Recensie 'El pintor' van Interpol: Solide plaat

10/09/14 om 09:23 - Bijgewerkt om 09:23

Interpol is helemáál voorspelbaar geworden. Na een wat geforceerde titelloze plaat laste de New Yorkse band een herbronningsperiode van onbepaalde duur in. En nu keert het trio toch wel herbrond terug, zeker!

Recensie 'El pintor' van Interpol: Solide plaat

Interpol © gf

Interpol

El pintor

indierock

Soft Limit / PIAS

Trio? U weet nog dat bassist-conceptualist Carlos Dengler het schip meteen na de opnames van Interpol (2010) verliet om zich te kunnen toeleggen op film- en televisiesoundtracks. De andere drie breiden als goede huisvaders nog wel een monstertournee aan die langspeler, maar alras schoof zanger Paul Banks weer een surfplank onder zijn voeten, vlijde hij zich achter zijn schildersezel, en fabriceerde hij een tweede soloplaat. Gitarist Daniel Kessler opende een sushirestaurant in Brooklyn, en drummer Sam Fogarino stampte met de hulp van Duane Denison (The Jesus Lizard) en Brandon Curtis (Secret Machines, en tegenwoordig ook de tourbassist van Interpol) het project EmptyMansions uit de grond.

Aan tijdverdrijven geen gebrek dus. Het was dan ook zonder druk of professionele verplichtingen - hoogstens met een rauwe visschotel voor alleman erbij - dat de drie weer gezamenlijk aan het musiceren sloegen. Die ongekunsteldheid typeert El pintor - jaja, 'de schilder' in het Spaans, en uiteraard een anagram van Interpol. De vijfde van de New Yorkers is een solide lap muziek, vintage Interpol in zijn doemsfeer met stadionaspiraties. Goed, grootschalige stilistische verrassingen moet men niet verwachten. Interpol is de bekeringsfase voorbij, nieuwe zielen winnen hoeft niet meer zo nodig. Daar staat tegenover dat de groep hier tenminste geen krampachtige sfeerscheppingen in stelling brengt, zoals op de voorganger.

Geheide toekomstige concerttoppers zijn de gevleugelde opener All the Rage Back Home (met Kessler die geïnspireerd over en weer hinkt tussen de gitaartranten van Bernard Sumner en Johnny Marr), het scherpe en jachtige Ancient Ways (slagzin: 'Fuck the ancient ways') en het bolronde drama van Breaker 1, een suite in zakformaat en een hele evolutie sinds Obstacle 1.

Nog beter zijn de passages waarin het drietal op mijmermodus overschakelt. Het heldere, kringelende Same Town New Story bijvoorbeeld, of de plechtstatige afsluiter Twice As Hard. En ook Tidal Wave, waarin Paul Banks vloeiend van zijn bekende grafbariton in een langoureuze kopstem glijdt, en terug. Zo overtuigend zingen alsof de zwaarbewolkte hemel boven zijn hoofd het elk moment kan begeven: dit is wel degelijk dezelfde meneer die in zijn vrije tijd hiphopmixtapes de wereld instuurt met titels als Everybody on My Dick Like They Supposed to Be.

El pintor is transparant en oorvriendelijk vormgegeven donkerte. Dus ook geschikt voor zongestreelde nazomerdagen.

Lees meer over:

Onze partners