Waarom er geen Vlaamse films zijn in Cannes

07/05/13 om 11:54 - Bijgewerkt om 11:54

Bron: Knack Focus

Voor het tweede jaar op rij zit er geen enkele Vlaamse langspeler in Cannes. Is la vague flamande gebroken? Of ontwaken we uit onze eigen mediamythe? Een overpeinzing.

Waarom er geen Vlaamse films zijn in Cannes

Als we het jongste jaarverslag van het Vlaams Audiovisueel Fonds mogen geloven, dan zette de Vlaamse film in 2012 een record neer wat festivalselecties betreft. In totaal 1410 selecties op grote en kleine festivals leverden 298 onderscheidingen op, een forse stijging - 961 selecties en 113 prijzen - ten aanzien van het jaar daarvoor. Bovendien zit de rechtenverkoop van Vlaamse filmcreaties (Hasta la vista werd verkocht aan 24 landen, Tot altijd aan 17 en Rundskop aan 13) in de lift, waren er de Oscarnominaties voor Rundskop en dit jaar ook de kortfilm Dood van een schaduw, terwijl Matthias Schoenaerts tegenwoordig vaker in Hollywood dan op 't Zuid wordt gespot.

Op het eerste gezicht gaat het dus prima met de Vlaamse cinema, en op het tweede gezicht eigenlijk ook. Hoe komt het dan dat die dekselse Fransozen in Cannes, die vermaledijde leliaards van de cinema, nu al voor het tweede jaar op rij glad over ons heen kijken? Zouden ze de pik hebben op ces p'tits flamands aangezien ze films uit Cambodja, Tsjaad en zowaar zelfs Holland blijkbaar wel weten te appreciëren? En hoe komt het dat, terwijl we de jongste jaren massaal in de prijzen vallen, daar nog steeds geen Vlaamse Gouden Palm, laat staan Leeuw, Beer of Oscar tussen zit? Zou er sprake zijn van een complot?

De waarheid is prozaïscher. En zoals wel vaker in het leven: stukken saaier. Feit is dat er in Vlaanderen nu eenmaal maar tien à twaalf langspelers per jaar worden gemaakt en er deze keer weinig nieuw werk in aanmerking kwam om het cinefiele stempel van Cannes te dragen. Ter vergelijking: Frankrijk produceert ongeveer 260 films per jaar waardoor het maar logisch is dat er daarvan acht meedingen naar de Gouden Palm, zoals dit jaar uitzonderlijk het geval is. De voorbije jaren waren we wat Cannes-selecties betreft - van Aanrijding in Moscou, over De helaasheid der dingen tot andere Blue Birds - gewoon genereus bedeeld, en bovendien bien mérité.

Daarnaast moet men vaststellen dat er een kloof is ontstaan tussen wat men hier te lande denkt dat de Vlaamse films in het buitenland voorstellen en wat ze ginds daadwerkelijk voorstellen. Vraag een Amerikaans, Duits of Chinees criticus om één Vlaamse film te noemen en de kans is groot dat je op een oorverdovende stilte stuit, of plausibeler nog: dat je moet uitleggen waar Vlaanderen ligt. Het is dan ook al van 1979 en André Delvauxs Een vrouw tussen hond en wolf geleden dat er nog eens een 'Vlaamse' film in Cannes meedong naar de Gouden Palm.

Dat betekent niet dat de Vlaamse cinema het niet goed doet of - denk aan Michaël Roskam, Felix Van Groeningen, Gust Van den Berghe en co. - dat er geen talent van internationaal niveau is opgestaan. Het betekent alleen dat het statuut van onze jongens en meisjes in den vreemde overdreven wordt. Flanders Image, de promotiecel van het VAF, kan geen persbericht de wereld insturen, of vijf minuten later is het al een headliner in alle lokale media, ongeacht of dat bericht enige nieuwswaarde heeft.

Dat kan uiteraard noch het Vlaams Audiovisueel Fonds, noch Flanders Image, noch de sector worden aangewreven. Die doen enkel hun werk en bovendien doen ze dat goed. Wel kan men zich de vraag stellen of het chauvinisme van de media - nostra culpa, nostra maxima culpa! - niet stilaan het punt heeft bereikt waar informatie verglijdt in desinformatie door de mythe te verkopen - want alles wat lokaal is, scoort nu eenmaal - dat het buitenland in de ban is van de Vlaamse film.

Het gevolg van die buitenproportionele aandacht is dat echt belangwekkende prestaties - Rundskop haalt een Oscarnominatie, Schoenaerts wint een César, Het vijfde seizoen zit in competitie in Venetië - verzuipen onder gepimpte hoeraberichten over de meest obscure prijzen en festivals waar zelfs critici nog nooit van gehoord hebben. Een ander gevaar is dat er bij media, makers en beleidsmakers een onrealistisch verwachtingspatroon en een eigen-cinema-eerstideologie ontstaat die ervoor zorgt dat elke kritische stem in de kiem wordt gesmoord (is dat taxsheltersysteem wel koosjer? maken we hier werkelijk enkel drie- of vier-sterrenfilms?) en met louter superlatieven over eigen producties wordt bericht. Kwestie van in klein Vlaanderen iedereen te vriend te houden en mee te surfen op de nationalistische wind die over heel Europa waait. Kijk naar de buurlanden en stel vast dat de lokale cinema ook daar aan terrein wint.

Als je werkelijk gelooft in het Vlaamse talent, dan heeft dat geen betuttelende aai over de bol nodig. Als je echt iets verwacht van onze filmmakers, dan is een eerlijke reflectie op hun werk een simpele kwestie van respect. En als je wilt dat het Vlaamse succes blijft duren - en dat succes is reëel, alleen niet in de mate waarin pers en publiek hier zelf zijn beginnen te geloven - dan moet het debat levend worden gehouden en aangewakkerd, en moeten we zeker niet achterover leunen en elkaar creatief doodknuffelen met gemeende en minder gemeende complimentjes.

Daar zijn ze in Cannes - nog meer dan Berlijn en Venetië de barometer voor de betere film - niet van onder de indruk. Dat er dit jaar geen Vlaamse langspeler werd geselecteerd is misschien een wake-upcall om uit de heimatmanie te ontwaken en weer met beide voeten op de Croisette te belanden. Beschouw het als een incentive om nog meer en betere films te maken en komaf met dat kwalijke underdogcomplex waardoor we hysterisch enthousiast worden als het goed gaat, en sardonisch negatief van zodra het tegenzit. De positieve balans sinds de oprichting van het VAF kan immers enkel bestendigd worden door met zin voor nuance naar de eigen films te kijken, talent te stimuleren, een brede vista op cinema te hanteren en ervoor te zorgen dat we straks terug, zoals in de vette jaren, drie, vier Vlaamse langspelers richting Côte d'Azur kunnen sturen. Chers amis de Cannes, merci pour votre conseil, ça va nous faire du bien.

Dave Mestdach

Onze partners