Low - The Invisible Way

20/03/13 om 09:34 - Bijgewerkt om 09:34

Bron: Knack Focus

De tiende plaat van Low lijkt eerst weer gewoon een plaat van Low. Tot het begrip doorsijpelt: aan The Invisible Way gingen twintig noodzakelijke jaren vooraf.

Low - The Invisible Way

De tiende plaat van Low lijkt eerst weer gewoon een plaat van Low. Tot het begrip doorsijpelt: aan The Invisible Way gingen twintig noodzakelijke jaren vooraf.

Spektakel, sterrenstatus, showbusiness: het zijn concepten die het trio uit Duluth, Minnesota zo vreemd zijn als een Zuid-Oezbeekse tongval. Deze lui kennen, in tegenstelling tot veel ander musicerend volk, hun plaats: in de luwte van het poprumoer, uit het zicht van de ettelijke trendverschuivingen die zich de voorbije twee decennia hebben voorgedaan. Al die tijd heeft het echtpaar Alan Sparhawk (zang, gitaar) en Mimi Parker (zang, drums) - de jongste jaren terzijde gestaan door bassist Steve Garrington - louter met basiscomponenten een massief, hoogstaand oeuvre geboetseerd.

The Invisible Way, de tiende loot aan de stam, heet een terugkeer naar de soberheid van platen als Long Division (1995) en The Curtain Hits the Cast (1996) te zijn, toen Low louter voor het gemak de stilste en de traagste band ter wereld werd genoemd. Niet helemaal correct. Want die 'minder is meer'-esthetiek van de groep (luidruchtige uitstappen zoals The Great Destroyer uit 2005 niet te na gesproken) heeft zich door de jaren heen ontwikkeld van cerebraal statement tot tweede natuur. Dit is wat Low moet doen en niets anders.

Onder aansporing van producer Jeff Tweedy - ja, van Wilco - bleef het instrumentarium dus beperkt: piano in een opvallende hoofdrol deze keer, met verder slechts bas, drums, gitaar en wat toetsen, maar zeker niet allemaal tegelijkertijd. Alleen: in tegenstelling tot vroeger straalt het geheel meer warmte uit, vrede zelfs. Hoezeer Sparhawk en Parker in hun teksten ook graag een sereen onbehagen uitdrukken.

Met 'stil' en 'traag' alleen valt The Invisible Way in elk geval niet te strikken. Daarvoor spreiden songs als het kringelende So Blue, het behoorlijk poppy Just Make It Stop, en het van een gespierd coda voorziene On My Own te veel dynamiek tentoon. Humor is er ook: in Clarence White (neen, niet over de voormalige gitarist van The Byrds) laat Sparhawk weten dat hij als kind doodsbang was van Bijbelfilm en Charlton Hestonvehikel The Ten Commandments.

Akkoord, het is niet omdat Mimi Parker ditmaal vaker achter de microfoon postvat (geen bezwaar, want wat een zalige stem) dat Low zich plots van een heel andere kant laat zien. En inderdaad: daardoor is het met de glorieuze samenzang van het Mormoonse paar ditmaal wat minder. Niet erg: The Invisible Way is Lows toegankelijkste plaat in jaren. Aanschuiven in rijen van twee.

Kurt Blondeel

Onze partners