Alcatraz Music Dag 2: tank you for the music

10/08/15 om 15:43 - Bijgewerkt op 11/08/15 om 09:38

Heel wat nieuwe gezichten in het publiek op de tweede dag van Alcatraz nu de Nightwish-vleermuizen weer veilig en wel omgekeerd in hun spelonken hangen. Doen hun intrede: een pak meer liefhebbers van extreme metal die vooral voor Carcass, Death (DTA), Behemoth en Venom naar Kortrijk zijn afgezakt en zelfs enkele durvers in nepharnas, want de oerkrijgers van Sabaton mogen deze dag afsluiten.

Alcatraz Music Dag 2: tank you for the music

© Davy De Pauw

Vincent Van Quickenborne, metalburgemeester van Kortrijk, loopt er uitgelaten bij. Deze festivaldag staat voor hem in het teken van Death, zijn favoriete band. Weliswaar zonder drijvende kracht Chuck Schuldiner, maar daarover later meer.

En dan is er nog de question jambon: zal Sabaton vanavond met zijn tank aantreden, iets wat ze wel vaker doen wanneer ze headliner zijn? Wait and see, want deze tweede Alcatraz-dag belooft voor fervente headbangers en moshpithabitués een ware uitputtingsslag te worden. Horns up!

D.A.D.

Alcatraz Music Dag 2: tank you for the music

© Davy De Pauw

Ofte Disneyland After Dark, al kon het Huis van de Muis daar indertijd niet om lachen. De Denen moesten met het juridische mes op de keel een andere bandnaam kiezen. Dat veranderde echter niets aan het muzikale credo van de band: speelse, uit de losse pols gespeelde antipunk met hoog glamgehalte, een soms onweerstaanbare groove en een maximum aan zelfrelativering. Dat is ook te merken aan het optreden op Alcatraz. Zanger Jesper Binzer springt al bij de beginnoten in het publiek, bassist Stig Pedersen draagt, naast een Napoleonhoed, eveneens een potsierlijke tweesnarige basgitaar in de vorm van een IJzeren Kruis. Die zal hij even daarna inruilen voor nog een paar andere exemplaren, waaronder een in de vorm van een raket. Geweldig cheesy, maar tegelijk onweerstaanbaar grappig.

Neen, D.A.D. neemt zichzelf niet zo ernstig, maar vergeet ondertussen niet strak te spelen en af en toe met heerlijke zangharmonieën te strooien. Het nog niet zo talrijk opgekomen publiek staat er aanvankelijk wat apathisch bij, maar wanneer Jesper Binzer de weide oproept tot wat ochtendgymnastiek, komen de voorste rijen toch in beweging. Nummers als het trage A New Age Coming In bewijzen dat D.A.D. heel wat meer is dan de pure pretband waarvoor ze soms worden versleten. Een opener die snel een fikse kater en een slecht ochtendhumeur kan verdrijven zijn ze zeker.

Powerwolf

Zondag eucharistiedag, en dat is op Alcatraz niet anders. Met uitzondering van Ghost en - op een totaal andere manier - ons eigenste Amenra is er niemand die beter een metalmis in elkaar kan draaien dan Powerwolf, een Duitse power metalband die u vooral niet al te ernstig moet nemen, want naast een fetisj voor alles wat met het katholicisme te maken heeft, schrijven ze ook graag nummers over weerwolven en andere mythologische creaturen van de richel. En toch: 'Menen die gasten dat nu of wat?' is de vraag die geregeld opduikt bij toeschouwers die Powerwolf nog nooit live hebben aanschouwd. Geen onlogische opmerking, want deze mannen zien eruit alsof ze (in het beste geval) net een uit de hand gelopen zwarte mis of (wellicht) een maandje collocatie in een psychiatrische inrichting achter de rug hebben. Met gotische kathedraalramen als backdrop en vergezeld van een dozijn kyrie eleisons en ave maria's doen de Teutonen hun ding.

Muzikaal doet Powerwolf niet de minste moeite om van de platgetreden power metalpaden af te wijken en wordt elk metalcliché tot vervelens toe herhaald. Dat blijkt meteen bij opener Sanctified with Dynamite, waarin op instigatie van zanger Attila Dorn meteen een tweehonderdtal fans losgehen. De armen gaan in de lucht, en in een soort sacrale trance wordt het refrein duchtig meegelipt. Dat zal tijdens de rest van het optreden niet veranderen: songs als Coleus Sanctus en Lupus Dei schipperen voortdurend tussen pompeus en lachwekkend en volgen vrijwel allemaal hetzelfde stramien. Dit Powerwolf stelt eigenlijk bitter weinig voor, maar je moet al een slecht karakter hebben om er de fun niet van in te zien. Amen.

Death (DTA)

Alcatraz Music Dag 2: tank you for the music

© Davy De Pauw

Toen Chuck Schuldiner eind 2001 bezweek aan de gevolgen van een hersentumor, werd er kwistig met superlatieven gestrooid. En terecht, want de zanger/gitarist van het technisch begaafde deathmetalgezelschap Death - what's in a name? - heeft het genre niet alleen bekendheid bezorgd, maar het later ook naar ongekende technische hoogten gestuwd. Het respect voor hem is groot, ook vandaag. Als eerbetoon - en ook wel een beetje om geld in het laatje te brengen - toert Death (DTA) de wereld rond. Niet zomaar een tribute band, want bestaande uit een wisselende line-up van ex-Death-leden en opgericht met de nadrukkelijke zegen van moeder Schuldiner. Death (DTA) treedt vandaag aan in een uitstekende bezetting: reus Gene Hoglan (Fear Factory, Dark Angel, Dethklok en nog een dozijn groepen) kastijdt de drumvellen, bassist Steve Di Giorgio (Testament, Sadus) doet ongelooflijke dingen op drie en zes snaren en Bobby Koelble hanteert de tweede gitaar. De blikvanger is echter de 27-jarige frontman Max Phelps (Cynic, Exist), die niet alleen vocaal en qua gitaarspel een tweelingbroertje van Chuck Schuldiner blijkt, maar ook fysiek enige gelijkenissen vertoont. Toeschouwers die Death (DTA) nog niet aan het werk hebben gezien, trekken grote ogen: wat deze 'tribute band' brengt, hoeft nauwelijks onder te doen voor Death in een van zijn eerdere manifestaties.

Wegens een gebrek aan toekomst zonder Schuldiner graait de band gretig in het verleden. Van het debuut Scream Bloody Gore worden Zombie Ritual en Baptized in Blood naadloos aan elkaar gelast, en er vallen nog meer 'koppeltjes' te noteren: Spiritual Healing en Within the Mind bijvoorbeeld. Ook de hoogstandjes in meer technische nummers als The Philosopher en Overactive Imagination worden strak en met onvoorwaardelijke trouw aan het origineel uitgevoerd. Met een knallend Pull the Plug komt het voorlopig beste concert van deze Alcatraz-editie té vroeg aan zijn einde. Veel succes aan de Annihilators, Carcassen, Behemoths, Accepts, Venoms en Sabatons van deze wereld om dit nog te overtreffen.

Annihilator

Het Amerikaanse Annihilator behoeft nauwelijks introductie. De band rond Jeff Waters - fulltime uitstekende gitarist én moeilijke mens - ... en hier kunnen we meteen een punt achter dit stukje zetten, want al na twee nummers houdt humeurige Jeff er wegens een technisch probleem - dat nochtans gemakkelijk kon worden verholpen - mee op, de weide perplex achterlatend. Excuses blijven achterwege. Ongehoord. Dat belooft voor hun door Alcatraz georganiseerde novemberconcert in De Kreun. Als dat nog doorgaat, tenminste.

Carcass

Alcatraz Music Dag 2: tank you for the music

© Davy De Pauw

Door de onvoorziene kuren van Jeff Waters kan Carcass een wat langere set spelen, iets waarvan de Britse grind/deathlegende dankbaar gebruikmaakt. Hoewel het viertal momenteel alle kleine en grote Europese festivals afschuimt, komen ze nog steeds het best tot hun recht in een besloten clubsfeer. Op Alcatraz blijkt waarom: de technische verfijning gaat soms verloren in de mix, en dat zorgt hier en daar voor een monotone sound. En als er één ding is wat je niet van Carcass kunt beweren, is dat ze eentonig zijn.

Dat neemt niet weg dat Jeff Walker en zijn maats met Surgical Steel - op de backdrop staan de chirurgische instrumenten van de platenhoes afgebeeld - een bijzonder pittige comebackplaat hebben waaruit ze naar hartenlust kunnen putten, en aan de reactie op kakelverse songs als Captive Bolt Pistol, The Granulating Dark Satanic Mills, Noncompliance to ASTM F 899-12 Standard en Unfit for Human Consumption te horen en te zien, laat het nieuwe werk ook het publiek niet koud.

Veel contact met de toeschouwers zoeken Jeff Walker en zijn kompanen trouwens niet. Walker blijkt al zijn spitsvondigheden op te sparen voor een paar leuke plaagstoten genre: 'Oh, ik zie hier heel wat Sabaton-shirts voor het podium. Hoe komt dat? Jullie hebben de laatste honderd jaar jullie portie oorlog toch gehad?' Typisch Britse humor die - tenminste door diegenen die Walkers dialectzwangere Engels verstaan - op buldergelach wordt gehaald, behalve dan door wat zuur kijkende Sabaton-fans. De handen gaan nog naar het einde toe nog een laatste keer op elkaar voor Heartwork, misschien wel het beste melodieuze deathmetalnummer ooit gemaakt. Een grandioze triomftocht is de passage van Carcass op Alcatraz niet geworden, een degelijk optreden des te meer.

Behemoth

Alcatraz Music Dag 2: tank you for the music

© Davy De Pauw

Ze zijn niet zo lief, de heren van het Poolse blackmetalkwartet Behemoth. Vorig jaar nog werden ze in het Rusland van vadertje Poetin aan de deur gezet - weliswaar door visumproblemen, maar kom - en in hun streng katholieke thuisland worden ze om de haverklap lastiggevallen vanwege hun uitgesproken satanische imago. De metalliefhebbers zal het een zorg wezen, want Behemoth evolueerde de voorbije tien jaar van primitieve black metal over death metal naar een beheerste evenwichtsoefening tussen die twee genres. Met hun redelijk overweldigende nieuwe plaat The Satanist sloegen ze zelfs hun klauwen in het nekvel van mensen die doorgaans hun neus voor black metal ophalen.

Het is dan ook geen toeval dat Behemoth zijn set aftrapt met Blow Your Trumpets, Gabriel, de opener en meteen een van de sterkste nummers van de nieuwe langspeler. De kolossale beginriff zuigt alle aandacht naar zich toe, waarna de song losbarst in een spervuur van blastbeats en koorgezang (uit een doosje). Het is meteen duidelijk dat deze Polen - beklad met stijlvolle corpsepaint en musicerend tegen een decor dat met veel gevoel voor drama in elkaar is gezet - onze jobs niet willen afnemen, maar de festivalweide een aan de ribben klevende concertervaring willen bezorgen. Daar slagen ze voor het grootste gedeelte in met een fijne selectie uit oudere (Conquer All, As Above So Below) en kersverse nummers (Ben Sahar, Ora Pro Nobis Lucifer). Behemoth is de eerste black metalband die ooit het Alcatraz-podium heeft gestaan, maar volgens velen hoeven ze zeker de laatsten niet te zijn. Volgend jaar Watain, Agalloch of Wiegedood? Het zou zomaar kunnen.

Accept

Balls to the Wall, Fast as a Shark, Restless and Wild, Princess of the Dawn... het vuistdikke Grote Songboek van de Duitse oude rotten van Accept staat vol vlot meebrulbare heavy metal anthems. De iets te kort afgezaagde boom van een vent Udo Dirkschneider mag dan al een hele tijd niet meer achter de microfoon staan, uit de laatste drie studio-albums blijkt zijn vervanger Mark Tornillo een meer dan waardige vervanger, die vooral in de hogere regionen aardig in de buurt van Dirkschneider komt.

Alcatraz Music Dag 2: tank you for the music

© Davy De Pauw

Die nieuwere songs staan trouwens als een huis, waardoor Accept niet naar Kortrijk is gekomen om alleen gemakkelijk te cashen op klassiekers. Opener Stampede is - zoals de titel weinig subtiel laat vermoeden - een stamper van jewelste, en ook het iets melodieuzere Final Journey kan bekoren. Logischerwijze verlangt het in drommen voor het podium bijeengepakte publiek toch een paar golden oldies. Het gluiperige Princess of the Dawn sluipt al vroeg de set binnen, net zoals het bliksemsnelle Fast as a Shark, dat ook op Alcatraz wordt voorafgegaan door de hilarische jodelintro. Het blijft evenwel wachten op hét Beavis & Butthead-moment van de dag: Balls to the Wall, het volkslied van iedereen die in de jaren tachtig verslingerd raakte aan hard rock en heavy metal. Wanneer de loeiend harde riff uiteindelijk over de Alcatraz-weide dendert, gaan de vuisten de lucht in en wordt het refrein uit een paar duizend kelen meegebruld. Een passende beloning voor een gedreven concert.

Venom

Van alle nostalgiebands op de Alcatraz-affiche wordt het meest uitgekeken naar Venom. Het Britse trio rond zanger/bassist Cronos was in de prille jaren tachtig namelijk een van de eerste collectieven die openlijk flirtte met wat later een soort Kapitein Winokio-versie van het satanisme zou blijken, maar toentertijd leek dat gedweep met Lucifer, bokkenkoppen en pentagrammen heel erg evil en vooral staatsgevaarlijk. Terwijl andere acts uit die periode - het Zweedse Bathory voorop - al snel hun vleugels zouden uitslaan en andere paden zouden bewandelen, bleef het technisch en creatief heel beperkte gezelschap middelmatige tot zwakke platen maken, en was het verrassingseffect van het vroege, rauwe werk van het drieluik Welcome to Hell, Black Metal en At War with Satan volledig weg. Ook From the Very Depths, de veertiende langspeler van Venom die een paar maanden geleden in de rekken belandde, kon de glorietijden niet doen herleven.

Venom heeft heden ten dage met drummer Dante en gitarist La Rage twee muzikanten rond zich die wel degelijk kunnen spelen. Vreemd genoeg blijkt dat op Alcatraz net waar het schoentje wringt: de rauwe punkklanken van weleer zijn weg: alles klinkt clean en wordt quasi foutloos gespeeld, waardoor Venom meteen een pak van zijn duistere charme verliest. Cronos ontpopt zich in nieuwe songs als Rise en Long Haired Punks als een tweede Lemmy Kilmister (Motörhead), maar dan zonder pornoknevel en puisten. Geen slecht idee, eigenlijk, nu blijkt dat de rockpijp van Lemmy jammer genoeg stilaan begint uit te doven. Net zoals bij zoveel andere bands op Alcatraz wordt het pas echt gezellig wanneer Venom in de archieven duikt en naar de oppervlakte zwemt met een handvol klassiekers. In dit geval: het trage Countess Bathory, Welcome to Hell en vooral het opzwepende In League with Satan, dat wordt meegezongen door Nergal van Behemoth en gretig wordt meegebruld door het publiek. Venom is dan wel een mean, clean festival machine geworden, hun optreden in Kortrijk is van begin tot einde dikke fun.

Interludium Dat kan bezwaarlijk gezegd worden van de deejayset van ene Franky De Smet Van Damme, naar het schijnt de zanger van een niet onverdienstelijk Belgisch metalbandje. De man bezondigt zich niet alleen aan gênante stiltes tussen nummers en mislukte overgangen, maar ook aan heiligschennis door metalklassiekers consequent op een te hoog toerental te draaien. Resultaat: een soort metalversie van de zatte nonkel die tijdens het huwelijksfeest van nichtjelief de draaitafel overneemt. Platenbak afnemen en opsluiten in Alcatraz lijkt ons de aangewezen straf. Sleutel weggooien is optioneel.

Sabaton

Alcatraz Music Dag 2: tank you for the music

© Davy De Pauw

Om redenen die ons volledig vreemd zijn, is Sabaton de afgelopen jaren uitgegroeid tot een van de populairste bands in het metalgenre. We laten nog in het midden of de fascinatie die zanger Joakim Broden en zijn maats voor oorlog en veldslagen koesteren wel gezond is. Het probleem is dat ze die thematiek verpakken in weliswaar goed uitgevoerde en catchy, maar weinig opwindende power metal.

Om toch één lans voor het Zweedse vijftal te breken: ze weten donders goed hoe je een memorabele metalshow in elkaar moet zetten. Drummer Hannes van Dahl zit ingekapseld in het mangat van een tank (inderdaad!), de microfoonstandaards zijn omgebouwde machinegeweren, de pyroshow is sober maar efficiënt en Broden beschikt over een spreidstand waar ze bij het Belgische Olympische turnteam wel iets mee kunnen aanvangen.

De songs daarentegen hebben minder om het lijf dan Magic Mike na een zware avond. Het probleem is dat het zulke verdomde oorwurmen zijn: Swedish Pagans, Soldier of 3 Armies, Panzerkampf... ze blijven stuk voor stuk nog uren in je hoofd nagonzen. Iets wat we ook hebben bij pakweg Billen trillen van Trisha en Dos cervezas van Tom Waes. Een groot deel van het publiek verdwijnt al meteen na de eerste nummers richting uitgang. Werkendag, natuurlijk, al is het best mogelijk dat ook zij doorhebben dat Sabaton momenteel een beetje boven zijn stand leeft.

Om het met een oorlogsreferentie te zeggen: Sabaton is dan wel goed in zijn genre, de Tweede Wereldoorlog was dat ook. Maar daarom verlangen we er niet noodzakelijk naar terug.

Joost Devriesere

Speel de hele festivalzomer lang mee met onze wedstrijden en win unieke VIP-arrangementen.

Onze partners