Iceland Airwaves Festivalblog - Dag 4

18/10/10 om 16:19 - Bijgewerkt om 16:19

Bron: Knack Focus

Wat broeit er zoals in het Muzikale Hoge Noorden? Laatste festivalblog van onze man Dirk Steenhaut vanuit de binnenstad van Reykjavik waar het showcasefestival Iceland Airwaves plaatsvindt.

Iceland Airwaves Festivalblog - Dag 4

Wie wil weten of IJsland, na Björk, Sigur Rós, Múm, Emiliana Torrini en GusGus nog meer muzikale verrassingen in petto heeft, vindt het antwoord op Iceland Airwaves. Dit showcasefestival in de binnenstad van Reykjavik wordt al sinds 1999 jaarlijks georganiseerd en lokt steeds meer internationale bezoekers. Niet de minsten overigens, want gerenommeerde bladen als Rolling Stone, Mojo, Dazed & Confused en Metal Hammer sturen steevast verslaggevers op pad om uit te vlooien wat er zoal broeit in het Hoge Noorden. Tja, dan kan Focus Knack niet achterblijven, natuurlijk. De lokale muziekproductie is in de loop der jaren een van de belangrijkste magneten geworden voor het IJslandse toerisme. Geen wonder dus dat Airwaves, waar dit jaar, gespreid over vijf avonden en tien podia, 252 bands te zien zijn, al ruim een maand vooraf was uitverkocht. En dan hebben we het nog niet eens gehad over de talloze optredens op het off-venue-programma. Kortom: als er één ding is dat je op dit moment in Reykjavik nergens kunt vinden, dan is het wel... stilte.

Plaza Hotel, 15u.15

In het Plaza Hotel, dit jaar het zenuwcentrum van het Airwavesfestival loop ik een oude bekende tegen het lijf. Einar Örn Benediktsson is in IJsland een levende legende en wordt er als de peetvader van de indiescene beschouwd: hij bekeerde zijn volksgenoten tot de punk met bands als Purrkur Pillnikk en Kukl, was de tegenpool van Björk bij The Sugarcubes, werkte later samen met Damon Albarn van Blur en is tegenwoordig de frontman van het ronduit fantastische Ghostigital. Maar het kan soms onwaarschijnlijk raar lopen in het leven: sinds kort draagt Einar namelijk ook het petje van politicus. Als schepen zetelt hij in de gemeenteraad van Reyjavik en is hij, op de burgemeester na, momenteel de machtigste man van de stad.

Dat komt zo: in november vorig jaar richtten enkele kunstenaars en muzikanten de 'Best Party' op, met de bedoeling de eerstvolgende lokale verkiezingen eens goed op hun kop te zetten en de conservatieven en sociaal-democraten, die IJsland de voorbije jaren in een diepe crisis hadden gestort, een lesje te leren. Eerst leek het allemaal nogal tongue-in-cheek: hun campagnelied was Tina Turners 'Simply the Best' en in hun verkiezingsmanifest werd onder meer gepleit voor gratis handdoeken in de stedelijke zwembaden, de aankoop van een poolbeer voor de plaatselijke zoo en de bouw van een nieuw Disneyland vlakbij de luchthaven van Vatnsmyrni. Hoe dan ook, de boodschap sloeg aan en tot verbazing van velen won De Beste Partij in mei de gemeenteraadsverkiezingen met 34,7 procent van de stemmen. De populaire acteur Jón Gnarr schopte het tot burgervader en zes van de vijftien zitjes in de gemeenteraad worden sindsdien bezet door rockmuzikanten als Einar Örn, Dr Gunni en enkele leden van Ham. Een politieke aardverschuiving die kan tellen dus.

In de IJslandse hoodstad hebben de kunstenaars het nu voor het zeggen en dat zal ongetijfeld leiden tot een ander soort politiek. Want ondanks de subversief grappige slogans waarmee ze naar de kiezer stapten, zijn de verkozenen allemaal behoorlijk gedreven en intelligente mensen die écht iets willen veranderen en er een ambitieus en doordacht ecologisch programma op nahouden. Ik luister met verbazing van Einars verhaal en maak me de bedenking dat een politiek verlamd land als het onze best óók zo'n revolutie kan gebruiken. Panamarenko, Fabre, Hintjens en Bucquoy, waar wachten jullie nog op?

Smekkleysa, 16u.10

Overdag vallen in de binnenstad van Reykjavik tijdens de Airwavesperiode talloze gratis 'off venue'-concerten mee te pikken. In de platenwinkel Smekkleysa ('Slechte smaak'), een verlengstuk van het gelijknamige indielabel dat wordt gerund en gefinancierd door Björk en de andere ex-leden van The Sugarcubes, speelt Bob Justman een korte soloset en die wil ik niet missen, want zijn cd 'Happiness & Woe', een plaat die het intimisme van Nick Drake en Elliott Smith verzoent met de exuberantie van Tom Waits, was voor mij een van de mooiste van vorig jaar.

Justman ziet eruit alsof hij slechts twee uur heeft geslapen en dat blijkt te kloppen. Hij is de hele nacht aan het werk geweest in zijn studio en er is enige zachte dwang van zijn labelbaas nodig geweest om hem alsnog naar het kleine podium tussen de cd-rekken te lokken. Bob Justmans performance laat wel wat te wensen over: hij speelt rafelig en slordig en slaagt er niet in zijn elektrische gitaar behoorlijk te stemmen. Toch klinken zijn cover van PJ Harveys 'The Desperate Kingdom of Love' en het bluesy 'Alone Tonight' bij vlagen briljant. Jammer genoeg wordt zijn set halverwege verstoord door een losgeslagen dronkelap. De winkelbedienden hebben er de grootste moeite mee de man, die behoorlijk agressief is, de deur uit te werken, maar Justman laat het niet aan zijn hart komen. "There are many troubled souls in this town", reageert hij laconiek.

Reykjavík Art Museum, 20 u.

Door een 'last minute'-wijziging in het festivalschema krijg ik ongepland de Deense groep Spleen United te zien. Ik zag ze al eerder aan het werk en merk dat ze inmiddels hun bassist zijn kwijtgespeeld. Ook de naar de eighties verwijzende elektropop, die ik ken van hun cd 'Godspeed into the Mainstream', heeft blijkbaar een serieuze transformatie ondergaan. Spleen United schroeit vanavond serieuze gaten in de dansvloer en komt verrassend energiek en opwindend uit de hoek. Alleen verliest de attaque van het viertal na enkele nummers zijn effect, omdat het optreden reliëf mist en in eendimensionaliteit verzandt. Maar als de heren van Spleen erin slagen hun krachten beter te doseren en iets meer variatie in te bouwen, geef ik hun in februari te verschijnen nieuwe langspeler zeker nog een kans.

Reykjavík Art Museum, 20 u. 35
Bardi Jóhansson is één van de veelzijdigste figuren uit de IJslandse popscene. Hij runt zijn eigen studio waar hij ook als producer actief is, schrijft symfonische filmsoundtracks, vormt met de Franse zangeres Keren-Ann het duo Lady & Bird, maar maakte in het verleden ook schandaaltelevisie en bedacht voor de grap een potsierlijk nummer voor het Eurovisiesongfestival dat bijna officieel werd ingezonden. Vanavond verschijnt hij op Airwaves met zijn groep Bang Gang, die voor de gelegenheid uit leden van Leaves bestaat. Jóhansson schrijft bitterzoete maar melodieuze popliedjes die een hang naar de sixties verraden en waarin verlies en verlangen doorgaans centraal staan. De meeste songs uit zijn set ('The World is Gray', 'One More Trip', het ingetogen 'Every Time I look in Your Eyes') komen uit zijn jongste cd 'Ghosts From the Past' die ook in ons land vlot verkrijgbaar is. In het verleden wist Jóhansson als zanger niet altijd te overtuigen, maar dit keer is hij prima bij stem en is zijn gedreven gitaarwerk om van te snoepen. De licht psychedelische afsluiter 'Find What You Get', het hoogtepunt uit zijn vorige plaat 'Something Wrong', rockt zelfs als de beesten. In Frankrijk is Bang Gang al behoorlijk populair. Joost mag weten waarom je dit bij ons zo zelden op de radio hoort. Hallo StuBru? Wakker worden!

Idnó, 21 u.40

Enkele dagen geleden stond ik nog te knarsetanden omdat ik door een laattijdige programmawijziging het Airwavesoptreden van Ólafur Arnalds had gemist. Maar vanavond krijg ik gelukkig een nieuwe kans, want de pianist neemt met zijn strijkkwartet bezit van het prachtige Idnótheater. Arnalds, die vroeger actief was in allerlei punk- en hardcorebands, heeft de ambitie met zijn filmische composities een publiek te bereiken dat normaal nooit naar klassieke muziek luistert en hij lijkt wonderwel in zijn opzet te slagen. Waar hij ook optreedt, de zalen zitten altijd overvol en middels stukken als 'Fok' of '30:55', gelardeerd met onderhuidse laptopelektronica, weet Ólafur Arnalds zelfs de grootste skeptici te overtuigen.

Opvallend is wel dat de gruizige elektronische beats live veel geprononceerder klinken dan op zijn platen en dat de ritmiek in zijn nieuwe composities almaar prominenter wordt. Ook de animatiefilms in zwart-wit, die als visuele ondersteuning dienst doen, dragen bij tot het welslagen van het concert. Ik heb Arnalds en zijn gezellen intussen al meer dan twintig keer aan het werk gezien, maar soms ben ik jaloers op mensen die zijn muziek voor het eerst horen. Zo raak ik aan de praat met een meisje uit Boston dat speciaal voor Airwaves naar IJsland is afgezakt en totaal betoverd is door wat ze net heeft meegemaakt. "Dit is heel andere muziek dan wat ik normaal gezien thuis draai, maar... It knocks me out", meldt ze, terwijl ze trots met de cd zwaait die ze net bij de merchandisingstand heeft buitgemaakt. Het is een reactie die we na optredens van Ólafur Arnalds al vaak hebben opgevangen. Mocht ik u nieuwsgierig hebben gemaakt, koop dan als de wiedeweerga een kaartje voor 's mans concert in de Brusselse Botanique op 28 november. U zult het zich niet beklagen.

Nasa, 23.00 u.

Een andere IJslandse componist die met succes het spanningsveld tussen elektronica en hedendaags klassiek verkent, maar rijper, volwassener en complexer klinkt dan Arnalds, is Jóhann Jóhansson. Vanavond treedt hij eindelijk nog eens op met Apparat Organ Quartet, een drummer en vier organisten die er een erezaak van maken uitsluitend aftandse, van de vuilnisbelt geredde instrumenten te bespelen. Die orgeltjes worden driftig verbouwd of soms gewoon doormidden gezaagd en de heren maken er onweerstaanbare muziek mee waar de een een hommage, de ander een parodie op Kraftwerk in zal lezen. Maar Apparat is zoveel méér dan dat: Bach, Steve Reich, Deep Purple, Gary Glitter, het wordt allemaal door zijn heavy keyboardmolen gedraaid en de resulterende motiefjes klinken altijd ingenieus, gelaagd, catchy en uitermate dansbaar. Het titelloze debuut van Apparat, verpakt in een hoes waarop de groepsleden als playmobilmannetjes stonden afgebeeld, is inmiddels acht jaar oud en groeide wereldwijd uit tot een cultplaat. Geen wonder dus dat er reikhalzend wordt uitgekeken naar de opvolger, die nog voor dit najaar wordt aangekondigd.

In Nasa is de spanning een kwartier voor het optreden al te snijden, want doordat de groepsleden ook nog met allerlei andere projecten in de weer zijn, groeien de schaarse optredens van het vijftal telkens uit tot een evenement. Of beter nog: een feest. De groep bruist letterlijk van speelplezier en levensvreugde en zelfs de anders zo timide Jóhansson -bij Apparat tot zanger gebombardeerd, ook al vervormt hij zijn stem consequent met een vocoder- staat met een brede grijns op het podium, terwijl het publiek in de zaal een nieuwe pogo inzet. Behalve leuk om naar te luisteren is Apparat Organ Quartet ook bijzonder amusant om naar te kijken. De heren hebben hun eigen gebarentaal ontwikkeld (met twee handen vormen ze bijvoorbeeld om de havberklap de letter A), waardoor je de indruk krijgt dat ze tot een of ander geheim genootschap behoren.

De nieuwe nummers zitten alweer subtiel in elkaar en getuigen van een harmonische rijkdom die je zelden in popmuziek aantreft. De set eindigt met het bekende 'Cruise Control'. Ppwindende elektropunk met echo's van Suicide? Heavy metal zonder gitaren? De toeschouwers kunnen er in ieder geval niet genoeg van krijgen. Toch zit een bis er niet meer in: over tien minuten worden Herculus & Love Affair op het podium verwacht.

Hotel Arnarhvoll, 0 u.25

Voor mij zit Iceland Airwaves erop. De verleiding is groot om nog naar Sudden Weather Change te gaan kijken, want die tussen Pavement en Sonic Youth bengelende gitaarband tekende vorig jaar voor één van de hoogtepunten van het festival en speelt vannacht een set die uitsluitend uit Ghostigitalcovers bestaat. Helaas, ik moet straks om vier uur uit de veren om een vroege vlucht naar Parijs te halen en dien nog een manier te bedenken om tien kilogram boeken, cd's en dvd's in mijn bagage te stouwen. Slechts drie uur slaap, het is geen opwekkend vooruitzicht, maar het is goed geweest: veel oude vrienden teruggezien, weer enkele interessante mensen leren kennen en een twintigtal optredens gezien waarvan er slechts enkele achteraf tijdverlies bleken te zijn. Veel nieuwe ontdekkingen heb ik tijdens mijn zevende Iceland Airwaves , niet gedaan, maaar de IJslandse muziekscene is levend en wel, zoveel is zeker. Het blijft me verbazen hoe een afgelegen land met amper 320.000 inwoners zoveel geweldige muziek kan voortbrengen. Bij leven en welzijn keer ik volgend jaar dus terug. Net als enkele duizenden andere buitenlanders die zijn aangestoken door het IJslandvirus en waar, volgens mijn lijfarts, voorlopig geen geneesmiddel tegen bestaat.

Dirk Steenhaut

(met dank aan Anna Hildur, Nick Knowles, Óski Gunnarsdóttir en Icelandair)

Lees meer over:

Onze partners