Recensie: 'Soft Will' van Smith Westerns

19/06/13 om 14:21 - Bijgewerkt om 14:21

Bron: Knack Focus

De veelbelovende gitaarjonkies van Smith Westerns zijn volwassen(er) geworden en kiezen op Soft Will opvallend veel de middenbaan. Minder oppervlakkig, meer sereen, maar ook minder scherp.

Smith Westerns ** Soft Will indierock

Mom + Pop

Recensie: 'Soft Will' van Smith Westerns

Opvallende quote uit een recent interview met zanger Cullen Omori van Smith Westerns op Pitchfork: 'We willen er zeker van blijven dat onze ouders ons goed vinden.' Hoe lief. Ook niks verkeerd aan, je allergrootste fans van het allereerste uur willen behagen. Alleen draait dat voornemen op Soft Will, hun derde, enigszins ongelukkig uit.

Het viertal uit Chicago debuteerde in 2009 met een titelloze verzameling ongepolijste gitaarpopsongs, waaruit vooral veel jeugdige branie (alle bandleden zaten nog op de middelbare school), ontbolsterend gevoel voor melodie en een vergevorderde infectie met onstuimige glamrock bleek. Twee jaar later volgde Dye It Blonde, waarop de boy meets girl-liedjes rijper, de gitaarsolo's trefzekerder en de refreinen grootser klonken. Stadionrock in pocketformaat, schreven we, en beloonden het album met het maximale aantal sterren.

En dan nu Soft Will, net als zijn voorganger geproducet door Chris Coady, die ook mee aan het roer stond van de laatste twee Beach House-albums. Dat is belangrijk om weten, want net als op Teen Dream en Bloom drapeert Coady een dromerige, galmende waas over de tien songs op Soft Will. Daarin heeft Cullen Omori regelmatig nog de mond vol van de ondraaglijk lichte dingen des jeugds, zoals onbereikbare idolen (Idol) of bladeren door de boekskes (Glossed), maar hij bezingt het deze keer met weemoed, in plaats van eerstehands urgentie.

Ook muzikaal gaat het er eerder sereen aan toe, met wisselend succes. Eerst de goeie: 3AM Spiritual klinkt hemels zoals zijn titel doet vermoeden, Fool Proof is een van de zeldzame gelegenheden waarin gitarist Max Kakacek zijn beste, jankende George Harrison-solo's nog eens demonstreert, en Varsity zweeft voorbij op een simpel, verheffend synthesizermelodietje en langgerekte woehoes. Mooi hoor, maar cru uitgedrukt: het scherp is wat van de snee. De jochies zijn tussen twee platen door volwassen geworden, en daar horen blijkbaar middle-of-the-roadballads als Best Friend en White Oath bij - en een duffe, Pink Floyd-achtige instrumental als XXII.

Ja, Smith Westerns klinken op Soft Will minder oppervlakkig en dwepen minder opzichtig met voorbeelden als T-Rex, Bowie en The Beatles. Maar ook: maturiteit betekent jammer genoeg minder kwajongensachtige knipogen en bronstige levenslust. Die verdomde quarterlifecrisissen ook.

Jonas Boel

Lees meer over:

Onze partners