'Lost in the Dream' (The War On Drugs): Het onderschatte niets

12/03/14 om 12:32 - Bijgewerkt om 12:32

Bron: Knack Focus

Je zag het zo gebeuren. Nu heeft Adam Granduciel, bezieler van The War On Drugs, het daadwerkelijk gedaan: uit gelijke delen americana en ambient het kunststuk geschapen dat hij altijd al in zich droeg.

THE WAR ON DRUGS **** Lost in the Dream

rock

Secretly Canadian

'Lost in the Dream' (The War On Drugs): Het onderschatte niets

Een moeilijke derde? Niks van! Lost in the Dream huwelijkt de rafelige zin voor melodie van Wagonwheel Blues (2008) vlotjes uit aan de doorgedreven expansieve wazigheid van Slave Ambient (2011). Adam Granduciel is namelijk een impressionist. De dwingelandij van de vorm raakt hem niet langer eenmaal hij zijn creatieve zone betreedt. Dan richt hij de blik strak op niets bijzonders. Waarom zou elke waarneming zich ook moeten laten ringeloren door dorst naar kennis en inzicht? Niets wordt danig onderschat. Niets kan evengoed groots zijn.

Granduciel weet dat. Veel songs op Lost in the Dream zijn geboren uit een jaar van onthechting. Vriendin heeft haar biezen gepakt, alles wat vertrouwd is, wordt vreemd, en 'Ik had tien paniekaanvalletjes per dag.' Verstand op nul, gevoel op maximum, en zo de studio in.

Want zo is het: Granduciels meanderende gitaarwerk heeft minder met hoopvol gejam dan met een rusteloze staat van zijn te maken. Dat geldt ook voor de aardekleuren die hij van country en zelfs jazz afschraapt. Of voor de metronomische drumpatronen die hij schijnbaar ad infinitum laat doormalen. Krautrock in cowboylaarzen. Een visie.

Hoe Granduciel uit die rudimentaire grondstoffen toch meeslepende songs weet te vijlen, het blijft een raadsel. Zie in dat verband ook de verrichtingen van vriend en geestesgenoot Kurt Vile, ooit nog lid van The War On Drugs, terwijl Granduciel een tijdlang in diens band The Violators heeft rondgehangen. Het grote verschil tussen the Philadelphia two: Granduciel is geen slacker. Er staat geen klank of noot op Lost in the Dream die louter rondgeslingerd werd en wonderwel in het decor bleek te passen.

Het magistrale Red Eyes, nu al een van de songs van het jaar, legt een kaarsrechte spoorlijn aan naar Ergens Diep Vanbinnen. Bruce Springsteen en Arcade Fire gooien kolen op het vuur. In Burning - vanzelfsprekend - net hetzelfde. Bob Dylans laconieke zang schemert eens te meer door in Eyes to the Wind. De Zimmerharmonica waait zelfs over de titelsong, sereen zoekend naar grip: 'Lost in the dream/ Or just the silence of the moment.'

Nog namen, zonder dat het stoort? The Waterboys. Tom Petty, slaapwandelend. Het gesynthetiseerde Disappearing zal dan weer een splijtzwam zijn voor al wie op 25 mei in de Botanique gaat kwijlen over Granduciels gitaareffectpedalen. Maar wie zich ooit door Bon Iver liet ompraten om Bruce Hornsby te rehabiliteren, of op het zacht miezerende Amerikaanse antwoord op The Blue Nile zat te wachten, zingt mee.
En of hij het gedaan heeft!

Kurt Blondeel

)

Onze partners