"De V&A moet terug uitgroeien tot een opiniemaker"

22/11/11 om 10:30 - Bijgewerkt om 10:30

Bron: Knack Focus

Knack.be sprak met Martin Roth, de kersverse directeur van het Londense Victoria & Albert Museum.

"De V&A moet terug uitgroeien tot een opiniemaker"

© V&A

Met Martin Roth staat sinds 1 september voor het eerst in de geschiedenis van het Victoria & Albert Museum een niet-Brit aan het hoofd van deze oermoeder der musea. De aanstelling van deze uit Stuttgart afkomstige professor moet de kosmopolitische uitstraling van het Londense museum in de verf zetten. Knack.be sprak met Martin Roth in het Duitse Bonn, waar de expo 'Art and design for all' over de ontstaansgeschiedenis van de V&A de deuren opende.

Wat fascineert u zo aan het Victoria & Albert Museum?

Martin Roth: "Hoewel de ideeën in de loop der jaren veranderd zijn, hangt in de gangen van de V&A nog steeds dezelfde spirit. Als kind van de wereldtentoonstellingen heeft het museum altijd een sociale rol vervuld. Door tijdens de weekends en 's avonds de deuren te openen kregen ook de minder gegoeden, die overdag moesten werken, de kans om het museum te bezoeken. Ze konden er een nieuw stukje van de wereld ontdekken."

Waarom is dat initiële idee van de V&A, om kunst en design voor iedereen te brengen, zo belangrijk?

Roth: "Creativiteit en innovatie zijn in mijn ogen cruciaal om sociale problemen, zoals die recent tot uiting kwamen tijdens de rellen in Londen, op te lossen. We hebben creativiteit met een hoge waarde nodig. Mensen willen weten hoe iets gemaakt is en door wie. Dat blijkt ook uit het grote succes van onze kleine expo 'The Power of making', die ambacht en techniek centraal stelt. Hij trekt momenteel dubbel zoveel bezoekers dan we oorspronkelijk geschat hadden. Met V&A willen we mensen attent maken op de kwaliteit van goed design voor hun dagelijkse leefomgeving."

Hoe wil u die idee van de eerste directeur Henry Cole, die de V&A als een 'schoolroom for everyone' zag, concretiseren?

Roth: "We organiseren nog steeds lezingen, rondleidingen en presentaties, maar de V&A is intussen een modern klaslokaal geworden. Studenten komen naar het museum met hun laptop. Dat we nog steeds een belangrijke inspiratiebron vormen voor designers, blijkt uit onze statistieken: maar liefst 30% van onze bezoekers komt uit de creatieve industrie. Dankzij onze modeshows en feestjes is de V&A ook een hip klaslokaal. De uren voor zo'n feestje, als alle bezoekers naar huis zijn en de voorbereidingen in volle gang, beleef ik mijn favoriete momenten in de V&A. Want dan voel je dat het museum verweven is met het echte leven. Een oude dame verwoordde het een tijdje geleden als volgt: 'de V&A draait rond het leven, het British Museum rond de dood.'"

Speelt ook jullie reispolitiek in op die idee van 'schoolroom for everyone'?

Roth: "We zijn inderdaad alomtegenwoordig in de wereld, we brengen de kunst naar de mensen. Zoals hier in Bonn met een tentoonstelling die vooral om ons ontstaan, de Great Exhibition en het Crystal Palace draait. Of zoals in Gent, waar in het Museum voor Schone Kunsten een expo rond John Constable loopt. Als je een pop-upmuseum van de V&A wil in België, geef ons een seintje en we maken er werk van. (lacht)"

Welke rol moet de V&A volgens u in de toekomst spelen?

Roth: "Ik wil dat het museum, net als vroeger, meer op de voorgrond treedt als opiniemaker. Dat het een rol speelt in debatten. Daarom zal ik onder andere sterk inzetten op hedendaags design dat gebruikmaakt van nieuwe technologieën, die inspelen op het milieu, op alternatieve energiebronnen en op de sociaal-maatschappelijke context."

U krijgt 60% van uw budget van het departement cultuur van de overheid. Waar haalt u de andere 40%?

Roth: "Die 40% komt uit onze eigen inkomsten, zoals de shop en het restaurant. Ook in Dresden, waar ik directeur was van de kunstcollecties, werkte ik volgens die verhouding. Sinds ik er in 1988 begon, moest ik elk jaar met minder budget rondkomen. Dat ik in Londen dus over een vierjarig subsidieplan kan beschikken, is bijzonder aangenaam."

Hoever staat het met de plannen voor de nieuwe exporuimtes, die onder straatniveau zullen komen?

Roth: "Het idee van prins Albert, om alle belangrijke instellingen op vlak van kunst, onderzoek en wetenschap, op één locatie te bundelen wint terug aan belang. Exhibition Road vormde in die Albertopolis een soort ketting, met de musea als parels. We hebben onze ingang alvast terug naar Albertopolis gericht. Ook de nieuwe exporuimtes spelen daarop in. Intussen hebben we al financiering gevonden voor de helft van de 1200 vierkante meter grote ruimtes, die we zullen gebruiken voor tijdelijke tentoonstellingen. Een expo rond de geschiedenis van de toekomst en de toekomst van de geschiedenis moet de deuren openen in 2015/16."

Wat is uw favoriete museumstuk?

Roth: "Op die vraag antwoord ik altijd dat ik niet kan en wil kiezen. Het is alsof ik zou moeten kiezen tussen een van mijn drie kinderen. Dat is gewoon onmogelijk."

Elien Haentjens

Onze partners