Jan Herregods
Jan Herregods
Redacteur Knack.be
Opinie

30/06/15 om 17:50 - Bijgewerkt om 17:56

Afscheid van I Love Techno in Gent: de charme van een luide, stinkende fabriekshal

Na 20 jaar houdt I Love Techno het voor bekeken in Gent. Knack.be-redacteur Jan Herregods blikt terug op een stukje Belgische uitgaansgeschiedenis. 'Memorabel waren waren de momenten waarop het publiek één deinende, zwetende massa werd.'

Afscheid van I Love Techno in Gent: de charme van een luide, stinkende fabriekshal

I Love Techno © Belga

Nog voor je Flanders Expo helemaal binnen was, zag je altijd hetzelfde tafereel. Een handvol festivalgangers die met hun neus in het gras hun roes al aan het uitslapen waren. Te vroeg gepiekt. En de avond die nog moest beginnen. Zelf stond je op dat moment doorgaans enthousiast aan te schuiven om tegelijk met duizenden anderen door dat veilige, maar vreselijke, sluizensysteem binnen te geraken. Tintelend van voorpret, en vastberaden om pas buiten te komen als de laatste beats uitgestorven waren.

Het is tekenend voor de sfeer van milde waanzin waarin het hele gebied tussen het Sint-Pietersstation en Flanders Expo op die avond leek te baden. I Love Techno was een feest met een grote F, een vaste waarde.

En waarom eigenlijk? Om in een zaal met een weinig vrolijkmakende akoestiek tegen elkaar te gaan staan hossen op muziek die veel te luid staat, en met drank die veel te duur is. Althans, dat is wat de buitenwereld er vaak van dacht. Terwijl het zeker ook veel charme heeft, dat ritmisch escapisme in een donkere, stinkende fabriekshal. Zeker in een tijd dat dansmuziek nog niet zo alomtegenwoordig was als nu.

Universeel gedreun

Was dat een succesrecept? Lange tijd wel. Want wat techno (of andere elektronische muziek) zo onweerstaanbaar maakt is net dat. Veel volk, luide muziek en weinig licht. Samen met vooraan één dj is dat de essentie van dansmuziek. Dat er ook weinig tekst aan te pas komt, maakt dat iedereen er zijn eigen verhaal in kan leggen. Een universeel gedreun als het ware. Memorabel waren de passages van Carl Cox, Dave Clarke, Ben Sims of Len Faki waarbij je het gevoel kreeg dat je je in een eigen tijdszone bevond, en het publiek om je heen versmolt tot één zwetende, deinende massa.

Ondertussen is er veel veranderd. De essentie van dansmuziek heeft er door de jaren heen blijkbaar nogal wat toeters, bellen en confetti bijgekregen. Danspuristen vinden dat jammer , maar het lijkt er vandaag allemaal wat bij te horen. Het jonge publiek wil meer dan die donkere zweterige zaal. En voor het trouwe publiek ging het verlangen naar een nostalgieavond of een vaste afspraak niet altijd samen met de stijgende ticketprijs. Daarnaast werd de laatste jaren ook de programmatie breder, met meer dubstep en minder 'echte' techno.

Drummen in een donkere zaal

Bovendien hebben clubs en indoorfestivals (zoals bijvoorbeeld ook Ten Days Off vorig jaar) er de laatste jaren veel concurrentie bijgekregen van dansfestivals in open lucht, of van (vroegere) rockfestivals die nu dj's en producers op de affiche zetten. Dat was in de begindagen van het festival, toen Daft Punk in 1995 naar de Vooruit afzakte, wel even anders. Cru gesteld: nu kan je overal gaan dansen. En voor veel mensen is drummen in een donkere zaal nu eenmaal minder aantrekkelijk dan een tapijtje balearic beats tegen een ondergaande zon.

Misschien is de verhuis naar Frankrijk dan nog de meest elegante oplossing. Er was een tijd dat de 36.000 kaartjes voor het evenement in Gent moeiteloos de deur uit vlogen. Dat was de laatste jaren veel minder het geval.

Voor wie het festival jaar na jaar bezocht, komt het afscheid dan ook niet helemaal meer als een verrassing. Minder volk, een verouderend publiek, dan voel je de bui al hangen.

Maar toch, nauwelijks een jaar nadat Gent 10 Days Off moest uitzwaaien, verdwijnt er opnieuw een stukje uitgaansgeschiedenis. Maar aan de huidige nineties-revival te oordelen komt alles ooit terug, dus ook hersenloos dansen in een donkere fabriekshal.

Tot binnen een jaar of tien.

Lees meer over:

Onze partners