GLIMPS 2013 @Gent, dag 2: Wat goed is, gedijt overal

15/12/13 om 16:08 - Bijgewerkt om 16:08

Bron: Knack Focus

Ook de tweede en laatste dag van GLIMPS was, qua opkomst, een succes. Dank zij bands uit bijvoorbeeld Portugal, Noorwegen, Tsjechië en Oostenrijk, bleek tijdens het Gentse showcasefestival dat goede muziek in zo goed als íedere bodem kan gedijen. Dit waren onze hoogtepunten.

GLIMPS 2013 @Gent, dag 2: Wat goed is, gedijt overal

JOY WELLBOY (Charlatan Zaal)

Met zijn onlangs verschenen debuut-cd 'Yorokobi's Mantra' heeft het Brusselse duo Joy Wellboy zijn entree niet gemist. De plaat verscheen op het Berlijnse Bpitchcontrol van Ellen Alien en werd alom geprezen, tot in het toonaangevende Britse magazine Uncut toe. Het optreden van zangeres Joy Adegoke en multi-instrumentalist Wim Janssens tijdens GLIMPS kon dan ook op veel belangstelling rekenen. Om acht uur kon je in de Charlatan al op de koppen lopen. De zaal was zo vol en de zichtbaarheid zo beperkt, dat we aanvankelijk zelfs niet goed konden uitmaken welke instrumenten live werden bespeeld en welke uit een doosje kwamen.

Gelukkig probeerde Joy Wellboy niet slaafs zijn plaat na te spelen, maar legde het live andere accenten zodat zijn songs op het podium wat primitiever en minder gepolijst klonken. De soulvolle Adegoke, het gezicht beschilderd zoals dat van een indiaan op oorlogspad, beperkte zich tot zingen en Janssens hield het voornamelijk bij een grofkorrelige elektrische gitaar. Daarbij kwam hij soms verrassend bluesy uit de hoek.

Andere attributen waren een drummachine en een loop station. Songs als 'The Movement Song' en 'Buy Me Flowers' bleven ook in hun afgekloven gedaante moeiteloos overeind. De verwijzingen naar de sensuele triphop van Tricky en Massive Attack waren dit keer minder manifest, maar het duet 'Lay Down Your Blade' deed ons, met zijn knappe gitaarmotiefje, wél aan The XX denken. Was dat een probleem? Neen, want Joy Wellboy had méér dan genoeg kwaliteiten in huis om op zijn eigen merites te worden beoordeeld. Zijn set op GLIMPS smaakte alvast naar méér.

BEST YOUTH (Lakenmetershuis)

Het pleit voor de programmatoren van GLIMPS dat ze consequent de minder platgetreden paden bewandelen en zo bewijzen dat er ook in niet-angelsaksische landen fijne muziek wordt gemaakt. Dat bewees bijvoorbeeld het Portugese Best Youth, een indiepopgezelschap uit Porto dat eerder al de ep 'Winterlies' en enkele singles uitbracht, maar in maart 2014 eindelijk met een volwaardige langspeler komt aankloppen.

Zangeres Catarina Salinas heeft een vanzelfsprekende podiumprésence en een warme, heldere stem die je hart masseert, terwijl gitarist Ed Rocha Gonçalves op zijn instrument vaak inventieve dingen doet die een leftfield-achtergrond suggereren. Het kwartet, dat aantrad voor een volle zaal, werd gecompleteerd door een drummer en een toetsenman en bewees met knap geconstrueerde, catchy popliedjes zoals 'Still Your Girl', 'Honey Trap' en 'Wait For Me' dat 'toegankelijk' en 'plat' niet per se synoniemen hoeven te zijn. Best Youth wierp zich op als de Zuid-Europese tegenhanger van The Cardigans, maar had duidelijk nog méér pijlen op zijn boog: een eigenzinnige bewerking van 'Don't Worry Baby' van The Beach Boys bijvoorbeeld.

"Vinden jullie het écht leuk, of applaudisseren jullie maar uit medelijden", wilde Salinas weten. Ze hoefde zich echter nergens zorgen over te maken: Best Youth liet in Gent een prima indruk na. Meteen een bewijs dat Portugal, naast topschrijvers als José Saramago en José Luís Peixoto, ook minstens één aardig bandje in de aanbieding heeft.

PLEASE THE TREES (Kinky Star)

Als GLIMPS zich in de toekomst wil blijven handhaven als een geloofwaardig showcasefestival, dan zal het zich voortaan toch iets gedisciplineerder aan zijn tijdschema moeten houden. De vertragingen tijdens de openingsavond hadden al voor ergernis gezorgd, en ook het concert van het Praagse Please the Trees begon ruim een half uur te laat, omdat er te elfder ure blijkbaar nog ergens een gitaarversterker diende te worden opgesnord. Gelukkig gaven de muzikanten zich daarna voor het volle pond en speelden ze een krachtige, intense set die je oren genadeloos aan het tuiten brachten.

Uit hun jongste cd 'A Forest Affair' viel het nog niet af te leiden, maar in Gent dienden de Tsjechen zich aan als een strak ingespeeld powertrio. Please the Trees speelde even gedreven als energieke fuzzrock, waarin withete gitaarriffs, logge baslijnen en mokerende drums onbeleefd om aandacht verzochten. De muziek van de groep herinnerde afwisselend aan Roky Erickson, Black Sabbath en Blue Cheer, maar bij momenten hoorden we evenzeer verwijzingen naar de vroege Modern Lovers en The Velvet Underground, ten tijde van 'Loaded'.

Op papier leek het een vreemd allegaartje; in de praktijk klonk het allemaal verrassend coherent en dwingend. Enerzijds lag dat aan het niveau van songs zoals 'All I Want To Do' en 'Getting Ready', het enige ingehouden moment van de avond, anderzijds aan de verbetenheid van zanger en frontman Vaclav Havelka, die tijdens 'Veil of an Echo' zelfs het publiek indook, zijn gitaar bij een toeschouwer achterliet en, middels allerlei effectpedaaltjes, de aanwezigen bedolf onder een stortvloed van noise. Er werd niet gekeken op een decibel meer of minder, maar Please the Trees bezondigde zich nooit aan gratuit lawaai. Zij die beweren dat ze in Praag niet weten wat rock-'n-roll is, kregen bij deze lik op stuk. En hoe.

CARMEN VILLAIN (Lakenmetershuis)

De Noors-Mexicaanse Carmen Villain kwam vroeger aan de kost als fotomodel. Ze was het gezicht van dure cosmeticacampagnes, maar de imperatief 'zwijgen en mooi zijn' is tegenwoordig niet langer aan haar besteed. Sinds ze begin dit jaar haar debuut-cd 'Sleeper' uitbracht, is haar core business verschoven van beeld naar klank. Dat ze daarbij niet meteen een plek in de mainstream ambieert, is al duidelijk vanaf de eerste noten.

Haar songs handelen over de destructieve kanten van de liefde, angst, leegte en emotionele verlamming, niet meteen thema's waar je in de hitlijsten mee belandt. In Gent werd de artieste langs beide zijden geflankeerd door een mannelijke en een vrouwelijke begeleider. Allebei bespeelden ze, net als zij, een elektrische gitaar waarvan het geluid was gedrenkt in massa's reverb. Een weinig conventionele line-up dus, die werd aangevuld met geprogrammeerde beats en elektronische vervormingsapparatuur.

Eén en ander resulteerde in een wazige maar bezwerende noisefolksound die soms bedrieglijk afstandelijk aandeed, maar dank zij de geleidelijk aanzwellende crescendo's en ingenieus verweven, atonale verrichtingen op de snaren toch je aandacht wist vast te houden. Hoe dat klonk? Stel je voor dat de jonge Liz Phair (die van 'Exile in Guyville' dus) na een stage bij Glenn Branca tot spilfiguur van My Bloody Valentine was gebombardeerd en je krijgt een idee. Uitgesponnen instrumentale passages werden afgewisseld met songs als 'Two Towns', 'Dreamo', ''Lifeissin' en het van een intrigerende ritmetrack voorziene 'How Much'. De tweede dame in het trio verzorgde daarbij regelmatig de tweede stem. Carmen Villain verstond de kunst in één vloeiende beweging van schurende noise over te gaan naar dromerige poëzie.

En ook al was haar muziek, afgaand op het aantal mensen dat voortijdig de zaal verlieten, niet aan iedereen besteed, wie zich liet meezuigen in haar bedwelmende muzikale trip, wist meteen welk concert tijdens de tweede dag van GLIMPS aanspraak maakte op het hoogste aantal punten.

Dirk Steenhaut

Lees meer over:

Onze partners