Elliot Moss @ DOK: Ongrijpbaar in zijn veelzijdigheid

25/09/15 om 11:22 - Bijgewerkt om 11:21

Hij is pas 21, maar wordt al in één adem genoemd met James Blake en Bon Iver. Jawel, Elliot Moss geldt als een wonderkind. Met 'Highspeeds', zijn debuut dat vandaag bij ons verschijnt, klopt hij meteen luid op de deur. In Gent bewees de Amerikaan alvast dat hij ook live zijn mannetje kan staan.

Elliot Moss @ DOK: Ongrijpbaar in zijn veelzijdigheid

Elliot Moss © Facebook

DA GIG: Elliot Moss in DOK, Gent op 24/9.

IN EEN, NEEN, TWEE ZINNEN: Moss en zijn band lieten, in stilistisch opzicht, nooit echt in hun kaarten kijken. En ook al klonken ze nog onvolgroeid, de verveling kreeg tijdens hun eerste Belgische show geen enkele kans.

HOOGTEPUNTEN: 'Slip', 'Best Light', 'Big Bad Wolf', 'I Can't Swim'...

DIEPTEPUNTEN: geen.

BESTE QUOTE: viel er in Gent niet te rapen. Zingen ligt Moss blijkbaar beter dan praten.

Moss is een doe-het-zelver uit upstate New York die in zijn slaapkamerstudiootje al jaren met klanken experimenteert; een singer-songwriter die veelvuldig gebruik maakt van modulaire synths en andere elektronische snufjes. De man bespeelt niet alleen talloze instrumenten, hij beheerst ook het producersmetier en is daarnaast actief als beeldend kunstenaar en webdesigner. 'Highspeeds' bracht hij op zijn negentiende uit in eigen beheer, maar dank zij lovende reacties in de pers werd de plaat uiteindelijk internationaal opgepikt. Wat ook hielp, was het feit dat iemand ongevraagd bij zijn song 'Slip' een video maakte, waarin een jong stel zich in de New Yorkse metro aan een verbluffende choreografie waagt. De clip ging viraal op het internet en bombardeerde Elliot Moss tot een bescheiden hype.

Het klopt natuurlijk dat je 's mans sound bezwaarlijk nieuw kunt noemen. De zorgvuldig op elkaar gestapelde harmonische lagen, de in soul gedrenkte falsetstem, de vloeiende downtempo beats, de jazzy samples en ijle gitaarloops, we kennen ze al van James Blake, S O H N, Chet Faker, Ry X, How to Dress Well en James Vincent McMorrow. Niettemin heeft Elliot Moss nu al zijn eigen niche gevonden. Dat ligt deels aan de emotionele diepgang van zijn songs. In zijn teksten over hoop en verlies stelt de artiest vast dat zijn omgeving voortdurend in beweging is, terwijl hij zelf vast lijkt te zitten, omdat zijn kunst nu eenmaal offers vraagt. Moss' arrangementen zitten vol subtiele details die als luisteraar je aandacht prikkelen, maar je ook met een gevoel van onbehagen opzadelen. In ieder geval mocht de Amerikaan al de nodige schouderklopjes ontvangen: Justin Vernon van Bon Iver nodigde hem uit om op zijn eerste Eaux Claires-festival te komen spelen, hij werd op sleeptouw genomen door Cold War Kids en het vakblad Spin schoof hem, begin dit jaar, naar voren als één van de artiesten die haast zeker hun stempel op 2015 zouden gaan drukken.

Rechtlijnig

De grote vraag bij lieden als Elliot Moss, die de studio als een instrument gebruiken, is natuurlijk of ze er zullen in slagen hun muziek ook op het podium overeind te houden. Het nieuws dat Moss zich in de VS laat bijstaan door een vierkoppige band stelde ons al enigszins gerust, maar in het Gentse DOK werd de man, wellicht om financiële redenen, slechts gesecondeerd door bassist Evan Marien, die zich occasioneel ook over en synthesizer boog, en de uitstekende drummer Devin Collins, die in al zijn enthousiasme de overige instrumenten wel eens weg durfde te drukken.

Elliot Moss zelf speelde voornamelijk gitaar en probeerde zelden of nooit het zorgvuldig uitgebalanceerde geluid van zijn cd live te reproduceren. De songs dienden doorgaans als vertrekpunt om andere muzikale richtingen mee te exploreren. Het minimalistische karakter van het materiaal bleef weliswaar gehandhaafd, maar de aanpak was iets rechtlijniger en, zoals bleek uit 'Pattern Repeating', lag, door de triobezetting, de nadruk nu meer op dynamiek dan op instrumentale rijkdom.

De set stuiterde alle richtingen uit. 'Plastic II' werd aangestuurd door nerveuze dubstep- en drum & bass-ritmen, 'Faraday Cage' was potige pop op een impliciete reggaebeat en 'About Time' werkte weldadig op de heupen. Dat laatste gold zeker ook voor het uitgesponnen 'Best Light', waarin de muzikanten alle drie op een percussie-instrument te keer gingen en de aanstekelijke polyritmiek enkel weerwerk kreeg van een repetitief keyboardmotiefje.

Gitaarrock

Het soulvolle 'Slip', waarin Elliot Moss piano speelde, een klarinet en strijkers uit zijn databank te voorschijn toverde en zijn stem dermate elektronisch bewerkte dat er een heus kooreffect ontstond, leunde het dichtst aan bij de cd-versie. Er waren echter ook momenten waarop Moss en zijn gezellen nadrukkelijk de gitaarrocktoer opgingen. 'Big Bad Wolf', dat halverwege door een electronoise-uitbarsting werd opengereten, klonk zelfs een beetje grungy en ook tijdens 'I Can't Swim' construeerde de band een imposante wall of sound.

De laatste nummers van de set -het afwisselend naar Al Jarreau en Stevie Wonder verwijzende 'Get Back Up Again' en het anti-oorlogslied 'I May Never Come Home'- toonden weer een heel andere kant van Elliot Moss, zodat we enkel konden concluderen dat de man op het podium ongrijpbaarder klonk dan op 'Nightspeeds' en dat zijn muzikale visie minder eenduidig was dan verwacht. Eén en ander voedde vooral het besef dat de artiest met dezelfde songs wellicht vier totaal verschillende langspelers had kunnen maken en dat zijn pad nog niet definitief is uitgestippeld. Onze aandacht heeft hij alvast. Nu de uwe nog.

Dirk Steenhaut

DE SETLIST: Plastic II / Highspeeds / Faraday Cage / Slip / About Time / Pattern Repeating / Best Light / Big Bad Wolf / I Can't Swim / Get Back Up Again // I May Never Come Home.

Onze partners