Review: Midnight in Paris

12/05/11 om 09:16 - Bijgewerkt om 09:16

Bron: Knack Focus

Le nouveau Woody Allen est arrivé. In vergelijking met de ronduit desastreuze voorgangers Whatever Works en You will Meet a Tall dark stranger blijkt de elvendertigste romcom van de New Yorkse zeventigplusser best charmant en amusant.

Review: Midnight in Paris

Le nouveau Woody Allen est arrivé. En hij valt warempel nog reuze mee ook. Nu moet je van de New Yorkse zeventigplusser natuurlijk allang geen Sleeper, Annie Hall, Manhattan of Radio Days meer verwachten, maar in vergelijking met de ronduit desastreuze voorgangers Whatever Works en You will Meet a Tall dark stranger blijkt Allens elvenderigste romcom best charmant en amusant.

Hoofdrolspeler en Allens alter ego van dienst - het nerveuze gemompel en de manische trekjes incluis - is dit keer Owen Wilson, een rol die hem overigens als gegoten zit. Hij speelt een pas verloofde broodschrijver uit Hollywood die altijd al van een carrière als kunstenaar in Parijs heeft gedroomd maar de stap naar het passionele bohémienleven nooit heeft durven te zetten. Daar komt verandering in wanneer hij tijdens een nachtelijke stadswandeling door de Lichtstad plots Scott Fitzgerald, Ernest Hemingway en Pablo Picasso tegen het lijf loopt, zijn idolen uit de roaring twenties, een periode die hij als geboren nostalgicus hopeloos idealiseert.

Wat volgt is een romantische rêverie waarin Allen voortdurend schippert tussen vroeger en nu, tussen zijn dagelijkse besognes en zijn al dan niet ingebeelde trips met alle cultuuriconen van toen met als typisch Alleneske hamvragen 'Is het gras werkelijk groener aan de overkant?' en 'Was het vroeger echt beter?'. Als vanouds stelt het cinematografisch weinig voor en beperkt Allen zich tot een prentkaartenparade waarin naast de Eifeltoren, Notre Dame en Versailles zo ongeveer alle, toeristische American in Paris clichés passeren. Bovendien is er opnieuw geen enkel personage te bespeuren zonder literaire aspiraties of op zijn minst een diploma kunstgeschiedenis, met alle gebruikelijke pseudointellectuele poeha en overnadrukkelijke namedropping tot gevolg.

Aangezien de film een reflectie en zelfs een milde zelfkritiek is op het romantiseren van vroegere tijden en helden, maakt het zelfgenoegzame toontje voor één keer echter weinig uit. Bovendien zetten Marion Cottilard en Adrien Brody aardige bijrolletjes neer, houden de jarentwintigliedjes van songsmid Cole Porter er aardig de schwung in en zitten er zowaar nog eens twee à drie originele grappen in. Allerminst een hoogvlieger maar zeker ook geen draak. En die cameo van de Franse first lady Carla Bruni als museumgids, vraagt u? Totaal overbodig, of wat had u gedacht?


Dave Mestdach

Onze partners