Interpol: Teleurstelling

© gf

New York City’s strakst in het pak zittende rockgroep loste drie knallers op rij, maar die zegepraal kon niet blijven duren: hun vierde knalt vooral in de vangrail.

Interpol * Interpol

rock

Soft Limit / V2

Je zult het altijd zien: bands die een tijdlang het voorprogramma van U2 hebben verzorgd, komen niet veel later met een bombastische, vaak ronduit pompeuze plaat op de proppen. Of ze nu Snow Patrol, The Killers of Kings Of Leon heetten: allen voelden ze na zo’n gemeenschappelijke toer de onverklaarbare aandrang om hun muziek grootser en weidser te laten klinken, alsof elke vorm van matigheid hen plots een muzikaal zwaktebod leek.

Die van Interpol trekken dit najaar de hort op met Bono en co. Met hun vierde, titelloze cd eindelijk trillend in onze klamme handen, vroegen we ons dan ook koortsig af: zouden ze hun doemerige postpunk en weerbarstige rock noir alvast proactief op stadionleest hebben geschoeid? Afraid so. Zijn de nieuwe songs dan zo superieur dat ze die muzikale grootheidswaan kunnen vergoelijken? Te zelden.

Success is bijvoorbeeld al een weinig gracieuze binnenkomer die zijn naam in het geheel niet waarmaakt, maar een matte, zelfs wat fletse indruk maakt. Ook Memory Serves klinkt te lijzig om langer dan een halve minuut te boeien, zeker wanneer Paul Banks zijn scheur opentrekt en schijnbaar onverschillig voor zich uit begint te wauwelen. Summer Well is gelukkig wél voorzien van een memorabele hook en hoort bij de vele twijfelgevallen op deze plaat: ofwel blijkt hij een groeier, ofwel blijkt hij uiteindelijk ook niet méér dan een leuke hook. Over naar Lights dan maar: dat lijkt ons in slaap te willen wiegen, maar pikt halverwege alsnog een meeslepende beat. De song probéért vervolgens tot een echte stamper aan te zwellen, maar strandt op een hopeloos repetitief refrein.

Barricade is het hoogstnodige hoogtepunt en komt precies halfweg de plaat niets te vroeg. Een aanstekelijk ritme, een ricocherende gitaarlick en iets wat veel wegheeft van een knallende lasso: meer heeft een song niet nodig om ons naar het puntje van onze stoel te dwingen. Always Malaise (The Man I Am) is daarna even dubieus als zijn wankele titel doet vermoeden. Sure, er komt een catchy refrein in voorbij, maar de hele constructie van mechanische drums en interfererende vocalen verzuipt in een bad van etherische keyboardklanken – very much Eurythmics, die synths, en op deze plaat wel vaker pretbedervers van dienst. Zie ook Safe Without, dat van gitarist en muzikaal brein Daniel Kessler een fijne riedel meekrijgt, maar óók finaal wordt gesmoord door kitscherige keyboardklanken.

Try It On haalt het vervolgens nipt op punten: een verrassend frivole pianomelodie trekt het zaakje op gang en een rollende drumroffel begeleidt de song naar een krachtige apotheose. All of the Ways bevat aansluitend maar de helft van de ingrediënten van een goede Interpolsong: check voor de duistere, mysterieuze sfeer, maar waar is die bij het nekvel grijpende melodie? Rest ons afsluiter The Undoing, waarvan de eerste drie minuten tot de beste van de hele plaat behoren – rinkelende gitaren, bezwerende voordracht – tot Paul Banks een woordje Spaans uitprobeert en ons laatste restje hoop op een Interpolklassieker alwéér door snerpende synths de nek wordt omgewrongen.

Om kort te gaan: geen idee wat ervan aan de basis ligt – een stuitend gebrek aan frisse ideeën of simpelweg de dwaalgedachte dat een breed uitwaaierend geluid alléén zou volstaan – maar feit is dat de nieuwe Interpol ten onder gaat aan gezwollen keyboardarrangementen en hopeloos repetitieve zang- en gitaarpartijen. Een teleurstelling dus.

Vincent Byloo

De inhoud op deze pagina wordt momenteel geblokkeerd om jouw cookie-keuzes te respecteren. Klik hier om jouw cookie-voorkeuren aan te passen en de inhoud te bekijken.
Je kan jouw keuzes op elk moment wijzigen door onderaan de site op "Cookie-instellingen" te klikken."

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content