Iceland Airwaves Festivalblog - Dag 2

15/10/10 om 16:52 - Bijgewerkt om 16:52

Bron: Knack Focus

Wat broeit er zoals in het Muzikale Hoge Noorden? Onze man Dirk Steenhaut blogt vanuit de binnenstad van Reykjavik waar het showcasefestival Iceland Airwaves plaatsvindt.

Iceland Airwaves Festivalblog - Dag 2

Wie wil weten of IJsland, na Björk, Sigur Rós, Múm, Emiliana Torrini en GusGus nog meer muzikale verrassingen in petto heeft, vindt het antwoord op Iceland Airwaves. Dit showcasefestival in de binnenstad van Reykjavik wordt al sinds 1999 jaarlijks georganiseerd en lokt steeds meer internationale bezoekers. Niet de minsten overigens, want gerenommeerde bladen als Rolling Stone, Mojo, Dazed & Confused en Metal Hammer sturen steevast verslaggevers op pad om uit te vlooien wat er zoal broeit in het Hoge Noorden. Tja, dan kan Focus Knack niet achterblijven, natuurlijk. De lokale muziekproductie is in de loop der jaren een van de belangrijkste magneten geworden voor het IJslandse toerisme. Geen wonder dus dat Airwaves, waar dit jaar, gespreid over vijf avonden en tien podia, 252 bands te zien zijn, al ruim een maand vooraf was uitverkocht. En dan hebben we het nog niet eens gehad over de talloze optredens op het off-venue-programma. Kortom: als er één ding is dat je op dit moment in Reykjavik nergens kunt vinden, dan is het wel... stilte.

DAG 2, DONDERDAG 13/10
12 Tónar, 17 u. Een van de beste platenwinkels in Reykjavik is 12 Tónar, genoemd naar het gelijknamige label. Hij ligt in de schaduw van de Hallgrímskirkja, een avantgardistisch kerkgebouw in de vorm van een omgekeerde ijspegel die boven alle andere gebouwen in de IJslandse hoofdstad uit torent. Eerlijkheidshalve moeten we er wel aan toevoegen dat het centrum van Reykjavik -of 101 zoals de bewoners zeggen, verwijzend naar de postcode- veeleer als een groot dorp oogt dan als een moderne hoofdstad en er dus van hoogbouw amper sprake is. 12 Tónar is het cd-mekka dat, vóór ik hier voor het eerst kwam, uitsluitend in mijn dromen bestond. Stichter en uitbater Johannes is een vriendelijke man die je, zodra je zijn mini-heiligdom betreedt, prompt op gratis koffie trakteert en je desgewenst alles vertelt over de lokale scene. Wil je een IJslandse muzikant contacteren, dan bezorgt hij je in een oogwenk diens telefoonnummer. Maar als je dat wilt, kun je bij 12 Tónar ook in één van de sofa's neerploffen, rustig een tijdschrift lezen of een stapeltje cd's beluisteren (aankoop niet verplicht!) en met een beetje geluk komt de gezochte artiest dan wel vanzelf binnenlopen. Deze kleine maar fijne platenzaak is immer een pleisterplaats voor iedereen die in groot-Reykjavik iets met muziek te maken heeft.

Omdat je in IJsland minimaal twintig moet zijn om toegang te krijgen tot een bar, club of café waar alcohol wordt geschonken, kunnen min-twintigjarigen geen ticket voor Iceland Airwaves kopen. Dat is sneu, maar gelukkig niet onoverkomelijk. in alle platenzaken, koffiehuizen en boekhandels van de stad worden overdag immers gratis 'off venue'-shows georganiseerd, en vaak krijg je daar dezelfde artiesten te zien die 's avonds tijdens het eigenlijke festival aantreden. Handig: door het overweldigende aanbod van optredens dat gelijktijdig wordt geprogrammeerd mis je op Airwaves immers bands die je echt had willen zien en dank zij dit systeem kun je ze soms de volgende dag ergens anders nog meepikken. Méér zelfs: sommige off-venue-optredens zijn exclusief. Zo kon je voor de folklegende Steindór Andersen bijvoorbeeld enkel bij 12-Tónar terecht. Andersen, een bejaarde zanger die ooit al samenwerkte met Sigur Rós, is de behoeder van de IJslandse rímurtraditie. Rímur is een soort rap avant la lettre, iets tussen zingen en vertellen in, en Andersen brengt dat repertoire met een diep resonerende maar rauwe stem. De ene keer a capella, de andere keer op keyboards begeleid door de befaamde componist Hilmar Örn Hilmarsson, die bij momenten een heel symfonie-orkest uit zijn klavier tovert. Het is muziek uit een ander tijdperk, een andere wereld haast, maar dat maakt ze juist extra intrigerend.

Nasa, Green Room, 18 u.
IJsland is klein en dus staan jonge bandjes te popelen om het eiland te verlaten en hun geluk in verre buitenlanden te beproeven. Om het hen een beetje makkelijker te maken, worden tijdens Iceland Airwaves networking events georganiseerd. Zet muzikanten en buitenlandse booking agents, concertorganisatoren, labelbazen en journalisten in één kamer en ze zullen elkaar wel vinden, luidt de onderliggende gedachte. Niets wordt aan het toeval overgelaten: de aanwezigheid van een rijkelijk gevulde koelkast met gratis bier werkt sowieso contactbevorderend. Na een uur stap ik buiten met een imposant stapeltje cd's en demo's onder de arm. Ongetwijfeld zal er een hoop rotzooi tussen zitten, maar uit ervaring weet ik dat dat je op deze manier soms ook muzikale pareltjes ontdekt.
Op weg naar de uitgang kom ik een oude bekende tegen: zanger en producer Bardi Jóhansson, een man die wel eens de IJslandse Brian Wilson wordt genoemd. Bij ons is hij vooral bekend als zanger van Bang Gang en als de helft van het duo Lady & Bird. Momenteel werkt hij in Frankrijk aan een opera met zangeres Keren Ann, sleutelt hij aan een nieuwe cd met Bang Gang, staat hij op het punt zijn eigen kledinglijn te lanceren en heeft hij net een eigen platenlabel opgericht, dat met Dikta al meteen een van de populairste IJslandse bands van het moment in huis heeft. Ik ken Bardi al een jaar of zeven en apprecieer vooral zijn subversiviteit en zijn merkwaardige gevoel voor humor. Hij vertelt me dat hij zijn platenmaatschappijtje Kölski heeft gedoopt, IJslands voor satan. "Wie met mij zaken wil doen, is dus wel verplicht een contract met de duivel te tekenen", grinnikt hij.

Nasa, 20 u.20
Zelf heb ik Kimono altijd één van de coolste IJslandse bands gevonden. Het trio, aangevoerd door de uit Canada geïmmigreerde zanger-gitarist Alex MacNeil, maakt muziek die je, gemakshalve, als artrock zou kunnen omschrijven. Zijn sound refereert zowel aan Television als aan dwarse Amerikaanse snarengeselaars van het type Polvo of Sonic Youth, maar toch gaat het veeleer om een spirituele verwantschap dan om epigonisme. Kimono bestaat tegenwoordig uit twee gitaristen die hun complexe partijen op een ingenieuze manier met elkaar verweven en een drummer die ervoor zorgt dat het geheel, ondanks de soms grillige songstructuren, nooit ontoegankelijk wordt. Songs als 'Vienna' en 'Wire' klinken vanavond even explosief als intens, maar tegelijk getuigen ze van vakmanschap en een hoog ontwikkelde muzikaliteit. De avond is meteen geweldig begonnen.

Ik besluit ter plekke te blijven voor de set van Reykjavik!, een band die, zoals de naam al sugereert, muziek maakt met een uitroepteken. Het sextet speelt punk, al zegt dat woord nog net iets meer over zijn attitude dan over zijn stijl. Ik zie een wilde, losgeslagen bende aan het werk, met rammelende gitaren en een schreeuwerige zanger als voornaamste handelsmerk. De frontman duikt overigens om de haverklap het publiek in en zijn gezellen schrikken er niet voor terug buiten de lijntjes te kleuren. Zo brachten ze ooit een cd uit die helemaal in schuurpapier was verpakt.

Vanavond slaagt Reykjavik! er, middels allerlei rare ritmen, weer moeiteloos in de toeschouwers op het verkeerde been te zetten, maar de groep komt net zo goed met een geslaagde Dinosaur Jr-cover op de proppen. De een zou hun muziek wellicht afdoen als tyfusherrrie of burengerucht, terwijl de ander dit gezelschap met plezier op zijn feestje zou uitnodigen. Maar hoe je er ook tegenaan kijkt, live is Reyjavik! een uiterst fysieke belevenis. Toegegeven, de muzikanten zijn, althans op het podium, zo geschift als wat, maar ze behoren dan ook tot een volk dat rottend haaienvlees, ramstestikels en schapenogen als ware delicatessen beschouwt.

Amsterdam, 22 u. Nasa is me intussen iets te zweterig geworden, dus op naar Amsterdam (de club, niet de stad!) voor Go Go Darkness. Ik heb nog nooit van dit duo gehoord, maar enige research leert me dat het gaat om de zanger-gitarist van de sleazy rockband Singapore Sling, wiens muziek aansluit bij die van The Jesus & Mary Chain en Black Rebel Motorcycle Club, en diens vriendin. Go Go Darkness heeft net zijn debuut-cd uitgebracht en geeft tijdeens Airwaves zijn allereerste optreden, geholpen door gulzige slokken uit een fles Jim Beam. Het mag niet baten: de gitarist, die cooler probeert te zijn dan de noordpool, zingt weinig overtuigend, de vrouwenstem gaat ten onder in het gedrein en de drummachine en de laptopnoise die het geheel een leftfield-tintje moeten verlenen, leiden meer af dan dat ze iets wezenlijks bijdragen. Wat op papier een soort 'Nancy Sinatra & Lee Hazlewood from hell'-ervaring beloofde te worden, bleek in de praktijk weinig meer te zijn dan een derderangskopie van The Raveonettes. Het enige wat, na afloop, van Go Go Darkness overbleef, was het woord 'BORING!' in mijn notitieboekje.

Idno, 23.20 u. Idno is een prachtig theaterzaaltje aan de rand van Tjörnin, de vijver in hartje Reykjavik waar jonge gezinnen 's zomers de eendjes komen voeren. Vanavond is dit het perfecte kader voor een optreden van Lovísa Elísabet Sigrúnardóttir, beter bekend onder haar nom d'artiste Lay Low. Haar cd's 'Please Don't Hate Me' en 'Farwell Good Nights' Sleep' haalden niet alleen de eerste plaats in de IJslandse charts, ze vonden ook behoorlijk wat internationale waardering. Zo komt het dat Lay Low, samen met Emiliana Torrini, op tournee mocht in Japan en Australië, de Amerikaanse oostkust mocht afschuimen met Horse Feathers en in Scandinavië als support werd ingehuurd door de Dave Matthews Band. Lay Lows rootsmuziek steunt vooral op folk, country en blues, terwijl haar stem beurtelings doet denken aan Billie Holiday en Patsy Cline. Vanavond heeft Lovísa vier begeleiders meegebracht die prachtsongs als 'Mojo Love' of 'By and By' perfect aanvoelen. Vooral de banjo, lapsteel en melodica spelen een prominente rol in het klankbeeld en geven aan dat Americana op zijn IJslands allang geen fictie meer is. Lay Low werkt zich tijdens haar set beghoorlijk in het zweet. "I'm really wet and really hot", deelt ze ongevraagd mee. "En dat mag je interpreteren zoals je het zelf wilt."

Nasa, 00 u. Een van de concerten waar tijdens Iceland Airwaves reikhalzend naar werd uitgekeken was dat van Ham, een in IJsland legendarische rockband die actief was van 1988 tot 1994 en waarbij de jonge Jóhann Jóhannsson ooit nog de bas beroerde. Ham gooide er het bijltje bij neer op het toppunt van zijn populariteit, waardoor zijn reputatie tijdens het afgelopen decennium nog bleef groeien. Heel af en toe geeft het gezelschap een reunieconcert, wat bij het publiek altijd een heuse stormloop teweeg brengt. Er wordt zelfs gefluisterd dat Ham een nieuwe plaat heeft opgenomen, met de titel 'Svik, Harmur og daudi', wat vrij vertaald zo iets betekent als 'Bedrog, verdriet en dood', maar geen van de bandleden wil dat officieel bevestigen. Een releasedatum is voorlopig niet vrijgegeven.

Buiten staat een lange rij mensen aan te schuiven in de hoop een plakje ham te kunnen proeven, maar het ziet ernaar uit dat ze het kunnen schudden. Nog voor de eerste noot weerklinkt is de Nasa-club al herschapen in een overvolle heksenketel waar je nauwelijks meer kunt ademen. En hey, terwijl het podium in gereedheid wordt gebracht draait de DJ van dienst zowaar enkele nummers van dEUS. Alleen worden die al gauw overstemd door het ongeduldige publiek dat "Ham! Ham! Ham!" begint te scanderen. Dra weerklinken de eerste logge, metalige gitaarriffs en wordt het gelijkvloers van de zaal in een moshpit getransformeerd waar gepogoot en gecrowdsurft wordt alsof de klok in 1976 is stilgevallen.

"Maar hoe klinkt Ham nu eigenlijk?", hoor ik u vragen. Wel, als Rammstein, maar dan zonder het vuurwerk. Het heeft er zelfs alle schijn van dat de populaire Duitsers hun theatrale geluid destijds stiekem uit IJsland hebben geïmporteerd. Ham heeft twee voormannen: de één is een brulboei van het 'ik-ben-Igor-en-ik-ben-verschrikkelijk'-type, de ander zingt als een soort Ivan Rebrov op amfetaminen. Je moet het horen om het te geloven en de toeschouwers gaan dermate uit hun bol dat de ruimte voor het podium tot een soort oorlogszone wordt uitgeroepen. Het is allemaal behoorlijk heavy en achteraf verbaast het me dat ik zonder breuken of kneuzingen weer buiten ben geraakt. Na afloop eist en krijgt het publiek een toegift, wat gezien het strakke tijdschema op Iceland Airwaves hoogst uitzonderlijk is.
Op weg naar het hotel duizelt het concert nog na in mijn hoofd. Enerzijds heb ik het gevoel dat ik iets bijzonders heb meegemaakt, anderzijds heb ik ongelovig staan kijken naar een publiek dat ronduit euforisch reageerde op muziek die mij persoonlijk heel weinig deed. Een wijze les voor een muziekjournalist, want zo blijkt eens te meer: context is alles.

Dirk Steenhaut

Lees meer over:

Onze partners