Dave Mestdach
Dave Mestdach Chef film van Knack Focus

Meer van hetzelfde, maar dan helemaal anders. De gebroeders Dardenne herdefiniëren discreet hun stijl in de alweer recht naar je strot grijpende vérité-fabel ‘Le Silence de Lorna’. Een analyse van drie sleutelscènes.

Opluchting alom toen Jean-Pierre (57) en Luc Dardenne (54) tijdens het voorbije festival van Cannes dan toch nog de prijs voor het beste scenario mochten afhalen, al was de ontvangst van Le Silence de Lorna lauwer dan die van Gouden Palm-winnaars Rosetta (1999) en L’Enfant (2005). Ten onrechte trouwens, want de Dardennes hebben opnieuw een vernuftige en aangrijpende sociale parabel afgeleverd.

Sociaal geval van dienst is de Albanese Lorna (een rol voor de angelieke Arta Dobroshi), die in Luik een schijnhuwelijk aangaat met de autochtone junkie Claudy (Dardenne-habitué Jérémie Renier) in de hoop een Belgisch paspoort te verkrijgen. Oorsponkelijk is hun overeenkomst puur zakelijk en delen de twee enkel een appartement, niet het bed. Wanneer hun affectie voor elkaar groeit, voelt de opportunistische Lorna zich echter alsmaar meer in een moreel schaduwveld gedreven, zeker als ze door haar entourage aan een louche Rus wordt gekoppeld en er plannen worden gesmeed om Claudy te dumpen.

Vintage Dardenne dus. Al vallen er tussen de naturalistische decors ook enkele nieuwigheden te detecteren. Zo oogt Le Silence de Lorna observerender, met stabieler en afstandelijker camerawerk, terwijl de toon van grimmige vérité naar een noir-achtig sprookje vol morele dialectiek verschuift.

Geen wonder dat het verhaal een stuk ingenieuzer ineensteekt dan dat van Le Fils of L’Enfant. Bovendien ruilden ze hun vaste habitat Seraing voor Luik als grauw grootstedelijk decor. ‘Misschien liggen de twee hooguit tien kilometer uit elkaar’, lachen de broers. ‘Voor ons was het toch een grote stap.’

Scène 1: openingsscène met Lorna en Claudy in hun appartement

Lorna komt de flat binnen en deponeert haar spullen op tafel, terwijl Claudy kookt en naar harde muziek luistert. Vervolgens stopt ze hem wat geld toe, zonder een woord te wisselen. De kijker beseft meteen dat dit geen alledaags koppel is.

De openingsscène verklaart terstond de hele premisse, en dat zonder dialoog en met hooguit één of twee statische shots.

Jean-Pierre Dardenne: (knikt) Je moet meteen voelen dat er iets vreemds aan de gang is. Je kunt natuurlijk alles uitschrijven en vertellen, maar je kunt ook visueel de juiste vragen ontlokken. Dat maakt de kijker emotioneel meer betrokken. Waarom geven die twee elkaar geen kus? Waarom krijgt hij geld? Met enkele shots willen we hun hele leefwereld neerzetten. Zo proberen we altijd onze films te maken, met precies gekozen beelden en louter functionele dialogen die maximale ruimte laten aan de creativiteit van de kijker. Wie lange lappen tekst wil, moet maar naar het theater gaan of een boek lezen. Dat werken met stilte en montage is net uniek aan cinema.

In vergelijking met ‘Rosetta’ of ‘Le Fils’ is het camerawerk een stuk statischer.

Luc Dardenne: Weet je dat we zelfs ooit klachten kregen dat mensen zeeziek werden van onze films? (lacht) Deze keer wilden we Lorna gewoon observeren, haar volgen op een discrete manier. Vandaar dat we de camera zo stil mogelijk houden – dat roept een mysterieus sfeertje op. Er zit een fysieke afstand tussen haar en de kijker die haar handelingen probeert te begrijpen, al zijn die vreemd en bizar. Logisch dus dat we nu ook meer aandacht hebben voor de omgeving en het decor.

Is het daarom dat jullie naar Luik zijn uitgeweken?

LD: We hadden een grote stad nodig. Lorna is een immigrante die in België een nieuw leven hoopt te beginnen en in de stad zijn er nu eenmaal meer mogelijkheden. Je kunt er ook anoniem leven, als je zoals Lorna met clandestiene zaken bezig bent of een duister geheim met je meedraagt. De spanning wordt ook groter als er meer mensen om zo’n mysterieus personage heen bewegen. Zal iemand haar ontmaskeren? Zal de politie haar vatten?

JPD: Praktisch stelde die verplaatsing weinig problemen, ook omdat we Luik goed kennen. We werken met een kleine equipe. Meestal huren we zelf figuranten in zodat we hooguit een paar takes moesten weggooien omdat een passant in de camera keek. Of omdat het plots begon te regenen. Dat krijg je als je in België draait. We werden ook amper lastig gevallen. Arta is Angelina Jolie niet en wij zijn zeker geen Brad Pitt. (lacht)

Jullie wilden aanvankelijk digitaal draaien, maar hebben toch voor een klassieke 35mm-camera gekozen.

LD: We hebben vijf digitale camera’s uitgeprobeerd. Na het zien van Jia Zhang-kes Still Life, vonden we die look wel interessant, maar uiteindelijk bleken die digitale dingen te bruut en te ‘effecterig’. We wilden een heldere en compacte stijl. Niet te grof en ook niet te donker, omdat we stabiele beelden wilden maken en vooral registreren. Daarvoor bleek een wat minder mobiele 35-mm camera uiteindelijk het meest geschikt.

Scène 2: de liefdesscène van Lorna en Claudy

Aanvankelijk kijkt Lorna neer op de pathetische junkie Claudy met wie ze samenhokt. Wanneer die bereid blijkt om af te kicken, groeien toch hun gevoelens voor elkaar, met als climax: een spontane vrijpartij in hun flat.

Dit moet de eerste vrijscène uit jullie carrière zijn. Nerveus?

LD: Absoluut. Naakte vrouwen filmen zijn we niet gewoon. (lacht) Gelukkig was iedereen grondig voorbereid. Zoals gewoonlijk hebben we eerst anderhalve maand op locatie gerepeteerd. Bovendien hebben we de film opnieuw in chronologische volgorde gedraaid, dat doen we al sinds La Promesse. Die vrijscène zit ongeveer halverwege, zodat we toen al zes weken aan het draaien waren. Cast en crew hadden dus de tijd gehad een vertrouwensband op te bouwen, nodig als je een geloofwaardige liefdesscène wil filmen. We hebben de scène ook in twee keer en met een minimum aan technici opgenomen. Eigenlijk had het in één keer gemoeten, maar Jérémie was blijkbaar zo onder de indruk van Arta dat hij bij de eerste take de op zijn lijf bevestigde microfoon vergat af te nemen. Wie kan het hem kwalijk nemen. (lacht)

JPD: Vrijscènes ogen misschien opwindend, voor de betrokkenen zijn ze vooral lastig en ingewikkeld. Vergeet ook niet dat er een hele choreografie achter zit. In het spel zelf lieten we de acteurs zoals steeds volledig vrij – wij praten ook nooit over de beweegredenen van hun personage, die moeten ze zelf invullen. Alle bewegingen werden vooraf wel minutieus vastgelegd. Welke kledingstukken ze eerst moesten uittrekken. Waar ze die moesten gooien. Zulke dingen.

Jullie hebben twaalf weken gedraaid, ongeveer dubbel zo lang als het nationale gemiddelde.

JPD: Onze laatste films kosten zowat 3 miljoen euro. Da’s behoorlijk naar Belgische normen, maar internationaal blijft dat peanuts. Aangezien we met relatief onbekende acteurs en op échte locaties werken, hoeven onze films gelukkig niet zoveel te kosten. Onze voornaamste uitgavenpost is het aantal repetitie- en draaidagen. Tijd kost geld, zeker in de filmbranche. Maar je hebt die tijd nodig om samen met de acteurs de scènes te kneden. Vandaar ook dat we er voor kiezen om chronologisch te werken. Af en toe verlies je daar kostbare dagen mee, maar voor cast en crew blijft het de meest logische manier om een verhaal te vertellen. Die investering win je dan ook dubbel en dik terug in geloofwaardigheid en authenticiteit.

Over authenticiteit gesproken: met Arta Dobroshi hebben jullie opnieuw een hoofdrolspeelster die de film perfect weet te dragen. Hoe weten jullie hen toch altijd te vinden?

LD: Da’s deels intuïtie en ervaring. Plus: vooraf goed weten welke look en ritmiek een acteur moet hebben. We hadden haar in twee Albanese films op DVD aan het werk gezien en vonden haar meteen geschikt. Daarna hebben we nog castings georganiseerd in Skopje, Pristina en Sarajevo waaraan tientallen andere meisjes deelnamen, maar waar zij meteen opviel. Er waren maar twee problemen. Eén: haar lange, bruine haar. Dat paste niet bij Lorna, al een geluk dat we dat konden knippen. En twee: de taal, Arta sprak geen woord Frans. Een spoedcursus bij Berlitz van twee maanden had echter een overhoopt goed resultaat: tegen de eerste draaidagen kende ze een aardig mondje Frans.

Arta brengt een sensualiteit in de film waardoor hij bij vlagen als een sociaal-realistische film noir aanvoelt. Een bewuste strategie?

JPD: Ze moest vrouwelijk en sexy zijn. De kijker moet begrijpen waarom Claudy zich tot haar aangetrokken voelt, en moet die aantrekkingskracht ook voelen. Wat ze uitspookt, is dubieus. Als je wil dat de kijker toch sympathie heeft voor haar, moet je hem weten te verleiden.

LD: Er zitten inderdaad noir-elementen in. De verleidelijke vrouw, de nachtscènes, de grote stad, de gangsters, de nachtclubs… Het verhaal heeft echter weinig van het genre, daarvoor hadden we Lorna moeten vermoorden. In al onze films zitten thrillerelementen. Denk maar aan de achtervolgingen met de bromfiets in La Promesse en L’Enfant of het doemsfeertje in Le Fils. We zijn grote fans van Cronenberg en Scorsese, maar genrecinema an sich interesseert ons niet. Voor ons zijn het gewoon functionele elementen in het vertellen van een breder en dieper verhaal.

Scène 3: de onderhandeling tussen Lorna en de Rus

Lorna wordt door haar Belgische handlanger gekoppeld aan een Russische crimineel die op zijn beurt een schijnhuwelijk met haar wil aangaan. Tijdens een nachtelijke ontmoeting in een bar worden de documenten gecheckt en over de prijs onderhandeld.

Waar komt het idee voor de film eigenlijk vandaan?

LD: Het is ten dele gebaseerd op een verhaal dat een jonge immigrante ons vertelde nog voor we L’Enfant maakten. We hebben echter ook met een politiecommissaris gepraat. Kwestie van te weten hoe zo’n schijnhuwelijk wordt geregeld en hoe de wetgeving in elkaar zit. De meeste details zullen dus wel kloppen, maar of alles strookt met de realiteit is niet onze voornaamste bekommernis. Wij vinden het belangrijker dat je meeleeft met de personages en dat je hun morele parcours kunt volgen. Tenslotte is Lorna niet kwaadaardig. Ze wil gewoon een humaan leven, maar wordt gedwongen daartoe mensen te misbruiken. Het belangrijkste is dat ze gaandeweg vertrouwen leert te hebben en een morele metamorfose ondergaat.

Er zit opnieuw een christelijke dimensie in de film, maar jullie horen dat blijkbaar niet graag.

JD: Iedereen mag onze film interpreteren zoals hij wil, maar zelf beschouwen we ons als humanisten. We geloven in de goedheid van de mens en de maakbaarheid van de maatschappij, al is ons engagement niet naïef.

Jullie schetsen niet meteen een fraai plaatje van het nieuwe Europa en haar immigranten.

JPD: Wat ons interesseert is wat migranten doormaken bij hun aankomst in West-Europa, welke methodes ze gebruiken om te overleven en of het mogelijk is om onder die omstandigheden aan illegale praktijken te weerstaan. Ze worden immers niet echt met open armen ontvangen. We vellen geen oordeel, we onderzoeken enkel de problematiek. Of Lorna een Albanese is of een Braziliaanse doet dan ook niet ter zake.

LD: Je kunt die migratiegolven ook niet tegenhouden, wat sommige politici – zij die van Europa een fort willen maken – ook beweren. Daarvoor is de aantrekkingskracht van het rijke westen en de sociale ellende daarbuiten te groot. Het zal er dus op aankomen om die mensen op een meer humane manier op te vangen, zonder naïef de poorten open te zetten of criminelen de kans te geven hun ellende uit te buiten.

Sociale uitbuiting is altijd al een hoofdthema geweest, maar nooit was geld zo fysiek aanwezig als hier.

LD: Geld bepaalt hoe we met elkaar omgaan en hoe de onderlinge verhoudingen liggen. Vandaar dat je de personages zo vaak geld ziet uitwisselen. Ze willen hun leven veranderen en geld is daartoe de enige manier. Geld op zich is trouwens niet vies. Met geld kun je ook mooie dingen doen.

Zoals gebruikelijk gaan eenvoud en complexiteit hand in hand. Blij dat jullie in Cannes eindelijk ook de scenario-prijs kregen of hadden jullie toch op een derde Gouden Palm gehoopt?

JPD: Hopen doet een mens altijd, maar die scenario-prijs maakt duidelijk dat de jury onze film per sé wilde bekronen. Meestal worden we geprezen voor onze acteursregie of cameravoering en dan doet zo’n scenarioprijs zeker deugd. We werken tenslotte drie jaar aan een film en aan de shoot gaan telkens maandenlange scenariodiscussies vooraf. Zo simpel steken onze films dus niet in elkaar. De kunst is om ze simpel te doen overkomen, in de zin van direct en persoonlijk. En dat doen we door ons niet te laten afleiden door overbodige details, maar wel te focussen op de morele kern die hopelijk wél complex is.

LD: In die zin blijft kritiek nuttig. Naar ons gevoel is Le Silence deLorna een heel andere film dan onze vorige, maar als regisseur blijf je een vis in een aquarium. Je kunt wel denken dat je heel verschillend bezig bent, maar de buitenwereld ziet misschien steeds hetzelfde beestje in dezelfde bokaal. Het komt er op aan om naar kritiek te luisteren. Vergeet niet dat onze eerste twee films, Falsch en Je pense à vous, genadeloos werden gekraakt – bijna onze artistieke dood. In plaats van de camera aan de haak te hangen, hebben we echter een analyse gemaakt van wat mogelijk fout gelopen was en vervolgens beslist om onze methodiek ingrijpend te veranderen. We wilden niet meer met bekende acteurs werken, en enkel draaien op zelfgekozen locaties met mensen die we kenden en vertrouwden, met zo weinig mogelijk technische ballast. Die aanpak heeft duidelijk gerendeerd en rendeert nog steeds. Gelukkig maar. Of we onszelf een tweede keer kunnen heruitvinden, weet ik niet. (lacht)

Le Silence de Lorna

Vanaf 27/08 in de bioscoop.

Vroegere interviews met de gebroeders Dardenne.

FOCUSKNACK .BE

Dave Mestdach

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content