Het Tønderfestival in Denemarken: Een intense Jason Isbell, een bedachtzame Jeffrey Foucault

27/08/16 om 16:14 - Bijgewerkt om 16:12

Het Deense Tønder is zonder twijfel het beste roots- en Americanafestival in Europa. Hier geen synths of sequencers: vier dagen lang focussen de organisatoren exclusief op 'Hand made music'. Muziek waarin een hart klopt dus. Met viersterrenshows van Jason Isbell, Jeffrey Foucault en A.J. Croce was dag één alvast een voltreffer.

Het Tønderfestival in Denemarken: Een intense Jason Isbell, een bedachtzame Jeffrey Foucault

Jeffrey Foucault © Reuters

• A.J. CROCE

Adrian James was pas twee jaar oud toen zijn vader, de Amerikaanse singer-songwriter Jim Croce, in 1973 bij een vliegtuigongeval om het leven kwam. Maar het bloed kruipt waar het niet gaan kan. A.J. drukte de voetsporen van zijn verwekker en heeft intussen al negen langspelers uit, waarvan 'Twelve Tales' de recentste is. Op die plaat werkte hij onder meer samen met klasbakken als Mitchell Froom, Allen Toussaint, Jack Clement en Leon Russell. A.J. Croce's muziek is dan ook veel eclectischer dan die van zijn pa.

Op het podium, waar hij afwisselend piano en gitaar speelde, werd hij begeleid door een soepele band die zich regelmatig aan jazzy swing begaf. In 'The Call of Love' klonk de zanger als Joe Cocker met rugdekking van Steely Dan, in 'Rollin' On' ging het richting boogie woogie, 'Come and Go' vermomde zich als ragtime en 'The Time Is Up' diende zich aan als een doorvoelde bluesballad. A.J. Croce toonde zich net zo beslagen in country en rockabilly en gaf al een voorsmaakje van de cd die hij momenteel opneemt met Dan Penn en muzikanten uit de legendarische Muscle Shoals studio. Voorts bewees hij eer aan enkele van zijn grote invloeden: van Sam Cooke leende hij 'Nothing Can Change This Love' en van zijn vader het fraaie 'Box Number Ten'. Een onderhoudende set van een artiest met vele talenten.

• JASON ISBELL

Zes jaar speelde hij bij de Southern rockband Drive-By Truckers en aan die periode hield hij een vrouw, een voorliefde voor Jack Daniels en een coke-verslaving over. Van alle drie is Jason Isbell inmiddels, dank zij vrouw nummer twee, helemaal afgekickt en dat heeft zo zijn voordelen: de 37-jarige zanger-gitarist uit Alabama is vandaag een succesrijke solo-artiest die met platen als 'Southeastern' en 'Something More Than Free' de nodige credibiliteit heeft opgebouwd. Op Tønder trad hij aan met The 400 Unit, een bevlogen band die het midden hield tussen Crazy Horse en de E Street Band.

Anderhalf uur lang speelde Isbell doorvoelde rocksongs met af en toe een hint naar folk, country en Southern soul. Pakkende, intense nummers als '24 Frames', 'Speed Trap Town' of het spaarzaam ingekleurde 'Cover Me Up' deden denken aan de emotioneelste momenten van Ryan Adams. Melodieën dus van het type dat je hart ineen doet krimpen en karakterschetsen die nooit de essentie uit het oog veriezen: goed voor kippenvel all over. Aan de reacties van het publiek viel alvast af te lezen dat de muziek van Jason Isbell in vele levens een belangrijke plek heeft verworven.

Met 'Codeine' en het luchtige 'If It Takes A Lifetime' gaf de zanger echter ook blijk van humor. Tijdens zijn twee songs uit de Drive-By Truckers-periode ('Decoration Day' en 'Never Gonna Change') waarde de geest van Neil Young over het festival en sneden de messcherpe gitaren de harten van enkele honderden toeschouwers finaal aan flarden. Thuis heeft Jason Isbell al enkele Grammy Awards op de schoorsteenmantel staan, maar belangrijker nog: hij is een artiest die met zijn verhaaltjes iedere toeschouwer het gevoel geeft dat hij er zélf model heeft voor gestaan. Voorwaar geen geringe prestatie.

• JEFFREY FOUCAULT

Voor wie wel eens een cocktail van blues, folk en country uit de Heartland van de Verenigde Staten tot zich neemt, viel de passage van Jeffrey Foucault, een veertigjarige songwriter uit Wisconsin, onder geen beding te missen. De man heeft al vier voortreffelijke langspelers op zijn naam staan, waarvan het vorig jaar verschenen 'Salt As Wolves' -de titel verwijst naar 'Othelo' van Shakespeare- een bescheiden meesterwerk mag worden genoemd. Don Henley is al een fan en dat geldt ook voor Billy Conway, de drummer van het betreurde Morphine, die dezer dagen aan Foucaults zijde te horen is en nog niets van zijn eigenzinnigheid heeft verloren. Zo gebruikt de man een oude reiskoffer bij wijze van basdrum.

Jeffrey Foucault en zijn band, waarin we een geweldige pedalsteelgitarist aantroffen en zangeres Caitlin Canty de tweede stem aandroeg, toonden zich op Tønder van hun veelzijdigste kant. Slepende countryballads, zoals 'I Love You (And You're A Fool)' werden afgewisseld met nummers vol echo's uit de Mississippidelta. In 'Rico' herdacht de zanger met de aangenaam grofkorrelige stem een vriend die voortijdig werd gehaald door een Vuile Ziekte, 'Blues For Jessie Mae' was een hommage aan een obscure chanteuse, wier trance-achtige 'Jesus Will Fix It' ook op de setlist prijkte. 'There's Destruction On This Land' was dan weer een prima cover van The Reverend Gary Davis. Foucault en zijn vrienden hadden tot slot nog enkele opwindende bluesjams in petto en die werden zo geestdriftig onthaald dat er -uitzonderlijk op een festival- zelfs een toegift afkon. De bedachtzame zanger strooide zoveel pareltjes in het rond dat er, zo te horen, een heuse juwelier aan hem verloren was gegaan. Dat hij een liedjesschrijver van topniveau is, kunnen we vanaf nu alleen maar bevestigen.

Dirk Steenhaut

Onze partners