Spokes: Meeslepend

10/01/11 om 14:13 - Bijgewerkt om 14:13

Bron: Knack Focus

Vijf Mancunians toveren een pontificale plaat tevoorschijn op het grensgebied van indiefolk à la Bon Iver en gospelrock à la Arcade Fire.

Spokes *** Everyone I Ever Met Indierock

Ninja Tune

Spokes: Meeslepend

De kerken lopen leeg - en als we de kranten mogen geloven de pastoors zélf geregeld ook, zij het dan in de palm van een onschuldige kinderhand. Maar passons: ironisch in ieder gaval dat net in deze antiklerikale tijden weer volop kathedralen worden opgetrokken. Kathedralen van songs, that is. Want u moet er maar eens op letten: na jaren van ascese en abstinentie wordt ook in de muziek de karigheidsgordel steeds vaker met een zucht van verlichting afgeworpen. Matigheid en minimalisme zijn onherroepelijk out, de trend du jour is er één van overdaad en breedvoerigheid, van luister en uitbundigheid.

Gij zult niet vervelen: het is de eerste stelregel in het grote Handboek der Rock-'n-Roll, en hij wordt met verve nageleefd door Spokes: vijf Britten die klinken alsof ze met vijfenzéstig zijn - zo tjokvol hemelse vocalen, weelderige arrangementen en decoratieve geluidjes zit hun muziek. Als hun songs geen kathedralen zijn, dan weten wij het ook niet meer: aan de basis een solide funderingslaag van akoestische gitaren en percussie, daarbovenop een statig middenschip waarin afwisselend folky of net voluit elektrische instrumenten mogen rondzingen, in de nok een kruisgewelf waar ijle vocalen en close harmonies elkaar overlangs snijden en to top it all off een echokoepel die zoveel weerklank genereert dat de ramen aldoor uit hun sponningen dreigen te springen.

En dan vergeten we nog de vele zijbeuken en nissen waarin voor muzikale randanimatie wordt gezorgd. Een verre viool die de stemming in een song plots doet omslaan, een haast onmerkbaar aanzwellende riff die je plots bij de keel grijpt: het zouden geen kathedralen van songs zijn als men niet eens onverhoeds bij verrassing wordt genomen, onverwachts in de rug aangevallen of pardoes in het kruis getast.

Vaak kruipen de nummers op dit debuut veeleer stilletjes uit de startblokken en zuigen ze zich gaandeweg vol bombast. Give Up To The Night en We Can Make It Out zijn zulke kleine indiepopliedjes die uitgroeien tot heuse postrockhymnes - dat laatste zelfs with a touch of Arcade Fire. Andere songs steunen dan weer op de loud-quiet-loud-formule, zoals titelsong Everyone I Ever Met, dat minutenlang zwalpt tussen instrumentale slowcore en gospelfolk à la Bon Iver. Maar er is ook al eens plaats voor een lichte noot, zoals het vrouwenkoortje in Peace Racket of de haast transcendentale staccatogitaren in When I Was A Daisy, When I Was A Tree.

Maar voor we helemáál in lithurgisch gezwets vervallen: laten we het er maar gewoon op houden dat Spokes een meeslepende plaat heeft gemaakt op het vruchtbare grensgebied van postrock, kamerpop en indiefolk.

Vincent Byloo

Onze partners