11 politieke controverses op het Eurovisiesongfestival

18/05/13 om 10:26 - Bijgewerkt om 10:25

Bron: Knack Focus

De lesbische kus van Finland en de Turkse onvrede over de status van de 'Grote Vijf': ook dit jaar blijft het Eurovisiesongfestival niet vrij van controverse. Knack.be zet elf politieke Songfestivalrellen uit het verleden op een rijtje.

11 politieke controverses op het Eurovisiesongfestival

© Reuters

1. 1968: Spanje koopt de overwinning

Vorig jaar drukte de openbare omroep TVE zangeres Pastora Soler nog op het hart om vooral niet te winnen, maar in 1968 zag de toenmalige dictator Francisco Franco in de organisatie van het Songfestival een manier om het Spaanse toerisme te stimuleren. Het Francoregime zou enkele nationale jury's hebben omgekocht, waardoor publieksfavoriet Cliff Richard (Verenigd Koninkrijk) op één punt van de Spaanse inzending 'La La La' strandde.

2. 1974: Startsignaal voor revolutie

Portugal haalde in 1974, het jaar dat ABBA met 'Waterloo' het Songfestival won, een bescheiden 14e plaats. Enkele maanden later zou het nummer echter een cruciale rol spelen in de revolutie van 1974, die een einde maakte aan het dictatoriale regime van Marcelo Caetano. De revolutionairen kozen het nummer als code om via de radio het startschot van de revolutie te geven.

3. 1978: 'And the winner is... Belgium!'

Tenminste, op de Jordaanse televisie. In 1978 ging de overwinning op het Songfestival naar de Israëlische inzending 'Ah-Bah-Nee-Bee'. Buurland Jordanië leefde echter op gespannen voet met Israël. De Jordaanse openbare omroep weigerde het Israëlische nummer uit te zenden en kondigde de volgende dag dan maar België aan als winnaar.

4. 2000: Het Israëlisch-Syrisch conflict

De Israëlische inzending uit 2000 heeft niet alleen de naam één van de slechtste nummers uit de Songfestivalgeschiedenis te zijn, ze ontketende ook een politieke storm in Israël. Na hun optreden ontvouwden de groepsleden Syrische vlaggen en riepen op tot vrede. De Israëlische openbare omroep distantieerde zich van de inzending, die verrassend genoeg niet als laatste eindigde.

5. 2003: 'Afgestraft voor rol in Irak'

In 2003 behaalde het Britse duo Jemini een historische laatste plaats op het Songfestival in Letland - met nul punten op 26 landen het slechtste resultaat ooit tot dan. De Britse commentator Terry Wogan suggereerde 'een afstraffing omwille van de Britse rol in de Irakoorlog', maar de internationale pers hield het op de nummerkeuze en de abominabele zangprestaties.

6. 2008: Claims van racisme

'Ten oosten van de Donau zal men niet al te snel voor een zwarte zanger stemmen', liet Terry Wogan zich in 2008 ontvallen nadat Andy Abraham en Javine Hilton in 2005 en 2008 respectievelijk 22ste en laatste waren geworden. Ten oosten van de Donau moest de Congolees-Oekraïense Gaitana vorig jaar nog kritiek van Oekraïense ultranationalisten pareren, waarna ze - toeval of niet - het op één na slechtste resultaat ooit voor Oekraïne behaalde.

7. IJsland schoffeert Europa (2006)

Humor is een risico op het Songfestival. Dat mocht de IJslandse Silvia Night in 2006 ondervinden. Ze liet tijdens een persconferentie een journaliste naar buiten dragen die haar rechtstreeks had aangekeken, schold de Griekse technici uit voor amateurs, en telefoneerde op het podium met God over haar nakende overwinning. De Griekse media waren niet mals voor Night, die sneuvelde in de halve finale - waarna ze nog de 'lelijke mensen uit Finland', 'de sletten uit Holland' en de 'lelijke, fucking, oude bitch uit Zweden' schoffeerde. Opvallend: de Litouwse inzending, 'We are the winners', werd vijfde.

8. Frustratie over blokvorming

Het is een wetmatigheid dat het stemproces op het Eurovisiesongfestival een broeihaard is voor burenpolitiek, tot frustratie van de landen die daar weinig voordeel uit halen. Een voorbeeld is Tsjechië, dat in 2010 na amper drie deelnames gedesillusioneerd thuis bleef. Naar eigen zeggen uit beperkte kijkersinteresse, al zal het feit dat Tsjechië tussen 2007 en 2009 respectievelijk laatste, voorlaatste en laatste was geëindigd ook een rol hebben gespeeld.

9. 2007, 2009: Omfloerste anti-Ruslandpropaganda

In 2007 zorgde de Oekraïense travestiet Verka Serduchka voor controverse, al had dat eerder met inhoud dan met vorm te maken. Menig toehoorder vond de passage 'Lasha Tumbai' in haar nummer 'Tanzing' immers erg als 'Russia Goodbye' klinken. Rusland was 'not amused', maar ving bot bij de European Broadcast Union. Twee jaar later werd de Georgische inzending 'We Don't Wanna Put In' om vergelijkbare redenen wél gebannen van het Songfestival.

10. 2009: Het Armeens-Azerbeidjaans conflict

Sinds de Nagorno-Karabachoorlog (1988-1994) leven buurlanden Armenië en Azerbeidzjan op voet van oorlog met elkaar. Ook op het Songfestival: in 2009 ondervroeg de Azerbeidjaanse politie zelfs 43 Azeri's die hadden gestemd op de Armeense inzending van dat jaar, het etnische folknummer 'Jan Jan'.

11. 2012: Loekasjenko kaart stemfraude aan

Alyona Lanskaya won in 2012 de Wit-Russische nationale voorronde, maar werd enkele dagen later al gediskwalificeerd. Stemfraude, zo bleek, al was het opvallend dat net de Wit-Russische president Viktor Loekasjenko het onderzoek had opgedragen. Loekasjenko haalde in 2010 een vierde termijn na verkiezingen die door de OESO als oneerlijk werden bestempeld. Ook Lanskaya kreeg een herkansing: ze staat morgen met een half-Belgisch nummer in de finale in Malmö.

(JDW)

Lees meer over:

Onze partners