Iceland Airwaves @ Reykjavik (3): De triomf van Girls in Hawaii

03/11/13 om 08:40 - Bijgewerkt om 08:40

Bron: Knack Focus

Met een maxiconcert van Múm en een gesmaakt optreden van het Belgische Girls in Hawaii was ook de derde avond van het Iceland Airwaves-festival er één om te onthouden. Geen wonder dat zelfs Britse en Amerikaanse bands elkaar tegenwoordig verdringen om hier een plekje op de affiche te krijgen.

Iceland Airwaves @ Reykjavik (3): De triomf van Girls in Hawaii

© Facebook

De aantrekkingskracht van Airwaves is dubbel: voor buitenlanders is het een goede gelegenheid om op zoek te gaan naar de Björk of Sigur Rós van morgen (en geloof ons, er schuilt nog veel moois onder het topje van de eh... ijsberg), terwijl het voor muziekminnende IJslanders dé kans is om spraakmakende bands uit de VS of Europa, die het eiland tijdens hun gewone tournees nogal eens plegen over te slaan, eindelijk aan het werk te zien. Van het Zweedse Goat tot het Britse Savages, van het Duitse Kraftwerk tot de Amerikaanse Zola Jesus: allemaal lokken ze bomvolle zalen en een oprecht geïnteresseerd publiek. Dat je daarna met de artiesten nog een biertje kunt drinken, draagt uiteraard bij tot de pret. Of we nog iets belangwekkends gezien hebben, wil u weten? Even spieken in ons notitieboekje.

MÚM Múm is één van de bekendste en meest geliefde groepen uit IJsland. Het nieuws dat ze een uniek concert zou geven in Fríkirkjan, een oude lutheriaanse kerk aan de oevers van het Tjörninmeer, bracht dan ook massa's fans op de been die ruim anderhalf uur in een lange wachtrij de kou trotseerden in de hoop een plekje te bemachtigen op één van de harde houten banken.

Velen werden teleurgesteld, maar zelf wisten we ons gelukkig wél naar binnen te wurmen. Door het lage altaar, dat als podium dienstdeed, en de door pilaren beperkte zichtbaarheid, werden onze oren meer verwend dan onze ogen, maar het werd hoe dan ook een memorabel optreden. De groep, al sinds 1997 aangevoerd door Gunnar Órn Tynes, speelde een extra lange set van twee uur waarin zowel oudere nummers als materiaal uit het recente 'Smilewound' aan bod kwam. Múm maakt het soort etherische, sprookjesachtige muziek dat in onze streken doorgaans met het hoge noorden wordt geassocieerd, en betovert het publiek met ijle kindvrouwstemmen, keyboards, cello's, xylofoontjes en melodica's. Toch schuwt het gezelschap evenmin borrelende beats of schurende elektronica. Het is net het contrast tussen beide werelden dat de muziek van Múm zo fascinerend maakt.

Het kwintet, waarin we enkel multi-instrumentalisten aantroffen, werd regelmatig aangevuld door een trompettist en twee violistes, wat aan de muziek een warm en majestueus karakter gaf. Broos? Zeker. Arty? We zullen het niet ontkennen. Maar Tynes gaf met zijn droog-komische aankondigingen aan ook over een goed ontwikkeld gevoel voor humor te beschikken. Tijdens de voorbereiding van het concert had Múm aan de koster van de kerk gevraagd hoe lang de kaarsen op het altaar zouden blijven branden. Antwoord: "De duur van twee begrafenissen." Wat de opper-Múm aan het eind van de set deed opmerken: "Ha, we hebben met zijn allen nog een halve kaars te gaan."

De muziek zelf was pure magie, en meteen ook een perfect antidotum voor de zapcultuur die showcasefestivals doorgaans eigen is.

HJALTALÍN We hadden al veel gehoord over Sundlaugin, de befaamde studio van Sigur Rós die ook door internationale groepen wordt gebruikt. En nu de gelegenheid zich voordeed om er eens een kijkje te gaan nemen, namen we die met beide handen aan. Eigenlijk gaat het om het allereerste overdekte zwembad in IJsland, gebouwd in de jaren dertig door een fabrieksdirecteur die bekommerd was om de gezondheid van zijn werknemers. Zwemmen kun je er al lang niet meer: vandaag is het een fraaie opnameruimte met een houten vloer en hoge ramen, gevuld met vintage apparatuur. De muzikanten die er langskomen houden dus hun kleren aan.

Sundlaugin was de perfecte plek voor een miniconcert van Hjaltalín, een groep die in het verleden wel eens deed denken aan een iets barokkere versie van The Divine Comedy. Op haar onlangs verschenen derde cd ligt de nadruk meer op elektronica, maar de klassieke invloeden zijn uit hun kamerpop nog niet verdwenen. Het sextet, dat zowel over een zanger als een zangeres beschikt, speelde uitgeklede versies van enkele van hun bekende songs, versierd met piano en viool. Maar de grootste verrassing was de doorvoelde coverversie van Beyoncés 'Halo', waarin de jazzy frasering van de op fluistertoon zingende Sigrí∂ur Thorlacius, een middelgrote gletsjer kon doen smelten.

APPARAT ORGAN QUARTET Een drummer en vier toetsenspelers (onder wie de gerenommeerde neo-klassieke componist Jóhann Jóhannsson), die hun orgeltjes en analoge synths bij de vuilnisman betrekken en ze vervolgens aan hun eigen noden aanpassen: zo zou je Apparat Organ Quartet nog het best kunnen omschrijven. Hun muziek, met zangpartijen die steevast vervormd worden door een vocoder en daardoor iets robotachtigs krijgen, vertoont raakpunten met die van Kraftwerk, maar is al net zo schatplichtig aan Steve Reich en Deep Purple. Hun unieke esthetiek leidt tot een zinnenprikkelende sound én tot een amusante visuele presentatie. De heren lijken wel vleesgeworden playmobil-mannetjes. Bovendien hebben ze een speciaal teken ontwikkeld, een met twee handen gevormde A, dat ze om de haverklap uitwisselen met hun publiek. Jammer dat de leden van Apparat het zo druk hebben met hun andere activiteiten. Mochten ze wat vaker toeren, dan waren ze allang wereldberoemd.

GIRLS IN HAWAII Met het Brusselse Girls in Hawaii stond er, voor het eerst in de geschiedenis, ook een Belgische band op het podium van Iceland Airwaves. En jawel, het werd een regelrechte triomf. De groep speelde in I∂no, een van de fijnste theaterzaaltjes van Reykjavik, en het talrijk opgekomen publiek stak zijn enthousiasme niet onder stoelen of banken. De Girls wisselden songs uit hun nieuwe cd 'Everest' af met ouder materiaal en wisten de aanwezigen, met gelaagde maar catchy songs als 'Not Dead', 'Rorschach' en het stuwende 'Switzerland', moeiteloos te overtuigen.

De zangers-gitaristen Antoine Wielemans en Lionel Vancauwenberghe namen om beurten het voortouw, maar de anderen lieten zich evenmin onbetuigd. De fijne keyboardlaagjes, de uitgekiende samenzang, melodiën die zonder blozen tussen die van Grandaddy en The Beach Boys mochten staan: ze misten hun effect niet. Toen de groep haar wat rauwere, zeg maar Pavement-achtige kant toonde ('Summer Storm') en Wielemans een P.A.-toren beklom, was het hek helemaal van de dam. Girls in Hawaii noemden hun passage in IJsland achteraf de beste van hun huidige tournee. Enige minpuntje was de versie van 'Misses', die de subtiliteit en de nuance van de studio-uitvoering miste. Hoe dan ook: wie over een ticket voor de AB of het Koninklijk Circus beschikt, mag zichzelf vanaf heden een bofkont noemen.

KIMONO Kimono behoort al tien jaar tot de sterkste experimentele gitaarbands die IJsland rijk is, en deed die reputatie ook op het podium weer alle eer aan. Het trio, dat in plaats van een bas, een baritongitaarin stelling brengt, en de erfenis van Television, Wire en Polvo koppelt aan een postrocksensibiliteit, maakt even energieke als arty muziek. Die klinkt vaak gebald en broeierig, maar zoals blijkt uit haar onlangs verschenen instrumentale ep 'Aquarium', heeft ze nog heel wat meer pijlen op haar boog. Toch was het optreden ook een beetje bevreemdend. Alex McNeil, de zanger-gitarist van de groep, is intussen getransformeerd in... Alison. Naar de soms weinig toonvaste stem van de nieuwbakken frontvrouw te oordelen, was de transitie overigens nog niet helemaal compleet. Al kan er net zo goed sprake geweest zijn van een banale verkoudheid. Passons, Kimono bewees andermaal dat de IJslandse underground tot nader order springlevend is.

Dirk Steenhaut

Onze partners