Review: The Tree of Life

16/05/11 om 20:48 - Bijgewerkt om 20:48

Bron: Knack Focus

The Tree of Life van Terrence Malick: één van de mooiste, meest originele en gedurfde films die dit jaar op uw netvlies zullen worden gebrand, maar niet één van de beste en zeker niet de meest bevredigende.

Review: The Tree of Life

Reiken de meeste regisseurs hooguit naar uw portefeuille dan reikt Hollywoodmysticus Terrence Malick in zijn langverwachte vijfde langspeler zowaar naar de hemel, met overwegend fabuleus maar af en toe ook compleet luchtledig resultaat. Tachtig procent van dit hyperambitieuze epos over passagerituelen, het voortschrijden van de tijd en de relatie tussen de mens, de natuur en zijn schepper gaat over een all american family in Amerikaans suburbia anno jaren vijftig. Hoe de drie zonen onder de knoet worden gehouden door hun liefhebbende maar strenge vader (een prima Brad Pitt die de film ook mee produceerde), hoe de oudste knul zich van de pater familias moet ontvoogden, hoe hij seksueel ontwaakt en man wordt ... alles wordt op een tactiele manier in beeld gebracht, in een reeks van korte, impressionistische schetsen die - zoals steeds bij de enigmatische Malick - worden begeleid door mijmerende en smachtende offscreencommentaren en door bloedmooie, klassieke muziek (o.a. van Brahms, Gorecki, Smetana en Preisner) op de klankband. Bovendien wordt het spirituele sfeertje nog aangezwengeld door het handbewogen, nu eens intieme dan weer episch aanvoelende maar steevast wondermooie camerawerk van Emmanuel Lubezki met wie Malick eerder ook al The New World draaide.

Jammer genoeg voelt Malick zich geroepen - bijna op het religieuze af - om aan dat pakkende, pastorale fiftiesdrama nog twee andere verhaalluiken toe te voegen die de film helemaal uit de stratosfeer en in het ijle niets dreigen te katapulteren. Zo word je na een half uur plots getrakteerd op een visueel indrukwekkende stoet van vuurspuwende vulkanen, muterende cellen en zowaar zelfs dinosauriërs, alsof je plots naar een prestigieuze natuurdocumentaire van National Geographic hebt gezapt. In het diepst van Malicks gedachten heeft het ongetwijfeld iets te maken met het ontstaan der tijden en de eeuwige cyclus van het leven, alleen kraagt het bij vlagen over de grenzen van het pretentieuze en flirt het af en toe zelfs met de ridiculiteit. Bovendien is de derde verhaallijn - met Sean Penn in een postmoderne wereld van glas en staal - al even overbodig, met een droomsequens en een soort tijdreisscène die eerder doet denken aan een videoclip van Tarsem of aan een new age-reverie dan aan Kubricks superieure 2001: A Space Odyssey, wellicht die enige film die zich qua tomeloze ambitie, religieuze sfeer en tijdloze thematiek kan meten met Malicks onvoldragen maar fascinerende audiovisuele opera over het leven in al zijn tijdelijke en eeuwige grandeur.

Eén van de mooiste, meest originele en gedurfde films die dit jaar op uw netvlies zullen worden gebrand, maar niet één van de beste en zeker niet de meest bevredigende.

Dave Mestdach

Lees meer over:

Onze partners