuits Botanique @ Brussel: Blaudzun op stormkracht

• THE AMAZING SNAKEHEADS (Orangerie)

Wie nog nooit van The Amazing Snakeheads heeft gehoord, hoeft zich vooralsnog niet te schamen. Maar laat dít wel een oproep zijn er dringend iets aan te doen. Het misantropische trio uit Glasgow is namelijk één van de nieuwste signings op het toonaangevende Domino-label en heeft pas onlangs, met 'Amphetamine Ballads', zijn eerste langspeler uitgebracht. Die cd-titel spreekt boekdelen, want de muziek van het gezelschap klinkt zo rauw en visceraal dat je je er een beetje onbehaaglijk van gaat voelen.

Uiteraard hebben de Snakeheads niets uitgevonden. Ze zweren bij een rudimentaire gitaar/bas/drumsbezetting (al was er op het podium ook een vierde man bij, die zich over een tamboerijn en enkele shakers ontfermde) en hun nummers houden het midden tussen rammelende prikkeldraadrock, sixties punk en swampy garageblues. Die klonken op zich vrij simpel, maar vooral ook: rafelig, ongedurig en dwingend.

Toen ze klein waren kregen de heren 's ochtends geen ontbijtgranen geserveerd, maar werden ze gedwongen hun dag te beginnen met gulle porties Jon Spencer, Link Wray, The Cramps, The Gun Club en Screamin' Jay Hawkins. Zoiets laat sporen na. En ja, The Amazing Snakeheads -what's in a name?- menen wat ze doen. Frontman Dale Barclay, dik Schots accent en ontbloot bovenlijf, schreeuwt consequent zijn longen binnenste buiten en briest als een gekooide tijger die dringend nood heeft aan calorieën. Zijn songs worden gevoed door woede, maar ook door wanhoop en hebben, zo bleek in Brussel uit 'Here It Comes Again' en 'Where Is My Knife?', niet zelden een sinister randje.

De Schotten bedienden zich rijkelijk van vervormingapparatuur, de gitaar van Barclay ademde een rockabilly-twang en in het knarsende 'Nighttime' speelde vooral de bas een prominente rol. Dat ene nummer met een gastzangeres viel een beetje uit de toon, maar toen de bassist in het trage 'Memories' een saxofoon opdiepte, ontstond een broeierige vibe die aan het betreurde Morphine herinnerde. En in ons boekje is dat nog altijd een compliment.

• BLAUDZUN (Rotonde)

Dankzij enkele radiohits bij Studio Brussel is de Nederlandse formatie Blaudzun tegenwoordig ook bij ons razend populair. Onbegrijpelijk dus dat de naar de Deense wielrenner Verner Blaudzun genoemde groep tijdens Les Nuits Botanique in de kleine Rotonde geprogrammeerd stond.

De liedjes van zanger-gitarist Johannes Sigmond zijn qua sound behoorlijk schatplichtig aan Arcade Fire: dezelfde naar bombast neigende exuberantie, dezelfde door zeven muzikanten gebouwde wall of sound en dezelfde instrumentale rijkdom: in de nummers figureren, naast gitaren en keyboards, immers ook een viool, een mandoline, een accordeon, een trompet, xylofoontjes en allerlei percussietuigen. Een ander belangrijk referentiepunt bij Blaudzun is de 'big music' van The Waterboys. Originaliteit is dus zeker niet de grootste troef van het gezelschap. Dat het desondanks toch moeiteloos weet te overtuigen heeft met drie factoren te maken: het hoge niveau van de songs, het charisma van de frontman en de passie en bevlogenheid waarmee de muzikanten op het podium staan.

Op de setlist prijkte uiteraard veel materiaal uit de onlangs verschenen vierde cd van Blaudzun, 'Promises of No Man's Land'. Vanaf opener 'Euphoria' werden de toeschouwers al helemaal meegezogen, als door een draaikolk die bij ieder nummer een beetje vernietigender werd. 'Streets of Babylon' was een wervelwind, 'Halcyon' één en al veerkracht en 'Any Cold Wind (Sweet Selene)' schoof voorbij tegen een walstempo. Nog steviger ging het septet er tegenaan in 'Too Many Hopes For July' en de courante hit 'Promises of No One's Land'. Sigmonds mededeling "the heat is on" stuitte dus op weinig tegenspraak.

Er zaten trouwens nog meer herkenningspunten in de set: het aanstekelijke 'Flame On My Head' kwam al voorbij tijdens het eerste kwartier. Van verstild naar uitbundig en terug ging het in 'Solar', dat door het publiek prachtig werd meegezongen. Blaudzun raasde over de Botanique als een volwassen tornado en gaf aan dat het helemaal klaar is voor de festivalpodia. Best imposant, maar toch misten we soms een beetje reliëf. Shakespeare wist al dat een tragedie nog dramatischer wordt als je er, bij wijze van contrast, enkele komische scènes aan toevoegt. Volgens dezelfde logica zou de stormachtige passage van Blaudzun gebaat zijn geweest met af en toe een rustpunt. Toen Johannes Sigmond helemaal onversterkt, solo op zijn ukulele het fragiele 'Wolf's Behind The Glass' losliet, was dat dan ook een heuse verademing.

Niettemin was het een groots en meeslepend concert van een groep die haar hoogste piek wellicht nog niet eens heeft bereikt. Dat belooft voor de toekomst.

Dirk Steenhaut

BLAUDZUN SETLIST: Euphoria / Streets of Babylon / Flame On My Head / Halcyon / Solar / Heavy Flowers / Elephants / Wasteland / Wolf's Behind The Glass / Any Cold Wind (Selene) / Too Many Hopes For July / Le Chant des Cigales/ Promises of No Man's Land / Wingbeat // Hollow People/ KIds Around (Hollow People Revisited).

Onze partners